Dé moslim bestaat niet

Student bedrijfseconomie en ex-taekwondokampioen Can Aydogdu is aleviet.

Het alevitisme steunt op gelijkwaardigheid van alle mensen, ongeacht afkomst.

Hij zou angstwekkend zijn als hij niet zo’n vriendelijk gezicht had, deze oud-taekwondo-kampioen met zijn omvangrijke spierbundels. Can Aydogdu is 23, woont in Hoofddorp en studeert bedrijfseconomie. Hij stelt me op mijn gemak door met liefde en bewondering te praten over zijn tantes – van mijn leeftijd – die alle mannen onder de tafel drinken met whisky en raki. Een beter voorbeeld kan hij niet geven als ik vraag wat hij verstaat onder gelijkheidwaardigheid tussen man en vrouw.

Can is geboren en getogen aleviet. Hoewel bijna een kwart van de 380.000 Turken in Nederland aleviet is, weten maar weinigen af van hun bestaan. Dat komt omdat alevieten geen problemen geven, zegt Can. Ze integreren heel gemakkelijk, omdat ze eigenlijk net zoals wij zijn, ook al zijn ze officieel moslim. Alevieten zijn humanistisch, seculier, liberaal. Ze hebben geen moskeeën, vasten niet tijdens de ramadan en de vrouwen dragen geen hoofddoek. Een belangrijke pijler van het alevitisme is de gelijkwaardigheid van alle mensen ongeacht afkomst, geslacht, of religie. Can is trots op zijn geloof: „Hoe meer ik ervan weet, hoe blijer ik word.”

In Turkije zijn de alevieten eeuwenlang een onderdrukte minderheid geweest. In 1993 nog kwamen bij een aanslag op een hotel in Sivas 33 alevieten om. Die gebeurtenis leeft nog steeds volgens Can, ook bij de jonge generatie. Hij vertelt dat hij onlangs heeft opgetreden tijdens de jaarlijkse herdenking, waar zo’n duizend alevieten uit heel Nederland bijeen waren. Hij was een van de 33 saz-spelers die, in het zwart gekleed, symbool stonden voor de slachtoffers.

De alevieten in Nederland hebben zich georganiseerd in plaatselijke culturele verenigingen. Muziek en poëzie zijn onlosmakelijk verbonden met het alevitisme. Toen hij een aantal jaren geleden wegens een blessure moest stoppen met zijn topsportcarrière, vulde Can de leegte op door actief te worden bij de alevitische culturele vereniging Haarlem. Met een aantal vrienden richtte hij een jongerenafdeling op. En dit voorjaar begon hij samen met anderen de Alevitische Jongeren Nederland (AJN). Als het aan hem ligt, kent over een tijdje iedereen de alevitische boodschap van gelijkheid en broederschap. Al moeten we dat niet verkeerd opvatten, want, zegt Can: „Wij bekeren geen mensen.”

Wat betekent het voor jou persoonlijk om aleviet te zijn?

„Ik vind het fijn om tot een traditie te behoren die de nadruk legt op respect voor alle soorten mensen, waar ze ook vandaan komen en wat ze ook geloven. Dat is iets wat zeker in deze tijd nogal apart is. In cems, religieuze bijeenkomsten, gaat het daar altijd over, dat man en vrouw gelijk zijn, dat je huidskleur er niet toe doet. Het alevitisme is een geloofsovertuiging waarin de mens centraal staat. Dat vind ik het mooie.”

Waarom moest die jongerenafdeling er komen?

„Veel alevitische jongeren kampen met een identiteitsprobleem. Iedereen ziet hen als moslim, maar ze doen niet mee aan de ramadan en bidden niet in de moskee. Daar krijgen ze op school voortdurend vragen over, vooral van andere moslimkinderen. Een van onze eerste activiteiten was het organiseren van een informatieavond met een dede, een alevitische voorganger. Kinderen en jongeren konden hem vragen stellen over het alevitisme. Zo was er een meisje dat wilde weten of ze later met een zwarte man zou mogen trouwen. Ze kreeg een heel mooi antwoord van de dede.

„We hebben als jongerencommissie ook een cem georganiseerd. Die was er in Haarlem al zo’n tien jaar niet meer geweest. Er waren oudere mensen die daar met tranen in hun ogen zaten. Voor mijzelf is zo’n cem een soort hoorcollege van het leven.”

Geloof je in God?

„Eh... ik geloof wel in ‘iets’, maar dat kan ik niet echt een naam geven. Bidden doe ik niet, nee. God is voor mij het vertrouwen dat het wel goed komt als je zelf ook het goede doet. Elke aleviet zal je trouwens een ander antwoord geven op die vraag. De een is gelovig, voor de ander is het alevitisme vooral een levenswijze. Een neef van mij in Turkije is volbloed communist. Hij gelooft voor geen grammetje in God, maar hij noemt zich wel aleviet. Voor hem is het alevitisme een variant op het socialisme, dat van de arme Anatoliërs.”

Voel je je moslim?

„In theorie ben ik moslim, maar zo voel ik me niet echt. Wat betreft waarden en normen komen wij alevieten bijna naadloos overeen met de autochtone Nederlanders, terwijl we met andere – soennitische – moslims veel minder gemeen hebben. Ik denk niet dat het enig probleem zou geven als ik met een Nederlands meisje zou trouwen. Mijn ouders zouden er in elk geval geen bezwaar tegen hebben. Integendeel, zij zouden het juist leuk vinden. Het zou eigenlijk alleen kunnen botsen op strikt culturele aspecten zoals taal, voorkeur voor muziek en dergelijke. Ik spreek thuis Turks, en ik ben erg gehecht aan mijn dorp in Turkije, Bahadin. Daar ga ik elk jaar naartoe om familie te zien. We eten dan, dansen en maken muziek. Een Nederlands meisje zou zich buitengesloten kunnen voelen als ze de taal niet spreekt.”

De buitenwereld ziet geen verschil tussen jou en een ‘gewone’ moslim.

„Dat is zo. Normaal zou dat geen probleem zijn, maar wel in dit anti-islamklimaat. De politieke ontwikkelingen zitten me heel erg dwars. Ik heb een tante die al bijna heel haar leven in Den Haag woont. Laatst zei ze tegen me: ‘Ik voel me geen Nederlander meer.’ Dat vond ik zó erg! Gezien worden als ‘de ander’, als ‘de allochtoon’, terwijl je je niet anders voelt. Zelf heb ik het ook sinds een aantal jaar, dat ik me soms gediscrimineerd voel. Bijvoorbeeld als mijn biljet van 50 euro bij de kassa wordt gescand. ‘Doen ze dat bij anderen ook?’ vraag ik me dan af. Dat is het vervelende: het is het gevoel dat mensen anders naar je kijken. Zeker weten doe je het niet. Soms denk ik ook dat het gewoon aan mij ligt.”

Kun jij je iets voorstellen bij de angst van PVV-stemmers voor de islam?

„Ja, ik snap het wel als mensen ermee zitten dat er steeds meer moskeeën komen, terwijl er geen kerken meer worden gebouwd. In mijn dorp in Turkije staat een moskee, die is daar neergezet door de Turkse overheid in het kader van de assimilatiepolitiek die eeuwenlang heeft geheerst. Er wonen alleen alevieten in Bahadin, die wilden helemaal geen moskee. Daar ben ik weleens kwaad om geweest.

„Hier moeten mensen juist vechten om een moskee te mogen bouwen. Ik zie het als een mensenrecht. Bovendien dienen moskeeën ook als ontmoetingsplaats, er worden cursussen gegeven, kinderen krijgen er huiswerkbegeleiding. Er gebeuren veel goede dingen.”

Denk jij dat de alevieten een speciale rol kunnen spelen in het integratiedebat?

„Dat denk ik zeker, al zou ik eerlijk gezegd niet zo gauw weten hoe precies. Feit is dat de alevieten ver af staan van het stereotiepe beeld dat Geert Wilders schetst van de moslim. Ze laten zien dat dé islam niet bestaat. Dat is denk ik precies wat er fout gaat in het debat, dat eeuwige generaliseren. Ook soennieten – ‘gewone’ moslims – kunnen tolerant en ruimdenkend zijn. Dé aleviet en dé soenniet bestaan dus niet. En dé moslim al helemaal niet.”