Folkeparti is nu helemaal ingeburgerd

Na negen jaar gedoogsteun geldt de Deense Volkspartij nu als betrouwbaar en bekwaam.

De immigratiewetten werden jaarlijks strikter. Zelfs het regeringspluche lonkt nu.

„Denemarken heeft de strengste immigratie- en asielwetgeving van Europa. Dat is de verdienste van de Dansk Folkeparti (DF).”

Parlementslid Søren Espersen van de Deense Volkspartij, vergelijkbaar met de PVV in Nederland, zegt het met trots. Sinds zijn partij het negen jaar geleden op een akkoordje gooide met de minderheidsregering van Liberalen en Conservatieven, zijn de wetten in Denemarken elk jaar aangescherpt. Maar het kan altijd strikter. Vorige week pleitte zijn partij op het zomercongres in Jutland voor een algehele stop op de immigratie van niet-westerlingen. „We kunnen niet toestaan dat buitenlandse uitkeringstrekkers de Deense verzorgingsstaat ondermijnen in tijden van bezuiniging”, vertelt Espersen in Kopenhagen.

Espersen laat er geen misverstand over bestaan, hij heeft het over „buitenlanders met een moslimachtergrond”. „Ze passen zich niet aan. Ze willen dat Denemarken net zo wordt als hun vaderland. De islam vormt een bedreiging voor de westerse democratie. Noem me één democratisch moslimland? Indonesië? Nee. Turkije? Nee. Ik wil niet dat mijn land die kant opgaat.”

Dit zijn opvattingen van een partij die door regeringspartners en oppositie zonder uitzondering wordt omschreven als „respectabel”, „bekwaam” en „betrouwbaar”. Volgens politicoloog Roger Buch worden de ideeën over immigratie in grote lijnen door de meeste Deense partijen gedeeld, ook door de sociaal-democraten, de tweede partij van het land. „De Volkspartij gaat nog altijd net een stapje verder. Maar een linkse meerderheid bij de verkiezingen zou niet leiden tot versoepeling van het immigratiebeleid.”

In 1995, toen parlementsleden van een populistische anti-belastingpartij zich afscheidden om de Dansk Folkeparti te vormen, hadden die andere partijen nauwelijks aandacht voor immigratie. Het was de Volkspartij die het thema bovenaan de politieke agenda plaatste met provocerende uitspraken van partijleider Pia Kjaersgaard. Moslims noemde ze „leugenaars, misleiders en bedriegers”. Ze hekelde immigranten die een vermogen aan kinderbijslag innen met hun grote gezinnen. Met deze uitspraken haalde de nieuwe partij in 1998 7,4 procent van de stemmen, een aandeel dat bij de drie volgende verkiezingen bijna zou verdubbelen tot 13,9 procent.

De doorbraak voor de Deense Volkspartij kwam in 2001, na de aanslagen van 11 september, toen het vreemdelingenbeleid het hoofdthema van de verkiezingen werd. Als derde partij van het land kwam ze in de positie een rechtse minderheidsregering aan een meerderheid helpen. Die sleutelrol heeft ze volgens Lars Nielsen, chef binnenland van het dagblad Politiken, bekwaam uitgebuit.

Anders dan in Nederland is een minderheidsregering in Denemarken de regel, geen uitzondering. Zo’n regering is genoodzaakt bij elk wetsvoorstel een meerderheid in het parlement bij elkaar te sprokkelen door met steeds wisselende partijen te komen tot een compromis.

De politieke noviteit die de Deense Volkspartij introduceerde is dat zij zich aanbood als voorkeurspartner. De Volkspartij steunt inmiddels al negen jaar een rechtse minderheidsregering. In ruil doet de regering bij elk initiatief eerst zaken met de Volkspartij. Behalve als het gaat om de Europese Unie, omdat de regering pro-EU is terwijl de Volkspartij Brussel ziet als bedreiging voor de Deense soevereiniteit.

„Dit gedoogakkoord heeft de Volkspartij buitenproportioneel veel invloed gegeven”, zegt politicoloog Roger Buch. Vooral op immigratie- en integratiebeleid, maar ook op andere terreinen die voor de Volkspartij belangrijk zijn, zoals veiligheid en koopkracht voor ouderen. „Elke begroting draagt de vingerafdrukken van de Deense Volkspartij.” Logisch, vindt Michael Aastrup Jensen, parlementslid van de Liberale regeringspartij. „Ze hebben recht op hun deel van de taart.”

„Negen jaar gedogen heeft de Deense Volkspartij geciviliseerd”, zegt journalist Lars Nielsen. „Ze is een partij als alle andere, met leden en congressen. Misschien iets centralistischer. Vier, vijf mensen maken de dienst uit. Andersdenkenden of extremistische en racistische leden worden zonder pardon de partij uitgezet.” Dat overkwam voorzitter Lars Hedegaard van de Freedom of the Press Society nadat hij vorig jaar verklaarde dat „verkrachting binnen moslimgezinnen gebruikelijk is”.

Na drie minderheidsregeringen overeind te hebben gehouden, lonkt de partij naar het regeringspluche. „Dit is waarschijnlijk onze laatste gedoogperiode”, zegt parlementslid Søren Espersen. De partij mijdt daarom controverses en provocaties. Partijleider Kjaersgaard heeft de islam al in geen jaren „een lagere beschaving” meer genoemd.

„Maar de Volkspartij”, zegt Naser Khader, parlementslid van de regerende Conservatieven, „gooit geloof en extremistische politieke ideologie nog altijd op één hoop als ze het over de islam heeft. Ze maakt geen onderscheid. Dat is beledigend voor het merendeel van de ruim tweehonderdduizend moslims in Denemarken die loyaal zijn aan dit land.” Khader is „een seculiere moslim”, van Syrisch-Palestijnse afkomst, als 11-jarig kind in Denemarken gearriveerd.

Als het gaat om „bestrijding van de uitwassen in de moslimgemeenschap” is Khader het helemaal eens met de Deense Volkspartij. Hij noemt onderdrukking van vrouwen, gearrangeerde huwelijk, eerwraak. Zelf heeft hij deze week nog opgeroepen om kinderen niet te laten meedoen aan de ramadan, de islamitische vastenperiode die vandaag begint. „Omdat het schadelijk voor hun gezondheid is.” En islamitische terreur is „een reëel gevaar, ook in Denemarken, dat hard moet worden aangepakt”.

Na negen jaar gedoogsteun zijn veel ideeën van de Deense Volkspartij in Denemarken gemeengoed geworden.