Anti-corruptiewet nekt politici

Met hun handtekening wisten Braziliaanse kiezers een wet tegen corrupte politici af te dwingen. De kandidatenlijsten worden nu opgeschoond, maar de corruptie is diep verankerd.

Philip de Wit

Er lopen ongeveer dertig corruptiezaken tegen de Braziliaanse oud-gouverneur Joaquim Roriz (1936). Toch wilde hij dit jaar proberen voor de vijfde keer gouverneur te worden van het federale district Brasilía. Zijn campagne draaide de afgelopen weken op volle toeren. Totdat het regionale verkiezingstribunaal in Brasilía zijn kandidatuur vanwege een corruptiedossier ongeldig verklaarde.

Roriz is een van de meeste prominente doelwitten van de nieuwe Braziliaanse wet Ficha Limpa (vrij vertaald: blanco strafblad). De wet verbiedt politici met een strafblad om zich verkiesbaar te stellen voor zowel de landelijke, regionale, de gouverneurs- als de presidentsverkiezingen.

Sinds de lancering van de nieuwe wet maken regionale verkiezingstribunalen bijna wekelijks nieuwe namen bekend van verkiezingskandidaten die worden geweerd. Inmiddels kent de lijst van besmette politici zo’n 187 namen, waarvan er 19 definitief niet mee mogen doen aan de verkiezingen, zo meldt de ngo Congresso em Foco (Focus op het parlement), een maatschappelijke waakhond van de politiek.

Het is een nieuw fenomeen in de Braziliaanse politiek. In het verleden konden corrupte politici zich eindeloos verkiesbaar stellen, zolang ze maar niet definitief waren veroordeeld. Door de trage rechtsgang verjaarden sommige dossiers bovendien. Een verdachte politicus kon zo meerdere termijnen gekozen worden en rustig doorgaan met dubieuze praktijken. Nu moet een veroordeelde politicus op last van het tribunaal direct afzien van zijn kandidatuur.

„Het is belangrijke stap voorwaarts in de strijd tegen corruptie, tegen het kopen van stemmen”, zegt Márlon Jacinto Reis, een rechter uit de deelstaat Maranhão. Reis is een van de activisten van de Beweging tegen Verkiezingscorruptie (MCCE), waarbij tal van ngo’s en juristen- en rechtersorganisaties zijn aangesloten.

De MCCE is de drijvende kracht geweest achter de nieuwe wet. De beweging verzamelde 1,6 miljoen handtekeningen van kiesgerechtigde Brazilianen. Op basis van deze petitie kon het wetsvoorstel tegen corrupte politici in het parlement op de agenda worden gezet – dergelijke initiatieven moeten minimaal zijn ondertekend door 1 procent van de stemgerechtigde Brazilianen.

Aanvankelijk was er nog weerstand in het parlement tegen het wetsvoorstel. Een stemming dit voorjaar dreigde uit te lopen op een fiasco. Veel politici vreesden de gevolgen van de wet: uitsluiting van de verkiezingen dit jaar. Deze angst was begrijpelijk. Volgens de ngo Congresso em Foco is 25 procent van de landelijke parlementariërs in Brasilía verwikkeld in gerechtelijke processen.

Maar na een golf van verontwaardiging in de landelijke media en protestacties van talrijke maatschappelijke organisaties en op het internet, werd het wetsvoorstel alsnog aangenomen. De wet, zo bepaalde het Hoger Verkiezingstribunaal vervolgens, werd afgelopen juni van kracht – ruim voor de aanstaande presidentsverkiezingen in oktober.

Met het oog op de nieuwe wetgeving hebben de partijen hun kandidatenlijsten al zo veel mogelijk aangepast, zegt Marcus Figueiredo, politicoloog van het Universitaire Onderzoeksinstituut van Rio de Janeiro. „Er heeft al een soort van zuivering plaatsgehad”, aldus de onderzoeker.

Voor zowel Reis als Fiqueiredo is de nieuwe wet vooral een signaal naar de kiezers. ,,De kiezers zijn zich meer bewust dat kandidaten met een crimineel verleden moeten worden gemeden. Dat stemmen in ruil voor geld of iets anders illegaal is. In het verleden maakte dat niet uit, nu wel”, zegt politicoloog Figueiredo.

Hoe het corrupte politici kan vergaan in Brazilië, laat de carrière van Fernando Collor zien. Hij was de eerste democratisch gekozen president van Brazilië na het einde van de dictatuur. Een omvangrijk fraudeschandaal dwong hem in 1992 tot aftreden. Een aantal jaren mocht hij niet de politiek in. Tegenwoordig zit Collor echter als gedeputeerde weer gewoon in het nationale Congres.

Het tekent de politieke cultuur in Brazilië. Joaquim Roriz, de gouverneurskandidaat voor het district Brasilía, zou in het verleden als gouverneur onder meer grond hebben verkocht en bouwcontracten hebben gesloten, waarbij hij grote hoeveelheden geld zou hebben opgestreken. In 2007 werd Roriz via geheime opnames ook betrapt op het onderhandelen over een omkoopbedrag van rond de 900.000 euro. Hij was toen net twee weken lid van de senaat. Om vervolging en afzetting te voorkomen, stapte hij meteen op, een veelvoorkomende praktijk in de Braziliaanse politiek.

Voor dat schandaal moet Roriz nu alsnog bloeden op basis van de wet Ficha Limpa, hoewel hij al heeft aangegeven in beroep te gaan tegen de uitspraak bij het nationale Hoger Verkiezingstribunaal. Zolang een oordeel van de hogere instantie uitblijft, mag hij bovendien campagne blijven voeren. Opmerkelijk is dat donoren zich ondanks de juridische tegenslag blijven melden bij Roriz met campagnegiften.

Teleurstellend, vindt rechter Márlon Jacinto Reis. „Dat geeft wel aan dat we nog werk moet verzetten om de mentaliteit te veranderen. Je zou toch verwachten dat financiers van politici, vaak zijn het bedrijven, zich liever niet laten associëren met corrupte lieden. Het heeft niets met ideologie of beleid te maken, maar alles met zakken vullen.”