Monetair beleid van de Fed beweegt de verkeerde kant op

De Federal Reserve (Fed, het stelsel van Amerikaanse centrale banken) gaat met haar beleid de verkeerde kant op. Verontrust door de trage groei heeft het Federal Open Market Committee (FOMC, het comité van de Fed dat de rente vaststelt) dinsdag besloten tot een marginale versoepeling van het monetair beleid. Dit werd gedaan door een deel van de portefeuille aan hypotheekobligaties van de centrale bank te herinvesteren in staatsobligaties met een langere looptijd. Maar de zwakkere productiviteitsgroei heeft nu, naast de stijgende prijzen op de wereldmarkt, gezorgd voor meer inflatiedruk in de VS. Het gevolg is dat de Fed zich in een positie heeft gemanoeuvreerd waarbij zij zal achterlopen op iedere economische verandering.

Het FOMC lijkt te hebben gereageerd op het tragere tempo van het herstel van de productie en de werkgelegenheid. De kleine bijstelling van de richting is belangrijker dan het beleid zelf. Het bezit van de Fed aan hypotheekobligaties bedroeg in de week van 4 augustus gemiddeld 1.300 miljard dollar, ofwel slechts 40 miljard dollar méér dan in de week van 31 maart, toen de aankopen door de Fed van dat soort effecten hadden moeten eindigen. Over het geheel genomen groeide de balans van de Fed in deze periode met slechts 19 miljard dollar naar 2.300 miljard dollar. Een besluit om louter effecten die het einde van hun looptijd naderen te herinvesteren, zal de ontwikkeling van de balansgroei dus niet ingrijpend wijzigen.

Ook al stagneren de prijsstijgingen in de Verenigde Staten, dat is niet overal het geval. De mondiale grondstoffen- en energiemarkten blijven opwaartse druk uitoefenen, met nieuwe records van de prijzen voor koper, tin en tarwe. Bovendien lijkt het waarschijnlijk dat de snelgroeiende economieën van China en India, waar de lonen en prijzen stijgen, de Amerikaanse importprijzen voor goederen en diensten de komende maanden zullen beïnvloeden.

Daar bovenop komt nog het jongste driemaandelijkse productiviteitsrapport. Dit wijst erop dat de snelle productiviteitsgroei tijdens de recessie is teruggelopen. Deze trend mag dan goed nieuws zijn voor de Amerikaanse werklozen, het is slecht nieuws voor de bedrijfswinsten en prijzen, of zeer waarschijnlijk allebei.

Thomas Hoenig heeft terecht geprobeerd de Fed de andere richting op te laten bewegen. De president van de regionale Fed in Kansas City heeft aanbevolen dat het FOMC ophoudt te spreken over een ‘langere periode’ van ultralage rentes, om zichzelf de mogelijkheid te geven het monetair beleid snel te verkrappen als dat nodig blijkt. Dit lijkt verstandig en behoedzaam; het aantal signalen dat op toenemende inflatie duidt overtreft de tegenovergestelde signalen, en steken nu snel genoeg de kop op om een krachtig antwoord van de Fed noodzakelijk te kunnen maken.

Martin Hutchinson