Windmachine blaast op fluit

Klankkaatser, Glissando-machine en Oer-oorsprong. In Amsterdam is vanaf zaterdag een expositie van geluidkunstenaar Hans van Koolwijk. „Ik zoek een meditatieve sfeer.”

Het atelier van Hans van Koolwijk verraadt niet meteen wat er gemaakt wordt. Er liggen planken en buizen, schelpen en bamboestokken. Tussen de stellages staan apparaten met slangen, hendels en knoppen, één met een soort schotelantenne erop. Een groep carillonklokjes is de enige concrete aanwijzing voor het specialisme van Van Koolwijk: ‘geluidkunst’, noemt hij het zelf. Hij produceert fysieke objecten - sculpturen, apparaten - die geluid produceren, of waarmee zelfs muziek kan worden voortgebracht.

In het Muziekgebouw aan ’t IJ is vanaf zaterdag de overzichtstentoonstelling Klank als materie te zien, georganiseerd door Muziek Centrum Nederland. Naast bestaande objecten zoals de Glissando-Machine (een blaasbalg met fluiten) en de Oer-Oorsprong (een enorme, staande fluit), is er ook een nieuw werk te zien: de Klankkaatser. Het ontwerp - een metershoog, ovaal gevaarte met een deurtje onderin - doet denken aan een voertuig uit een verhaal van Jules Verne. Binnenin heerst dankzij de elliptische vorm een unieke akoestiek met twee brandpunten. In het ene brandpunt, hoog bovenin de klankkaatser, bevindt zich een ‘geluidmachine’. Voor wie zijn hoofd in het andere brandpunt onderin houdt, lijkt het geluid vanuit zijn hoofd te komen.

„Dit is voor het eerst dat ik mijn éigen, afgesloten ruimte maak - iets dat ik al jaren wil”, vertelt Van Koolwijk. „De ruimtes waarin mijn werk wordt geëxposeerd zijn meestal prachtig, maar elke keer is er weer iets: een andere tentoonstelling waar je tegen moet vechten, bezoekers die herrie maken als ze lopen, van alles.”

De fysieke ruimte in de klankkaatser en de geluidmachine zijn door Van Koolwijk in samenhang bedacht. „Als het goed is, gaan die twee ook echt samenwerken. Ik vind de klank uiteindelijk belangrijker dan het beeld. Je kunt in zo’n ruimte natuurlijk van alles doen, en het is heel makkelijk om dat spectaculair te maken, maar dan wordt het een soort kermisattractie. Ik zoek juist naar een soort meditatieve sfeer - zonder soft of new age-achtig te willen zijn, en zonder de bezoeker in een bepaalde richting te dwingen.”

De ‘geluidmachine’ die de klankkaatser met geluid vult, bestaat uit vijf door een windmachine aangeblazen fluiten, waarvan toonhoogte en volume door de computer worden bestuurd. „De toonhoogte wordt gevarieerd met een zware, deels geopende obstructie die de pijp langer of korter maakt”, legt Van Koolwijk uit. „Die opening heeft een bijzondere invloed op de geluidstrillingen: er ontstaan jodelende glissando’s, dubbeltonen en andere rare effecten. ‘Interessant verrijkte klanken’, noem ik dat.”

Het maken van een compositie, die bepaalt wat de geluidmachine precies zal spelen, liet Van Koolwijk over aan componist Hans van Eck. „Het was míjn werk om dit object te maken, de klank te bepalen en al die mogelijkheden te creëren”, zegt Van Koolwijk. „Ik wilde bijvoorbeeld twee fluiten met bijna dezelfde toonhoogte gebruiken, zodat je zwevingen kunt maken, en daarmee warmere, diepere en gevoelvollere tonen. Maar een compositie maken, een keuze uit al die mogelijkheden vastleggen, dat kan ik helemaal niet. Het gaat dan ook meer over de beleving van het moment dan over de compositie als een geheel.”

Van Ecks basiscompositie bestaat uit een aantal variaties die ‘luisteren’ naar het uur van de dag. ’s Avonds klinkt het relatief rustiger en minder extreem dan ’s morgens. „Je weet dus nooit precies wat er komt. Het gaat meer over de beleving van het moment dan over de compositie als een geheel.”

Klank als materie: 14/8 t/m 12/9 Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Inl: muziekgebouw.nl