Broer van de Brontëzussen

De naam Brontë is de geschiedenis ingegaan als de achternaam van het negentiende-eeuwse literaire zusjestrio Charlotte, Emily en Anne. Maar het is ook de achternaam van hun broer Branwell, die veel in zijn mars had. Hij kon goed studeren, fantaseren, schrijven en portretschilderen. Vader Patrick Brontë, een dominee opgeleid in Cambridge, dacht dat voor zijn zoon een succesvolle artistieke carrière in het verschiet lag, en onderwees hem zelf in de pastorie in het Noord-Engelse Haworth.

Branwell en zijn zussen waren dol op het verzinnen van verhalen, geïnspireerd door De vertellingen van duizend-en-één-nacht, de gedichten van Lord Byron en de kranten en tijdschriften van hun vader. In minuscuul handschrift in minuscule boekjes schreven de Brontës hun bedenksels op. Toen de domineesvader zijn zoon een leger speelgoedsoldaatjes schonk, gingen die stuk voor stuk een rol spelen in de verhalen die Branwell en zijn zussen bedachten.

Maar in de echte wereld speelde Branwell weinig klaar. Hij zou zich aanmelden bij de Londense Royal Academy of Arts om portretschilder te worden, maar op de één of andere manier kwam het er niet van. In 1840 kreeg hij een baantje als beambte op de spoorweg tussen Manchester en Leeds, maar na een promotie werd hij in 1842 ontslagen omdat er telkens geld uit de kas verdween. Ook een baantje als privéleraar verknalde hij: de inmiddels 28-jarige Branwell moest vertrekken wegens zijn relatie met de vrouw des huizes. Intussen deed Branwell Brontë wel ruimschoots ervaring op met het verspillen van geld aan alcohol en opium.

Omstreeks 1845 bedachten zijn zussen Charlotte, Emily en Anne dat ze eigenlijk dondersgoed konden schrijven, en uitgeverijen begonnen hun werk te publiceren. Charlotte’s roman Jane Eyre (1847) en Anne’s Agnes Grey (1847) werden direct een succes, en samen met Emily’s Wuthering Heights (ook 1847) groeiden deze werken uit tot onsterfelijke titels van de Engelse literatuur.

Branwell maakte het succes van zijn zussen nog net mee, maar in september 1848 stierf hij aan bronchitis, 31 jaar oud. Zijn oudere zus Charlotte schreef: „Ik huil niet vanwege een gevoel van verlies – er is geen steunpilaar onttrokken, geen troost weggenomen, geen trouwe metgezel verloren – maar om de vernieling van talent, het verderf van belofte, het ontijdige, akelige uitdoven van wat een brandend en stralend licht had kunnen zijn.”

Ingmar Vriesema