Deense opa's en oma's schamen zich

De Dansk Folkeparti, de Deense PVV, zegt op te komen voor ouderen en heeft gezorgd voor strenge migratiewetgeving. De ouderen om wie het gaat verzetten zich hiertegen.

Ze woont ruim dertig jaar in een 16de-eeuwse rijtjeswoning in Osterbro, een wijk van Kopenhagen. Ze is onderwijzeres geweest. In een woonkamer vol met boeken wacht een speelgoedkeuken op het jongste kleinkind. Haar man sproeit buiten de hortensia’s. Lisbeth Algreen (73) behoort tot de Denen voor wie de Dansk Folkeparti, de Deense PVV, zegt op te komen. De Denen die die de verzorgingsstaat hebben opgebouwd. Die de rug automatisch rechten als ze de Deense vlag zien wapperen. Die nog hebben meegemaakt dat je de achterdeur ’s nachts niet op slot hoefde doen.

Voor hen heeft de Volkspartij de leus bedacht: giv os Danmark tilbage, geef ons Denemarken terug. Hun oude dag staat op het spel, zegt de partij, en hun cultuur. Buitenlandse uitkeringstrekkers maken de sociale voorzieningen onbetaalbaar. Ze verstoren het onbekommerd gezellig onder elkaar zijn. Vreemdelingen moeten worden geweerd met de strengste immigratiewetgeving van de EU.

Maar Lisbeth schaamt zich voor die wetgeving, ze schaamt zich voor haar land. „Asielzoekers worden hier onmenselijk behandeld. Autoriteiten doen er alles aan om hun het leven zuur te maken, zodat ze zo snel mogelijk weer vertrekken. „Ze snappen niet dat de meesten niet terug kunnen. Je ontvlucht je land niet voor de lol.”

Uit verontwaardiging heeft ze zich aangesloten bij de protestbeweging Grootouders voor Asiel. Opa’s en oma’s demonstreren al bijna drie jaar elke zondag bij de drie asielzoekerscentra in de buurt van Kopenhagen: Sandholm, Kongelunden en Avnstrup. Aanvankelijk in stilte, tegenwoordig zingend en scanderend. „We worden steeds bozer, steeds militanter”, zegt Lisbeth. In april zijn 28 opa’s en oma’s opgepakt en beboet. Bij de parlementsbehandeling van een weer striktere asielwet verstoorden ze de orde vanaf de publieke tribune met hun gezang.

De asielprocedure is kil en ondoorzichtig, zegt Lisbeth. „Om asiel te krijgen is het niet voldoende zoals in andere Europese landen om deel uit te maken van een vervolgde groep. Je moet kunnen aantonen dat je persoonlijk gevaar loopt. Een asielaanvraag kan al worden afgewezen op grond van tegenstrijdigheden in een verklaring, ontstaan door inzet van onbekwame tolken. Of als je het land bent binnengekomen met valse papieren. In beroep gaan tegen een besluit is niet mogelijk.”

Vorig jaar werd 56 procent van de aanvragen afgewezen. De pechvogels moeten weg. Vrijwillig, met een oprotpremie van omgerekend 14.000 euro. Of gedwongen, desnoods met geweld. Iraakse vluchtelingen uit de centrale provincies worden zonder pardon op het vliegtuig naar Bagdad gezet, terwijl hun veiligheid volgens UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de VN, niet gegarandeerd kan worden. De Deense aanpak van asielzoekers is de laatste jaren door UNHCR, Raad van Europa en mensenrechtenorganisaties regelmatig bekritiseerd.

Blijven over, zegt Lisbeth, de vluchtelingen die niet kunnen worden teruggestuurd. Ze zijn veroordeeld tot een leven van lijdzaam wachten in een asielzoekerscentrum. Ze leren de taal niet. Ze mogen niet werken, geen opleiding volgen. Ze verkeren in een niemandsland. Hun leven staat voor onbekende duur op pauze. Velen van hen, zonder uitzicht, zonder toekomst, ontwikkelen psychische problemen.

Lisbeth heeft een afspraak met het Iraanse gezin Sadeghiyani dat bijna acht jaar in Denemarken verblijft. De asielaanvragen van beide ouders zijn zes jaar geleden afgewezen. Sindsdien wonen ze in Kongelunden, een centrum voor vluchtelingen met psychische problemen. Het centrum is in voormalige legerbarakken gevestigd, ver van de bewoonde wereld, dicht bij een vliegveld. Elke paar minuten komt een vliegtuig laag over. „Geen heilzame omgeving voor mensen met oorlogstrauma’s”, schudt Lisbeth haar hoofd.

De Iraanse familie bestaat uit vader (37), moeder (36) en twee zonen: Nima van tien en Daniel van zes maanden. Vader werkte voor een bouwbedrijf tot hij per ongeluk in het demonstratie belandde. Die vergissing kwam hem op 16 maanden cel te staan. Dat is zijn verhaal. Hij werd gemarteld. Dat kan hij bewijzen. Drie dokters hebben de sporen op zijn lichaam vastgesteld. Hij pakt het rapport. Daarna houdt hij niet meer op over de wreedheden van het Iraanse regime. Hij heeft een posttraumatisch stresssyndroom. Hij moet dagelijks 23 pillen slikken, anders slaat hij door. Hun zoontje „moet altijd huilen”, zegt zijn moeder.

Moeder Shirin hoopt dat ze op den duur toch asiel krijgen. Op humanitaire gronden. Maar Denemarken geeft dat zelden. Oma Lisbeth knuffelt peuter Daniel ten afscheid. „Ik kan weinig doen.”