Extreem weer: trend of incident?

Wordt het klimaat extremer? De hitte rond Moskou en de zware regenval in Pakistan en China lijken erop te duiden. Maar erg overzichtelijk is de kwestie niet.

rotterdam, 12 aug. - De vraag naar trends in weersextremen kreeg in alle rapporten van het VN-panel voor klimaatanalyse IPCC aandacht, in het laatste rapport (van 2007) zelfs heel expliciet. De hoofdlijn is: ja, de klimaatmodellen voorspellen extremere weersomstandigheden en ja, ze lijken ook inderdaad vaker voor te komen. Maar eenvoudig is de kwestie niet.

Van individuele weersontwikkelingen (hitte in Moskou, neerslag in Pakistan) kan natuurlijk nooit gezegd worden of die wel of niet passen in een bepaalde trend. Die kan alleen uit statistiek worden afgeleid. Toen de VS in 1988 getroffen werden door een langdurige hitte- en droogtegolf die de maïsoogst verwoestte, verklaarde Nasa-klimatoloog James Hansen voor het congres dat dit het broeikaseffect in werking was. Het zou steeds vaker gaan voorkomen. Het heeft de bewustwording rond het thema geholpen, maar is hem later sterk verweten.

Het publiek meent vaak een ongunstige trend waar te nemen omdat het eerdere extreme weersomstandigheden vergeet: de Amerikaanse ‘Dust Bowl’ tussen 1930 en 1936, de ‘Big Wet’ van 1989 in Australië. De extreme regen in Europa van 2002, de hittegolf een jaar later. Er komt bij dat extreme weersomstandigheden per definitie zeldzaam zijn en zich vaak lokaal voordoen, daardoor biedt zelfs meteorologische statistiek weinig houvast. Het laatste IPCC-rapport schrijft dat voor onderzoek naar trends in ‘extreme weather events’ eigenlijk alleen waarnemingen van de jaren na 1950 bruikbaar zijn.

Veel aandacht kreeg de mogelijke trend in het optreden van tropische cyclonen. In de zomer van 2005 werd de Amerikaanse kust getroffen door zoveel cyclonen (waaronder ‘Katrina’) dat zelfs vakmensen durfden verklaren dat dit een uiting was van het broeikaseffect. Voor 2006 werden weer veel cyclonen voorspeld, maar ze kwamen niet. Het laatste oordeel is dat in de meeste regio’s het aantal cyclonen niet toeneemt, maar dat de cyclonen zwaarder worden.

Het lijkt evident dat dagen met extreem hoge temperaturen vaker zullen voorkomen als de gemiddelde luchttemperatuur op aarde stijgt. Toch is dat niet zo. Als de gemiddelde temperatuur stijgt maar de spreiding in de waarnemingen afneemt, kunnen ze zelfs zeldzamer worden. Het hangt dan vooral af van de definitie die men voor de extreme temperatuur kiest. Is het de temperatuur waar 95 procent van alle dagen uit een meerjarige periode onder blijven? (Dat heet de 95ste percentiel. ) Of 99 procent?

Voor temperatuurextremen hanteert men vaak de 90ste percentiel. Aan de hand daarvan valt te noteren dat extreem warme nachten steeds vaker voorkomen, maar dat de trend in extreem hete dagen veel minder uitgesproken is. Dat is de nuance in de kwestie.

Ook het voorkomen van ongewoon zware neerslag wordt op dagbasis onderzocht. Een dag met ‘zware regenval’ overschrijdt de 95ste percentiel, ‘zeer zware regenval’ de 99ste percentiel. In veel gebieden op gematigde breedte neemt zware regenval toe, zelfs op plaatsen waar de gemiddelde hoeveelheid neerslag niet verandert.

Voor het signaleren van ‘droogte’ wordt meestal de totale hoeveelheid neerslag per maand in combinatie met de temperatuur als maatstaf gebruikt. De laatste vijftig jaar zijn er meer droge periodes in Europa, maar over een eeuw bezien is er geen duidelijke trend.