Diesel met sterke eindspurt

Dat Sebastiaan Verschuren als opvolger van Pieter van den Hoogenband wordt beschouwd is niet vreemd: hij zwemt finales op diens voormalige jachtterrein.

Het was bijna onvermijdelijk dat Sebastiaan Verschuren een keer in verband zou worden gebracht met Pieter van den Hoogenband. Wie finales gaat zwemmen op de 100 en 200 meter vrije slag, jarenlang het jachtterrein van ‘VdH’, ontkomt er niet aan. Verschuren ziet het al van mijlenver aankomen. „Ik ben niet zijn opvolger”, zegt hij gedecideerd. „Ik vind het een hele eer, zo’n vergelijking, maar dan moet ik eerst twee, drie keer olympisch kampioen worden.”

De 21-jarige Amsterdammer plaatste zich gisteravond verrassend soepel voor zijn tweede finale op de EK in Boedapest, de 100 vrij, met een persoonlijk record (48,72). Verschuren is de eerste Nederlander sinds Van den Hoogenband die op het koningsnummer een grote finale zwemt. Morgen is het twee jaar geleden dat Van den Hoogenband afscheid nam, in de olympische finale van Peking.

Uiteraard vormt het evenement in Boedapest een onvergelijkbaar decor, maar Verschuren staat morgen op het startblok tussen een aantal oude olympische finalisten uit de tijd van Van den Hoogenband: Filippo Magnini, Alain Bernard en Stefan Nystrand.

Maar Verschuren, die woensdag op de 200 meter al zijn eerste medaille (brons) behaalde op een groot titeltoernooi, lijkt niet het type dat snel is geïntimideerd. Naar tijden van anderen kijkt hij niet. „Ik wil zelf hard zwemmen, ik kijk niet naar records. Als ik aantik kijk ik eerst of ik alles goed gedaan heb. Daarna zie ik welke tijd dat heeft opgeleverd.”

Die nuchterheid had hij ook toen hij eind juni bij wedstrijden in Parijs de Amerikaanse grootheid Michael Phelps achter zich liet op de 200 meter, die Verschuren nog altijd ziet als zijn beste nummer. „We waren allebei niet uitgerust voor die wedstrijd. Je kon toen duidelijk zien dat hij niet getaperd (goed uitgerust, red.) was. Aan de ene kant was ik verbaasd, maar ik wist dat hij niet top is dit jaar. Iedereen is te verslaan, daar ben ik van overtuigd. Maar ik versla Phelps liever als we allebei uitgerust zijn.” Waar de Amerikaan die dag 100.000 dollar verdiende met zijn optreden, kreeg Verschuren geen cent.

Misschien dient zich wel een nieuwe kans aan. Dat Verschuren zicht heeft op dergelijke confrontaties was enkele jaren geleden volstrekt ondenkbaar. Als tiener, pupil van Marcel Wouda, was hij één van de weinige Nederlandse topzwemmers die géén ambities had als sprinter, zoals de overgrote meerderheid. In de archieven van het Alfréd Hajós-sportcomplex op het Margiteiland in Boedapest, waar de EK langebaan deze week worden gehouden, ligt het bewijs. Vier jaar geleden, tijdens de EK van 2006, eindigde een Nederlandse zwemmer tamelijk anoniem als negentiende op de on-Nederlandse 1.500 meter. „Die race ben ik vergeten”, zegt Verschuren met een grijns.

Onder de trainer van het Nationaal Zweminstituut Amsterdam, Martin Truijens, ging Verschuren zich vanaf 2007 toeleggen op steeds kortere afstanden. „Toen de Spelen van Peking in zicht kwamen was duidelijk dat ik op de 1.500 meter niet snel genoeg zou zijn. In de aanloop naar die Spelen kwamen we er al vrij snel achter dat ik ook een goede 200 meter kan zwemmen.”

Met het oog op de 4x200 meter-estafette in Peking stortte Verschuren zich helemaal op het nieuwe nummer. Inmiddels definieert hij zichzelf als „een 200 meter-zwemmer, die ook op de 100 vrij uit de voeten kan”.

Toch bleek gisteren dat er nog behoorlijke rek zit in de prestaties van Verschuren. In de ochtenduren evenaarde hij in de series zijn persoonlijk record (48,91) dat nog stamde uit de ‘snellepakkentijd’ die op 1 januari van dit jaar officieel ten einde kwam. En ’s middags, in de halve finales, schaafde hij daar nog 0,19 seconde vanaf. Daarmee nadert hij de legendarische toptijd van Van den Hoogenband (47,84 tijdens de Spelen van Sydney in 2000) tot op minder dan een seconde. „Er is altijd ruimte voor verbetering”, stelt Verschuren zelfbewust vast.

Opmerkelijk is de opbouw van zijn 100 meter. In het kielzog van woeste sprinters als de Fransman Bernard of de Zweed Nystrand, gaat Verschuren als een diesel van start, keert als achtste en laatste, om vervolgens een geweldige inhaalrace te maken.

Of zijn eerste baan niet ietsje sneller kon, was gisteren de meest gestelde vraag. „Die versnelling in de tweede baan is mijn ding. Ik kom van de langere afstand, die andere jongens moeten het hebben van hun snelheid.” Maar een aangepast raceplan speelt wel door zijn hoofd. „Misschien neem ik in de finale iets meer risico in de eerste baan. In de finale moet je alle remmen losgooien.”

Dat Verschuren zijn eerste medaille op zak heeft, zorgt voor opluchting. Na alle zenuwen rond de finale van de 200 vrij bereidde hij zich gisteren ontspannen voor op zijn halve finale. „Die medaille heeft veel zelfvertrouwen gegeven. Maar dat ik nu met de derde tijd naar de finale ga van de 100 vrij, zegt me niets. In de finale moet ik pas goed zwemmen. Of ik kans heb op een medaille? In een finale kans alles gebeuren.”