Zwemmers Amsterdam nu ook op het podium

Femke Heemskerk (100 vrij) en Sebastiaan Verschuren (200 vrij) wonnen gisteren beiden brons. Voor hun ontwikkeling is zo’n eerste podiumplaats van groot belang, weten ze.

Sebastiaan Verschuren stond gisteravond net uit te leggen hoe het voelde, zijn eerste medaille op een groot zwemtoernooi, toen hij op de rug werd geklopt en een zoen op zijn wang kreeg van een stralende Femke Heemskerk. Voor de twee ploeggenoten van het Nationaal Zweminstituut Amsterdam (NZA) was het een bijzondere dag bij de EK langebaan in Boedapest: ook Heemskerk behaalde haar eerste individuele medaille – brons op de 100 meter vrije slag – kort nadat Verschuren het brons was omgehangen voor zijn finale op de 200 vrij. „Ik sta erbij”, constateerde Heemskerk glunderend. En Verschuren: „Natuurlijk ben ik opgelucht. Er stond veel druk op.”

Wellicht hadden beide zwemmers stiekem op meer gehoopt, in elk geval een persoonlijk record. Maar hun coach Martin Truijens wees liever op de belangrijke stap die zij gisteravond zetten in hun leerproces. „Finales moet je leren zwemmen.”

Voor ‘Amsterdam’ betekenden de medailles een opsteker. De ploeg opereert al jaren in de schaduw van grote broer ‘Eindhoven’, het zwembolwerk dat ontstond in het kielzog van het samenwerkingsverband tussen Jacco Verhaeren en Pieter van den Hoogenband. De successen van Marleen Veldhuis, Inge Dekker, Ranomi Kromowidjojo en van marathonzwemmers Maarten van der Weijden en Linsy Heister werden grotendeels geregisseerd vanuit Brabant.

De ploeg van Truijens wil de komende jaren meer gaan bijdragen aan de nationale successen. Volgens Heemskerk, de enige Amsterdamse Golden Girl in de ‘basis’ van de Nederlandse estafetteploeg, staat er na enkele jaren timmeren „een zeer hecht team” in het Sloterparkbad.

Daar legde Heemskerk (22) een lange weg af naar haar eerste individuele podiumplaats. Met de estafetteploeg maakte ze alles al mee – een olympische gouden medaille, wereldtitels en wereldrecords – maar alleen zwemmen is heel anders, leerde ze.

Heemskerk erkent dat ze zichzelf in het verleden tekortdeed door zich druk te maken over dingen die ze niet in eigen hand heeft, zoals de tijden die haar mogelijke tegenstanders aan de andere kant van de wereld zwemmen. „Ik ging op internet kijken wat ze in Amerika hadden gezwommen. Maar ik heb geleerd dat ik niet beter ga zwemmen als ik me heel druk maak om mijn concurrenten, en als ik me heel zenuwachtig maak.”

Ook liet ze zich snel afleiden door bijzaken, zoals vorig jaar tijdens de WK in Rome, waar ze de finale van de 200 meter, haar specialiteit, miste. „Ik was daar onrustig. Maar ik heb het afgelopen jaar veel geleerd.” Een deel van die onrust kwam voort uit persoonlijke zaken, waarover ze niet wil praten. „Die vuile zak wil ik niet meer opentrekken, daar ben ik klaar mee.”

Sinds ze regelmatig contact heeft met sportpsychologe Karin de Bruin en oud-olympisch kampioene Inge de Bruijn, kan Heemskerk beter omgaan met haar leven als topsporter. „Ik moet de rust bewaren. Ik vind het heel leuk om met veel mensen te praten. Ik ben een nieuwsgierig type. Ik moet niet te veel nadenken over wat ik allemaal wil, ik moet denken aan wat ik moet doen. What’s important now?”

Gisteravond kreeg ze in Boedapest in elk geval de kans van haar leven op een medaille door de afwezigheid van een aantal topfavorieten. De Duitse wereldrecordhoudster Britta Steffen is niet fit, en ook Heemskerks Eindhovense concurrenten Veldhuis, Dekker en Kromowidjojo waren om verschillende reden afwezig. Door de zware binnenlandse concurrentie was het voor Heemskerk op de 100 vrij vrijwel onmogelijk zich te plaatsen voor de halve finales, omdat er altijd wel twee landgenoten sneller waren op het koningsnummer – per land mogen maximaal twee zwemsters naar de halve finales.

Het enige smetje was, vond Heemskerk gisteravond zelf, dat ze met 54,12 haar persoonlijk record (53,83) niet verbeterde. Ze erkende haar meerdere in de Britse winnares Francesca Halsall (53,58), maar de verrassende Wit-Russische Aliaksandra Herasimenia (53,82) had ze graag willen verslaan. „Ik ben heel blij dat ik het podium heb gehaald. Ik stond niet stijf van de zenuwen, en heb genoten van het publiek.”

Haar ploeggenoot Verschuren heeft beduidend minder internationale ervaring dan olympisch kampioen Heemskerk, maar hij bereikte vorig jaar tijdens de WK in Rome al de 200-meterfinale, waarin hij zevende werd. Hij was gisteren wel nerveus geweest voor zijn race, en was ’s ochtends zelfs vergeten zijn trainingszwembroek mee te nemen uit zijn hotel. „Ik weet sinds vorig jaar dat ik redelijk goed kan zwemmen”, zei hij. „Vandaag heb ik de bevestiging gekregen.”

Ondanks zijn zenuwen vocht Verschuren (1.46,91) zich knap naar de derde plaats, net als vorig jaar ruim achter de Duitser Paul Biedermann (1.46,06), en de Rus Nikita Lobintsev (1.46,51). „Hier heb ik een jaar voor gewerkt”, sprak Verschuren tevreden. „Na mijn race kwam Inge de Bruijn als een gek op me afrennen. ‘Die eerste vergeet je nooit’, zei ze. Dat denk ik ook niet. Het besef zal straks wel komen.”

Vanochtend had de Amsterdammer alweer andere zaken aan zijn hoofd. Op de 100 vrij plaatste hij zich eenvoudig voor de halve finales, vanavond. Met een evenaring van zijn persoonlijk record (48,91) ging hij als vijfde door.