De Antwerpse straten zijn te schoon

De Antwerpse hoerenbuurt kende vroeger veel schiet- en vechtpartijen. In de strijd tegen het verval besloot Antwerpen prostitutie te reguleren. Nu lopen er ook vrouwen en bejaarden door de buurt. „Het lijkt wel Disneyland.”

De drie straten in Antwerpen waar prostituees achter ramen staan, zouden ook zomaar het decor kunnen zijn van een promotiefilm over stadsontwikkeling in een buitenwijk. Brede straten die alleen toegankelijk zijn voor voetgangers, een rij bomen, modern vormgegeven lantaarnpalen, keurige gevels. Het enige wat misschien opvalt zijn de urinoirs – dat zijn er wat veel. Maar vies zijn ze niet. De Antwerpse stadsreiniging komt er elke dag.

Er lopen vooral mannen in de Schippersstraat, Vingerlingstraat en Verversrui. Maar ook vrouwen die met collega’s op weg zijn naar een broodjeszaak, groepjes jongeren met fietsen en soms zelfs een bejaard echtpaar.

De straten liggen in het Schipperskwartier, tussen de oude havenbuurt, de binnenstad en de campus van de Antwerpse universiteit. Een wandelroute van een Belgische seniorenwebsite komt er langs – over het Falconplein dat tien jaar geleden ‘het Rode Plein’ werd genoemd, omdat Russische en Georgische maffiosi daar handelden in namaakproducten.

Tien jaar geleden was er geen raamprostitutie in drie, maar in zeventien straten van het Schipperskwartier. „Het was enorm aan het uitdijen”, zegt Leona Detiège, in die tijd burgemeester van Antwerpen. „Het kwam al bijna tot aan het stadhuis.”

In een café op de Grote Markt vertelt Detiège over een avond in de herfst van 1997. Honderden bewoners van het Schipperskwartier waren naar het stadhuis gekomen om haar een petitie aan te bieden. Er werd geschoten en gevochten in hun buurt. Ze kregen ook steeds meer last van auto’s die dag en nacht in een eindeloze rij rondjes reden langs de ramen. In Antwerpen heette dat de caroussel d’amour of ‘de langste file die nooit op de radio komt’.

Het is niet zo, zegt Leona Detiège, dat de bewoners de prostitutie weg wilden hebben uit hun buurt. Die was er al sinds de negentiende eeuw, vooral door de nabijheid van de haven. Maar tot eind jaren tachtig waren de meeste prostituees Vlaams, Nederlands of Duits. Ze bleven soms jaren. Maar na de val van de Muur brachten Albanese bendes vrouwen uit Oost-Europa. In het Schipperskwartier werd opeens gehandeld in mensen en wapens.

Het stadsbestuur wist dat natuurlijk. Het Schipperskwartier was steeds minder bij de stad gaan horen. In 1993 was Antwerpen culturele hoofdstad van Europa. Alle trajecten die werden bedacht om bezoekers de stad te laten zien, gingen, zegt de Antwerpse ambtenaar Hans Willems, met een grote boog om de prostitutiebuurt heen. De politie kwam er nog wel om op criminelen te jagen, maar er was niemand die de prostitutiepanden controleerde. De vrouwen hadden kleine, vieze kamers met kapotte ramen en soms verwarmingsketels zonder afvoer.

„Dat was echt schandalig”, zegt Hans Willems. Hij is in Antwerpen de ‘prostitutieambtenaar’. Hij gaat over het beleid dat de stad eind jaren negentig bedacht om een eind te maken aan de overlast in de buurt en om de werkomstandigheden van de prostituees te verbeteren. De namaakhandel op het Falconplein werd hard aangepakt, de Georgiërs verhuisden naar steden als Brussel, Luik, Charleroi. Met de prostitutie was het ingewikkelder: de Belgische wet verbiedt prostitutie niet. Maar je mag er geen reclame voor maken of kamers voor beschikbaar stellen. Antwerpen had de raamprostitutie gedoogd. Het stadsbestuur wist dat het onmogelijk zou zijn om er een eind aan te maken.

Om er toch controle op te krijgen, werden plannen en regels bedacht. Er zou nog maar in drie straten raamprostitutie mogen zijn. Die liepen in de vorm van een V met aan drie kanten ‘ingangen’, waardoor het voor de politie makkelijker werd om toezicht te houden. Op de hoeken mochten geen ramen zijn – mensen moesten langs de drie straten kunnen lopen zonder de vrouwen achter de ramen te zien.

Aan de eigenaars van de panden werden strenge eisen gesteld: ze mochten geen strafblad hebben en ze moesten voor de ramen een ‘geschiktheidsverklaring’ aanvragen. Die kregen ze alleen als de kamers groot genoeg waren en goede voorzieningen hadden. Elk jaar is er controle.

Voor de prostituees zelf werd het Gezondheidshuis voor Antwerpse Prostitutie, Gh@pro, opgezet. Speciaal voor de prostituees werken hier dokters, verpleegkundigen en een ‘sociaal assistent’ die de vrouwen helpt als ze problemen hebben met hun verblijfsvergunning, financiën, partners, kinderen, of als ze ander werk zoeken. Gh@pro organiseert ook cursussen zelfverdediging en Nederlandse taal. Een paar jaar geleden kwam een wethouder uit Amsterdam in het centrum kijken. „Je denkt: in Nederland zijn ze zeker op ons voor”, zegt Gh@pro-coördinator Anne Vercauteren. „Maar ze was onder de indruk. Omdat het bij ons zo kleinschalig is en omdat we enkel gericht zijn op prostituees.”

Er kwam ook geld om straten en huizen op te knappen – van de Europese Unie, de federale regering van België en de Vlaamse regering. De buurt was er slecht aan toe en er waren veel panden leeg komen te staan in straten waar raamprostitutie niet meer werd gedoogd. Kunstenaars konden huizen tijdelijk gebruiken als atelier, eigenaars kregen subsidies voor verbouwingen, een vastgoedbedrijf van de gemeente kocht gebouwen die op instorten stonden.

In een van de drie straten waar de raamprostitutie mocht blijven, kwam een nieuw gebouw met 51 ramen, Villa Tinto. De eigenaar noemt de kamers suites. Hij controleert de prostituees met een digitaal vingerafdruksysteem, om te voorkomen dat kamers worden onderverhuurd aan bijvoorbeeld illegalen of minderjarigen. In Villa Tinto heeft de politie een kantoortje om verdachten te verhoren of processen-verbaal op te maken.

Volgens prostitutieambtenaar Willems kostte de verandering van de buurt en alle extra inspanningen „ettelijke miljoenen”. Er was veel twijfel of het zou lukken. Er was ook felle tegenstand.

Oud-burgemeester Detiège zegt dat ze soms dacht dat ze de plannen niet door de gemeenteraad zou krijgen. Dan ging het meestal over de straten die gekozen zouden worden voor de raamprostitutie. Vooral eigenaars van prostitutiehuizen die er net buiten vielen, zetten de politici onder druk. Een groep buurtbewoners, volgens de gemeente mensen die hun inkomsten uit de prostitutie zagen verdwijnen, richtte een actiegroep op: SOS Schipperskwartier. Die probeerde te voorkomen dat de ‘charme’ van de Antwerpse rosse buurt verloren ging.

Er kwamen rechtszaken en er werden geruchten verspreid over de politiemannen die de toegang tot de straten met raamprostitutie bewaakten. Die zouden zelf ‘klant’ zijn.

Leona Detiège zette door, samen met een wethouder die eerder zelf een organisatie voor slachtoffers van mensenhandel had opgericht, en de hoofdcommissaris van politie. Detiège wist dat de buurtbewoners die in 1997 bij haar waren komen klagen, vooral kiezers waren van haar eigen partij, de Vlaamse sociaal-democraten of SP.A. Maar de partij zou hen kwijtraken aan het extreemrechtse Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) als er niet naar hen werd geluisterd. Het Vlaams Blok was midden jaren negentig ook al de grootste oppositiepartij in Antwerpen.

Het stadsbestuur, zegt Detiège, had in Antwerpen ook graag een goeie plek willen vinden voor tippelaars. Dat mislukte. De tegenstand was te groot – welke locatie ook werd voorgesteld.

Fractievoorzitter Filip Dewinter van het Vlaams Belang noemt, als je hem vraagt naar het prostitutiebeleid in zijn stad, meteen de tippelaars: die zijn er nog, ook al is tippelen verboden. „Maar ik kan niet ontkennen dat het beleid voor de raamprostitutie zich op een goede manier heeft ontwikkeld. De zaak wordt beter in de hand gehouden.”

Er zijn in het Schipperskwartier niet minder prostituees dan tien jaar geleden. In de zeventien straten met raamprostitutie waren zo’n 280 ramen. De drie straten die er nu zijn, hebben hetzelfde aantal. „Omdat dat blijkbaar in de behoefte voorzag”, zegt prostitutieambtenaar Willems.

Bezoekers van prostituees klagen volgens Willems soms dat de buurt een soort Disneyland is geworden. Te mooi, te schoon. Er zijn er ook die mopperen omdat de travestieten, die vroeger bij elkaar zaten in één straat, nu bij de andere prostituees zitten. „Soms vergissen mannen zich.” Maar op internetfora ziet Willems dat veel klanten toch tevreden zijn.

En het ging natuurlijk om de buurtbewoners en de prostituees. „De schietpartijen, de ontoegankelijkheid van de buurt, dat is allemaal weg”, zegt Willems. „Maar je hoort mij niet zeggen dat er geen pooiers meer zijn en dat we de uitbuiting hebben gestopt. Het verloop onder de prostituees is groot. Na drie of vier maanden zijn ze weg, dus er zit zeker organisatie achter. Maar de echt schrijnende gevallen zijn eruit gehaald.”

Anne Vercauteren van het gezondheidscentrum Gh@pro zegt dat ze prostituees niet hoort klagen. „Ik denk dat ze allemaal graag een propere kamer willen.” Ook Solange Cluydts van de organisatie voor slachtoffers van mensenhandel Payoke, zegt dat de prostituees in het Schipperskwartier nu beter af zijn. „De pooiers zijn minder gewelddadig, de vrouwen mogen een groot deel van hun inkomen houden, ze leven niet meer zo geïsoleerd.” Criminele bendes hebben prostituees naar huizen in andere steden gestuurd. In Antwerpen ontdekt Payoke nu wel veel slachtoffers van mensenhandel in massagesalons, vooral uit Thailand.

Oud-burgemeester Leona Detiège maakt zich soms zorgen over het Schipperskwartier omdat er nog te veel panden leeg staan. „Je moet geld blijven uitgeven. Je moet waakzaam zijn. Bendes wachten op het moment dat ze kunnen terugkeren.”

Extra geld is er niet meer voor het Schipperskwartier. „De buurt moet het nu zelf overnemen”, zegt ambtenaar Willems. Als de helft of net iets minder van de straat wordt bewoond of wordt gebruikt voor horeca, dan komt het volgens hem goed met die straat. „Dan zie je een kantelmoment.”

Maar dat lukt nog niet overal. En er wordt sinds kort weer balletje-balletje gespeeld bij de ramen. De eigenaars van prostitutiepanden zijn daar boos over: het geld dat klanten verliezen aan het gokspel, geven ze niet uit bij hen. Er is al met luchtdrukpistolen geschoten op de balletje-balletje spelers. „Het gevaar van terugglijden is er altijd”, zegt Willems. „Het prostitutieteam van de politie is nog heel veel bezig met de buurt.”

Dit is deel veertien van een serie over prostitutie wereldwijd.