Ruim 2000 vervuilers moeten dicht in China

China heeft meer dan 2.000 oude, vervuilende fabrieken aangewezen die moeten sluiten. Gaat het om een serieus initiatief om uitstoot te beperken, of om een publiciteitsstunt?

Het Chinese ministerie van Industrie heeft voor het eerst een lijst gepubliceerd van meer dan 2000 zwaar vervuilende, energie verspillende bedrijven die uiterlijk voor 30 september 2010 gesloten moeten worden. Het is een unicum dat een Chinees ministerie een dergelijke lijst van vervuilers en eventuele sancties openbaar maakt.

Of het om een nieuw en daadkrachtig initiatief gaat om schoner te gaan produceren en de belofte van 20 procent reductie van het energieverbruik in 2020 te realiseren of om een publicrelationsstunt, is nog niet duidelijk.

Uit voorlopig onderzoek van het WWF in China en het Instituut voor Publieke en Milieuzaken, een erkende non-gouvernementele organisatie in Peking, blijkt dat zeker 15 van de genoemde 2087 staal-, cement- en papierbedrijven enkele jaren geleden zijn gesloten. „Een flink aantal van de bedrijven op de lijst zijn al dicht, sommige zijn zelfs sinds de zomer van 2008 in de aanloop van de Olympische Spelen gesloten”, zegt Ma Ju, directeur van de milieugroep.

De lijst die is opgesteld door het ministerie van Industrie in Peking is gebaseerd op gegevens van de provinciale overheden en omvat productiebedrijven van de grootste staal-, papier- en cementfabrieken van China, waaronder Baosteel. „De lokale overheden hebben die bedrijven op de lijst gezet omdat zij toch al zijn gesloten of op het punt staan vervangen te worden”, zegt ook Yang Fuqiang, klimaatexpert van WWF China.

De reeds gesloten ondernemingen bevinden zich in Shanghai, de stad die in China voorop loopt op het gebied van schonere productie, in Ningbo en in de provincie Hebei rondom Peking. De gepubliceerde lijst omvat verder bedrijven die behoren tot de grote staatsondernemingen, zoals Chinalco, Angang Steel en Shougang Steel. In totaal zijn 18 verschillende industrieën op de lijst vertegenwoordigd. Als de bedrijven niet gesloten worden, verliezen de eigenaren bankleningen en productievergunningen.

Voor Ma Jun, een milieuactivist met goede relaties met de overheid, is het twijfelachtig of de publicatie van de lijst grote impact zal hebben, maar, zegt hij: „Het beleid op zich gaat de goede kant op.” Het is voor het eerst dat een zo invloedrijk ministerie in het openbaar de vervuilers bij naam noemt. Ma Jun, die in 2006 door het weekblad Time op de lijst van honderd invloedrijkste mensen in de wereld werd gezet, pleit al jaren voor het openbaar maken van de grootste vervuilers. Zelf maakt hij ook lijsten en kaarten van de grootste vervuilers, energiegebruikers en vervuilde gebieden.

Hij legt uit dat de lijst in de toekomst een „zeer nuttig instrument” is om de locale overheden en staatsbedrijven onder druk te zetten om zich aan de instructies van Peking te houden. In mei van dit jaar zei de Chinese premier Wen Jiabao dat hij „een ijzeren vuist” zou gebruiken om bedrijven te dwingen schoner en vooral energie-efficiënter te produceren.

„Het grote probleem is vaak de implementatie van op zich goed beleid”, legt Yang Fuqiang van het ook door de autoriteiten erkende WWF uit. „Vaak dwarsbomen of vertragen lagere overheden en staatsbedrijven de pogingen om energiezuiniger te produceren.” Economische groei wordt belangrijker geacht dan het klimaat.

Maar het denken daarover is onder druk van de oplopende nationale energierekening, milieuproblemen, zoals de dodelijke luchtvervuiling in Peking, en het internationale klimaatdebat aan het veranderen. Daarnaast hebben Chinese ondernemers en investeerders ontdekt dat met schonere energiewinning en -productie veel geld te verdienen valt. De Chinese industrie verbruikt zes keer zo veel energie per geproduceerde eenheid product als Duitsland en Japan. Deze energie – kolen, gas en olie – wordt voor een groot deel geïmporteerd.

Volgens de Chinese econoom Andy Xie in Shanghai en anderen is een drastische koerswijziging noodzakelijk wil de Chinese economie op termijn blijven groeien. „In de afgelopen jaren stond het stimuleren van de economie voorop. Het waren vooral vervuilende industrieën die hebben geprofiteerd van de fiscale maatregelen ter waarde van 450 miljard euro. Nu is het tijd om van koers te veranderen en de industrie energiezuiniger te maken”, aldus Xie, die de lijst van vervuilers een hoog retorisch gehalte toekent.

Uit onderzoeken van Xie, voormalig hoofdeconoom bij Morgan Stanley, het Internationaal Energie Agentschap in Parijs en Dragonomics in Peking, blijkt dat de energie-intensiteit per geproduceerde eenheid product weliswaar daalt, maar dat door de groei van de economische activiteiten het totale energieverbruik toeneemt.

„Er worden bescheiden pogingen ondernomen zuiniger te produceren in de belangrijkste industriële sectoren, maar als je vervolgens overal wegen, vliegvelden en industrieparken aanlegt en de benzine- en olieconsumptie subsidieert, belooft het reduceren van het energiegebruik een enorm karwei te worden”, aldus Xie.