Donkere wolken en mooie woorden

Al maanden kon je nauwelijks een opening of vernissage bijwonen of de spreker had enkele bittere woorden over de donkere wolken die zich boven de Nederlandse cultuurwereld samenpakten. Het was die wereld niet ontgaan dat een politieke beweging electoraal in opkomst was, waarvan de leider niet vies is van een zeker anti-intellectualistisch discours en – in het verlengde daarvan – pleit voor eenvoudige afschaffing van alle kunstsubsidies.

De bewoordingen waarin de kunstwereld deze liefde beantwoordt, zijn soms lang niet mals. Begrijpelijk wel: er gaapt nu eenmaal een enorme kloof tussen een beweging die afscherming van de buitenwereld tot hart van haar programma heeft gemaakt, en een milieu waarin openheid en beïnvloeding tot het opperst goed zijn verheven.

Inmiddels lijkt de beweging in kwestie in een gedoogrol een aanzienlijke vinger in de pap bij toekomstige kabinetsvorming te krijgen. De donkere wolken dreigen dus binnenkort tot heuse hoosbuien te worden, temeer daar de hele Rijksbegroting enorme bezuinigingen boven het hoofd hangen, en ook de andere twee partijen die aan de kabinetsformatie deelnemen, moeilijk van overdreven liefde voor de kunst kunnen worden verdacht.

Reden voor de Raad voor Cultuur, een van de tegenwoordig helaas zeer vele publiekrechtelijk organen die over kunstsubsidies adviseren, om zich tot de kabinetsformateur te wenden. Het is een hooggestemd document zonder weerga, waarvan de eerste zin bijvoorbeeld luidt: „In een vrije en open samenleving als de onze dienen burgers goed te worden toegerust om volwaardig en democratisch te kunnen functioneren.”

Zelden is de toch vrij eenvoudige boodschap „kom niet aan onze centen” hoogdravender verwoord. Je zou bijna vergeten dat niet elke bezuiniging ook het einde der tijden betekent: je kunt best wel af en toe eens kijken of het geld goed wordt uitgegeven.

raymond van den boogaard