Iedereen vijf ballen op de Fringe in Edinburgh

„Wil je comedy zien van 4 of 5 sterren?”, fluisteren de folderaars op High Street. In deze afgezette straat, het middelpunt van het Edinburgh Fringe Festival, verdringt het publiek zich rond de straatartiesten. Tientallen folderaars wringen zich er tussendoor, vaak verkleed, van middeleeuwse mantel tot halfnaakt showpakje: „Hé, psshh, wil je echt lachen?”

Ze moeten wel, want het aanbod op het festival is overweldigend. Honderden artiesten en groepen hebben drie weken lang zo’n 250 zalen te vullen, met comedy, theater, dans, musicals en muziek. En dan moeten het prestigieuze International Festival en het Book Festival dit weekend nog beginnen. Tezamen vormen ze het grootste culturele festival ter wereld. Comedy is de hoofdmoot van het Fringe Festival en geen stand-upper die niet briljant is of „ervoor zorgt dat je je mondhoeken moet laten hechten”.

Ook Mark Watson (The Guardian: *****) kondigde een thema aan zonder zich er veel aan gelegen te laten liggen: zijn depressie en zijn onvermogen contact te maken. Dat onvermogen weerhield hem niet van een furieuze woordenstroom, met voldoende rake grappen om het uur prettig door te komen. Innemend waren de opdrachten die hij het publiek meegaf. Vaker ‘boehen’ naar mensen die zich onbeleefd of ongepast gedragen, in hun gezicht. Je aanstoten, zonder pardon te zeggen? Boeh! „Werkt bevrijdend”, aldus Mark Watson.

En we moesten mensen achterna zitten, lekker rennen en opjagen. Als vierjarige dacht hij dat een groot deel van zijn leven daaruit zou bestaan, „maar na je twintigste gaat de lol eraf”. De folderaars denken er anders over.