Oneliners van een hedonistisch econoom

Auteur:Mathijs BoumanTitel: De elektrische spijkerbroek en andere avonturen in de economie. Uitgever: Balans. ISBN: 978 94 600 3234 9. 175 blz., € 15,-

Economie, vindt economisch journalist Mathijs Bouman, draait om plezier en genot. Als economen dat meer uitdragen, verbeteren ze hun imago. Dan zijn ze niet alleen somberaars die altijd bezuinigingen bepleiten of minkukels die de economische crisis niet hebben zien aankomen, maar pleitbezorgers van welvaartsverhogend hedonisme.

De dag- en weekbladcolumns die zijn gebundeld in De Elektrische spijkerbroek stralen de vrolijke kijk van Bouman op de economie uit. Hij behandelt actuele onderwerpen op een toegankelijke manier, zonder de theoretische inzichten van de economische wetenschap te verwaarlozen.

En hij is goed in oneliners: „Als vrouwen minder belasting betalen, gaan mannen vaker stofzuigen” (over marginale belastingdruk en de ongelijke verdeling van huishoudelijke taken), „’s Werelds hoogste gebouwen zijn vaak een voorbode van rampspoed” (over de prestigestrijd van de hoogste wolkenkrabbers), „De concertzaal is belangrijker voor de Europese economie dan de chemische fabriek” (over de economische betekenis van de cultuursector) of „Het verhaal van de kredietcrisis begint op het Chinese en Indiase platteland” (over de gevolgen van het aanbod van goedkope Aziatische arbeidskrachten).

Bouman is een economische liberaal met standpunten die haaks staan op die van beoogd liberaal premier Mark Rutte. Hij pleit voor successiebelasting (de VVD was vorig jaar tegen), voor kilometerheffing en voor hogere brandstofaccijnzen. Griekenland mag van hem „uit de euro worden gegooid” en beleggen in goud is onzin, want goud is ‘dood geld’.

Zijn opvattingen over de belastingdruk zijn een echo van de supply siders uit de tijd van president Reagan. Volgens Bouman werken Amerikanen harder dan Europeanen omdat de belastingdruk daar lager is (wat met lokale en staatsbelastingen nog maar de vraag is). Hij laat ongezegd dat het gemiddelde jaarinkomen van 90 procent van de Amerikaanse gezinnen sinds 1973 nauwelijks is gestegen. Amerikanen werken zo hard om de eindjes aan elkaar te knopen.

Bouman is een voorstander van marktwerking, al merkt hij op dat de helft van de Nobelprijswinnaars van de afgelopen tien jaar gingen naar economen die zich bezighielden met vormen van marktfalen. Met modieuze kritiek op de markt – hier haalt hij ook NRC-columnisten aan – maakt hij korte metten. Die critici verwijt hij ‘retrosocialisme’, een nostalgische hang naar ‘vadertje Staat’ uit de tijd van Willem Drees. Ook al faalt de markt soms, marktwerking levert altijd meer welvaart op dan een falende Staat. En instemmend citeert Bouman de godfather van de vrijemarkteconomie, Milton Friedman, over de rol van de Staat: „Geef een overheid de leiding over de Sahara en na vijf jaar is er een tekort aan zand.”