De Golf maakt zich op voor tien jaar claims

De economische schade van de olieramp in de Golf van Mexico is nog nauwelijks te meten. Claimadvocaten jagen op klanten. Met gratis fris, bier en wijn.

De pastelkleurige art-decoappartementen die Ar Schmitt aan de kust van Zuid-Florida aan buitenlanders verhuurt doen het dit seizoen 40 procent slechter dan normaal. „Mijn Zuid-Amerikaantjes blijven weg”, zegt een winkelier.

De kledingwinkel Post Blue Jean van Juan Plasencia aan de uitgaansstraat van Miami Beach heeft sinds het begin van de olieramp in de Golf voor 100.000 dollar minder omgezet vergeleken met vorig jaar – het is maar goed dat de rondhangende verkopers op commissiebasis werken, „anders had ik ze allang ontslagen”.

Dat klinkt goed, knikt advocaat Robert McKee dan enthousiast. Heel goed zelfs. Het zijn keiharde economische schadeposten, helder verwoord, en ze houden duidelijk verband met de olieramp. „Ik mag mijn diensten niet direct aanbieden, maar wij zouden het een eer vinden jullie te mogen vertegenwoordigen”, zegt hij.

BP boekt na lange pogingen succes op succes in het definitief dichten van de put, de olie begint van zee te verdwijnen, de kusten zijn inmiddels smeervrij – en juridisch Amerika maakt zich op voor een decennium aan rechtszaken en miljardenuitkeringen.

Advocaten bouwen websites zoals gulfcoastoildisaster.com en oilslicklawyer.com, kopen metershoge billboards langs snelwegen op (‘Verlies niet nóg een keer. Kom bij ons’) en trekken door de vijf kuststaten om hun diensten aan te bieden. McKee maakt deel uit van een consortium van tien advocatenkantoren in zes staten die samen al „honderden” gedupeerden vertegenwoordigen.

McKee alleen al heeft twaalf wervingsbijeenkomsten, hij zegt liever „seminars”, verzorgd. Zoals deze in een balzaal van het luxueuze Ritz-Carlton Hotel in Miami Beach. In een hoek staat een ober, er is fris en bier, maar vooral wijn. Twee soorten merlot, een chardonnay, een sauvignon blanc. „Drink, alsjeblieft. Drink. Ik heb mijn goede geld er toch al aan uitgegeven”, moedigt McKee aan. Het officiële doel van de bijeenkomst: informatie verstrekken aan gedupeerden. Maar eigenlijk gaat het om klanten winnen.

De juridische nasleep van de ramp belooft jaren te gaan duren, omvangrijk te worden en vooral profijtelijk. De exacte economische schade is nauwelijks nog te berekenen, Moody’s Analytics schat bijvoorbeeld 1,2 miljard dollar bedrijfsschade en 17.000 ontslagen. Oxford Economics, een ander onderzoeksbureau, denkt weer dat de toerismesector er tussen 8 en 23 miljard dollar bij inschiet.

Wat al wel duidelijk is: ook zonder olie op de stranden is de imagoschade aanzienlijk. McKee: „In Europa hoorden toeristen maandenlang over olie in Florida. Wat zou jij doen als je een vakantie moest plannen?” Zuid-Florida verwacht dat de grootste klap nog moet komen, in het normaal zo lucratieve winterseizoen.

Onder druk van het Witte Huis heeft olieconcern BP de financiële verantwoordelijkheid voor de ramp genomen en een fonds ingesteld van 20 miljard dollar dat claims moet afhandelen.

Over twee weken neemt de onafhankelijke advocaat Kenneth Feinberg dit claimproces over en het verhaal gaat dat geld krijgen dan nog makkelijker wordt dan BP het tot nu toe al maakte.

Advocaten hebben manieren gevonden ook daar weer op te verdienen. McKee’s kantoor – Krupnick Campbell Malone Buser Slama Hancock Liberman & McKee geheten, „a professional association” is het devies, alsof iemand anders zou denken – neemt de papieren afhandeling van dat claimproces graag op zich. De kosten: 10 procent van de opbrengsten.

De gedupeerde kan natuurlijk ook een rechtszaak aanspannen, bijvoorbeeld als de claim is afgewezen. Dan is 30 procent voor de advocaat. Hoe hoger op de juridische ladder, des te hoger ook de courtage. „Wij nemen alle risico’s. Ook daarover hoeft de cliënt zich geen zorgen te maken.”

McKee begint zelf over het imago van zijn professie. Over aasgiervergelijkingen en collega’s die achter ambulances aanrijden om verkeerslachtoffers in te lijven als cliënt. „Ja, het is mijn business om op deze manier geld te verdienen”, zegt McKee nonchalant. „Ik verdien als jij betaald krijgt voor je ongeluk. Niks geheims aan.”

Robert McKee („Bob voor jou, natuurlijk”) heeft een gelaatskleur die ze in het Amerikaanse zuiden sun-kissed noemen, maar die in de rest van de wereld gewoon doorgaat voor oranje. De rest van zijn kleding lijkt hierop aangepast: knalrode das, roze-wit gestreept overhemd. Hij praat snel en graag, bij voorkeur over zichzelf. Hij is grootvader, ook net opnieuw vader geworden en „mijn huidige vrouw, die aanzienlijk jonger is”, had hem liever wat meer thuis gezien. Dat was ook de bedoeling. „Maar toen kwam deze ramp voorbij en zei ik: ik kan me niet voorstellen dat iemand anders dit gaat doen.” Niet omdat het financieel aantrekkelijk is, wel omdat hij zelf ook een boot heeft, aan het water woont en verzot is op vissen.

De strategie van de avond is drieledig. Eerst wordt de aanwezig angst ingeboezemd door te blijven benadrukken dat BP en de overheid niet te vertrouwen zijn in hun stelling dat de olie aan het verdwijnen is en opgeruimd wordt. McKee en twee collega-advocaten hebben een wetenschapper meegenomen, die precies dat zegt.

De tweede stap is het besef dat de ramp hoe dan ook tot „stigmaschade” leidt, en dat badplaatsen als Miami Beach daar langdurig onder zullen leiden. Ten slotte volgt de klapper: er is geld op te halen. Bij BP’s noodfonds van 20 miljard, of via de rechter.

Advocaten in Florida zijn aan ethische gedragsregels gebonden wat betreft het winnen van nieuwe cliënten. Ze mogen hun diensten niet direct aanbieden in openbare gelegenheden en de cliënt moet altijd zelf over een mogelijke overeenkomst beginnen.

McKee onderkent die regels maar maakt evenzogoed reclame voor zichzelf. „Ik heb genoeg wetenschappelijke kennis om gevaarlijk te zijn in de rechtszaal”, zegt hij bijvoorbeeld. Of: „Ik hou niet van verliezen. Ik haat het. Ben het dus ook niet van plan in deze zaak te gaan doen.” Of de gedupeerden in deze hotelbalzaal hem zullen inhuren is eigenlijk irrelevant, zegt McKee dan knipogend. Het enige dat echt telt? „Dit is nog lang niet voorbij.”

Dit is deel 2 van een tweeluik over de nasleep van de olieramp. Gisteren en op nrc.nl: het BP-fonds.