Soliditeit versus dedain en cynisme

Andries Knevel en Tijs van den Brink zouden eigenlijk per direct van het scherm moeten. Wat die twee EO-mannen uitspoken op het tijdslot van Pauw & Witteman kan natuurlijk absoluut niet. Dat is tenminste het standpunt dat Jeroen Pauw in bijna elk interview verwoordt. De afkondiging van de laatste P&W sprak wat dat betreft boekdelen. „Maandag zijn wij er niet. Dan zitten op dit tijdstip Knevel… en hoe heet die andere ook alweer?” Ook Witteman kon niet nalaten in een ander programma nog even naar zijn EO-collega’s te sneren. Collegialiteit viert hoogtij in Hilversum. Terwijl Pauw en Witteman het idee van een latenighttalkshow natuurlijk ook niet zelf bedacht hebben en schatplichtig zijn aan Barend & Van Dorp.

En zijn Knevel en Van den Brink nu werkelijk zo’n aanfluiting? De gesprekken aan tafel zijn doorgaans solide en adequaat. In het interview gisteren met Marcel Dokter van de vrijwillige brandweer – bij een nieuwjaarsbrand gewond geraakt door agressie van omstanders – bleef geen vraag liggen. Dokter trachtte de huizen van omwonenden te beschermen tegen vliegvuur. Van den Brink: „Vliegvuur. Is dat vuur dat vliegt?” De ondertoon van alle gesprekken is wel voortdurend opvallend ernstig. Er wordt aan de EO-tafel maar zelden gelachen. Hooguit per ongeluk. Knevel: „Nu blijkt vandaag dat 60 procent van de vrijwillige brandweer onder vuur ligt.” Onder vúúr! Lolliger moet het toch niet worden.

De toon van P&W is aanmerkelijk losser en frivoler. Maar wat P&W soms moeilijk verteerbaar maakt is het cynisme en het dedain dat de gastheren geregeld uitstralen. Vooral bij vrouwelijke gasten en vertegenwoordigers van de lichte muze. ‘Bij ons aan tafel Frans Bauer. U heeft weer een nieuwe cd gemaakt. Schaamt u zich daar eigenlijk niet voor?’ Ze vragen het misschien nog net niet, maar het hangt in de lucht. Wat het programma wel sterk maakt is de rolverdeling tussen beide interviewers. Witteman is (of speelt) het journalistieke kompas, ‘die andere’ heeft een wat vrijere rol. Dat pakt meestal goed uit.

Duo’s hebben alleen een meerwaarde als beide partijen iets aan elkaar toevoegen. En dat is nou net wat bij K&VdB niet gebeurt. Goed, er zijn verschillen: Van den Brink is de betere interviewer van de twee, al weet Knevel dat verschil door zijn grotere tv-ervaring redelijk ongedaan te maken. Maar grosso modo lijken de mannen toch teveel op elkaar. In plaats van dat ze de ander laten opbloeien versterken ze elkaars ernst en verkramptheid. Dat betekent nog niet dat hun programma geen bestaansrecht heeft. In september is P&W weer terug. Reken maar dat K&VdB voordien nog mooi het hele nieuwe rechtse kabinet aan tafel heeft.