De overstroming was niet meteen een grote ramp

De ene ramp trekt meer internationale aandacht dan de andere. In Pakistan hebben relatief kleine overstromingen zich geleidelijk uitgebreid.

Internationale donoren hadden vanmorgen 83.611.327 dollar toegezegd voor de slachtoffers van de overstromingen in Pakistan. Gisteren was dat nog 58 miljoen dollar. De oproep van de Verenigde Naties gisteren dat Pakistan voorlopig 459 miljoen nodig heeft, leverde op de eerste dag dus 25 miljoen op. De ramp die veertien miljoen Pakistanen treft leidt tot duidelijk minder donaties dan eerdere natuurrampen van kleinere omvang.

Waarom de ene ramp meer belangstelling van regeringen en particulieren trekt dan de andere is nog niet met zekerheid te zeggen. Wel is bekend dat allerlei factoren een rol spelen. In dit geval weegt waarschijnlijk zwaar dat de ramp zich langzaam heeft voltrokken: op 29 juli werden ruim zestig doden gemeld in de noordwestelijke provincie Khyber-Pakhtunkhwa, een dag later spraken de plaatselijke autoriteiten over 408 doden. Dit is een hoog verlies aan mensenlevens, maar zeker niet uitzonderlijk in het Zuid-Aziatische moessonseizoen. Deze krant meldde de overstroming die dag bij de korte berichten.

Toen duidelijk werd dat de watersnood zich van noord naar zuid over het stroomgebied van de Indus zou uitbreiden, kon ook worden ingeschat dat dit miljoenen Pakistanen in het vlakke land van de provincies Punjab en Sindh zou treffen. Afgelopen vrijdag waarschuwde de Pakistaanse rampenbestrijdingsdienst dat veertien miljoen mensen onder de ramp zouden lijden. De VN namen dit officiële aantal over, zoals zij meestal doen. Daarmee was de ramp opeens groter dan de tsunami uit 2004 en de aardbeving in Haïti bij elkaar, al telden die laatste twee veel meer doden.

Voorzitter van de Samenwerkende Hulporganisaties (SHO) in Nederland Farah Karimi zei dinsdag op de radio dat de omvang van de ramp onvoldoende bekend is omdat de berichtgeving in de media langzaam op gang is gekomen. „Veertien dagen later dringt de omvang van de ramp pas door.” Maar de ramp bestond veertien dagen geleden nog niet in deze omvang. Heel anders is het bij een aardbeving, die zijn schade in enkele seconden aanricht, of een tsunami die binnen uren de Indiase Oceaan overtrekt.

De SHO zien voorlopig af van een nationale hulpactie, mede omdat er minder belangstelling is in de zomervakantie.

Ook speelt de vraag of de internationale gemeenschap minder vrijgevig is wegens de twijfelachtige reputatie van Pakistan. Corruptie en steun aan extremisten worden dan genoemd. Maar beelden van grote aantallen mensen in nood zullen vermoedelijk altijd een humanitaire reactie losmaken. Dat gebeurde ook bij de aardbeving in Pakistaans Kashmir in 2005, waarbij 75.000 doden vielen en drie miljoen mensen de winter dakloos doorbrachten.

Voor sommige regeringen is de ramp juist een kans om de relatie met het land te verbeteren. Dat geldt met name voor de VS, die hun helikopterinzet voor reddingswerk en de distributie van hulpgoederen gisteren verviervoudigd hebben.