Uitverkoop van collectie Willem II

De collectie schilderijen en tekeningen van de in 1849 overleden koning Willem II werd in 1850 geveild. National Gallery en Hermitage pronken nu met wat ooit in Nederland hing.

Vandaag precies honderdzestig jaar geleden logeerde de top van de internationale kunstwereld in Den Haag. Mensen van het Louvre, handelaars uit Londen, agenten van koningen en de tsaar van Rusland. Ze waren in Nederland voor de veiling van de eeuw: de collectie van de in 1849 overleden koning Willem II, de held van Waterloo. Van Eycks, Rafaëls, Titiaans, Da Vinci’s en Michelangelo’s – bij elkaar meer dan 350 schilderijen.

„Het blijft eeuwig zonde dat die kunstschat heeft mogen vertrekken”, zegt kunsthistoricus Erik Hinterding die over de collectie in 1989 samen met Femy Horsch de studie A small but choice collection publiceerde. „Uiteraard was het een verlies voor Nederland. We kunnen ons de haren uit het hoofd trekken dat er niets gedaan is. Maar kunst was geen regeringszaak.” Van de liberale premier Thorbecke, wiens Grondwet in 1848 was aangenomen met hulp van Willem II, viel op dat vlak inderdaad weinig te verwachten.

Bij de veilingcatalogus van 1850 is het goed dromen over wat er allemaal in Nederlandse musea had kunnen hangen. Het is ook goed om daar even bij stil te staan nu de komende tijd over collecties als die van ABN Amro, Fortis en Scheringa besluiten genomen worden.

Het Rijksmuseum had in 1850 geen budget voor aankopen en kreeg dat ook niet voor deze gelegenheid. Buitenlandse musea hadden meer geluk. Het Louvre was met veel geld naar Den Haag gekomen. Bestuurslid Cornill d’Orville van het Städel Museum in Frankfurt was met 32.000 gulden en een verlanglijstje afgereisd. Over de veiling, die bijna twee weken duurde, schreef hij brieven naar zijn directeur in Frankfurt. d’Orville klaagt dat de Russen zo ontzettend rijk zijn en dat ze net als hij vooral uit zijn op Willems unieke Italianen en Vlaamse primitieven. Toch wist hij de tweede dag wist de schitterende Lucca Madonna van Van Eyck in de wacht te slepen voor 3.000 gulden. Bij een nog mooiere Van Eyck, de Verkondiging, moest de Duitser het afleggen tegen de Russen die het voor 5.375 gulden meenamen naar St Petersburg. Toen de Italianen van de koning aan de beurt waren moest het Städel toekijken hoe die voor tienduizenden guldens naar het Louvre en de tsaar gingen. Dat de Britse Lord Hertford, die op één dag voor 169.050 gulden kocht, de Russen vaak de baas was, deed hem genoegen. Maar de Heilige familie van Perugino, nu in het Louvre, had hij graag mee naar huis genomen.

In de tweede veilingweek waren Willems tekeningen aan de beurt. Het Städel kocht voor 6.334 gulden negentien mooie, waaronder een Michelangelo en acht Rafaëls. De Britse handelaar Colnaghi kocht een andere tekening van Rafaël – volgens d’Orville een minder mooie - die toevallig eind vorig jaar opnieuw is geveild. Bij Christie’s in Londen bracht Hoofd van een muze 26 miljoen pond op. Het is het duurste werk op papier ooit geveild. „De tekeningen zijn het scandaleuze deel van de veiling”, zegt Hinterding. „Er was in Nederland voor werk op dat niveau geen expertise aanwezig en daarom zijn ze voor schandalig lage prijzen te koop aangeboden.”

Van Eycks Verkondiging is na de Russische revolutie in de National Gallery in Washington terechtgekomen. In Londen hangen in de National Gallery en de Wallace Collection topstukken uit de collectie. Brusselse en Antwerpse musea pronken met werk dat ooit aan de koning toebehoorde. Ook in Weimar, Dresden en Berlijn hangt werk uit Willems verzameling.

Van Rembrandt, Hobbema, Wouwerman en andere zeventiende-eeuwers had Willem II belangrijke werken in zijn collectie. Hedendaagse Nederlandse schilders als Koekkoek en Schotel steunde hij met belangrijke aankopen. Met Koekkoek maakte hij zelfs een schilderreis langs zijn Luxemburgse bezittingen. Willem II hield ook voor hij in 1840 koning werd van een royale, kostbare levensstijl met veel reizen, opera en bals. Kunst hoorde daar bij. En al zijn de meeste van zijn Rembrandts volgens onze kennis niet langer echt, het portret van Nicolaes Ruts (Frick Collection, New York) en zeker zijn Titus (National Gallery, Londen) waren waardevolle aanvullingen geweest op de Collectie Nederland. Willems gekoesterde Titiaan – afwezig in Nederland - en Leonardo da Vinci – idem - bleken later helaas van andere meesters. Maar La Colombina had het Rijksmuseum in plaats van de Hermitage kunnen sieren, ook al is Francesco Melzi en niet Da Vinci de maker.

Er bleef wel iets behouden, zoals Rubens’ portret van Anna van Oostenrijk dat na een schenking in het Rijksmuseum hangt. Maar geen topstukken. Dat is bij de Vlaamse primitieven misschien nog wel spijtiger dan bij de Italianen. „Bij die vroege Nederlanders was Willem een van de voortrekkers”, zegt Hinterding. „Hij had het beste dat toen te krijgen was.” Zo’n collectie bijeenbrengen kon later niet meer.

Nogal wat van Willems aanschaffen zouden we tegenwoordig oorlogskunst noemen. Sommige schilderijen waren in Spanje geroofd door generaals van Napoleon. Ook Van Eycks Verkondiging kwam na de Franse revolutie op de markt. Hij hing voor die tijd vermoedelijk honderden jaren in een klooster in Dijon en was ooit gemaakt voor het Bourgondische hof. Overigens kwam ook van de bijna tweehonderd schilderijen die de Fransen na de Bataafse opstand van de Oranjes stalen, een derde nooit terug. Wat geretourneerd ging naar het Rijksmuseum en Mauritshuis, tot irritatie van Willem II die ze graag in paleis Kneuterdijk in de door hem zelf ontworpen gothische hal had opgehangen. Maar wat daar wel hing was indrukwekkend genoeg en toegankelijk voor belangstellenden als de koning van huis was.

Het pijnlijkst van het verlies van de collectie is dat de verkoop van de kunst achteraf helemaal niet nodig bleek. „Er is te impulsief op de schulden gereageerd”, zegt Hinterding. Willem II had zo slim geïnvesteerd in grond en aandelen dat de erven in 1852 9 miljoen gulden konden incasseren uit dat deel van zijn nalatenschap.

Rectificaties / gerectificeerd

Correcties & aanvullingen

In het artikel Uitverkoop van collectie Willem II (12 augustus, pagina 9) staat dat er geen schilderij van Titiaan in Nederland is. Dat klopt niet. Museum Boijmans Van Beuningen bezit Jongen met honden in een landschap (ca.1565).