De binnenschipper heeft te veel lege tijd

De economische crisis treft de binnenvaart hard. Er is veel minder lading, en de vrachtprijzen zijn gekelderd. Opleggen van binnenschepen lukt niet. „Iedereen wil natuurlijk varen.”

Het is crisis nummer drie die ze momenteel meemaken. Die van 1977 en van 1983 hebben ze overleefd. Maar er is één groot verschil. „Toen kwamen er bijna geen nieuwe schepen bij, nu wel”, zegt binnenschipper Bram Lindhout (60). „Dat zet de prijzen onder druk. Er zijn meer schepen die om dezelfde lading vechten.”

Bram en zijn vrouw Iza (51) hebben, zoals bijna alle binnenvaartschippers, een familiebedrijf. Ze varen op de Inge, een koppelverband (motorschip met duwbak) van 183 meter lang en een inhoud van 5.500 ton, dat begin 2009 in de vaart kwam. Hun zoon Jan en schoondochter Theresia zitten ook in het bedrijf, de ouders van Iza varen af en toe mee voor de gezelligheid. En dan zijn er nog vier matrozen aan boord, en soms een extra stuurman.

Bram en Iza varen meestal tussen staalbedrijf Sidmar in Gent en Bazel. Op de heenweg – vaartijd zo’n negentig uur – gaan staalrollen mee voor de Italiaanse auto-industrie. Op de terugweg – stroomafwaarts, ongeveer vijftig uur – grind voor onder meer de wegenbouw. Ze hebben een contract met een bevrachtingskantoor. Als dat lading heeft, worden ze gebeld. Maar dan moet er wel iets te vervoeren zijn. Konden ze tot voorheen na het lossen onmiddellijk weer laden, nu moeten ze geregeld een paar dagen wachten. In de woorden van Bram: „We hebben te veel lege tijd gekregen.”

Nederland telt zo’n vijfduizend binnenschippers, van wie drieduizend ‘droge lading’ doen, zoals kolen, erts, veevoer en containers met consumentenproducten. De rest vervoert ‘natte lading’. Dan gaat het om tankers met bijvoorbeeld olie en chemicaliën. 60 procent van alle Europese binnenschepen is in Nederlandse handen.

En het gaat dus weer niet goed met de sector. De economische crisis heeft de binnenvaart zwaar getroffen. In 2009 was de omzet 60 procent lager dan in 2008, zegt Erik van Toor, directeur van brancheorganisatie Kantoor Binnenvaart.

De binnenvaart kampt niet alleen met minder ladingaanbod en lagere prijzen. Een bijkomend probleem is het structurele overschot aan schepen. In de jaren dat het goed ging, zijn veel schepen besteld. Nu komen die een voor een in de vaart, maar inmiddels is de markt ingestort. De ‘varkenscyclus’ noemt Van Toor dat. „Een schipper is net als een varkensboer geneigd meer omzet na te streven als de marktprijs hoog is, met als gevolg dat later door het grote aanbod de prijs in elkaar zakt.”

Veel schippers zijn in financiële problemen geraakt omdat ze rente en aflossing niet meer konden betalen. Toch bleef het aantal faillissementen de afgelopen tijd opvallend laag. Dat komt, zegt Van Toor, doordat in de sector iets vreemds aan de hand is: „De ondernemer verdwijnt bij een faillissement, maar het schip blijft bestaan. Het wordt geveild, komt goedkoper terug in de markt, schippers kunnen goedkoper gaan varen, en de problemen verergeren. Het is een neerwaartse spiraal.”

Dat is niet goed voor de financiers van de schepen, de banken. Die proberen veilingen dan ook te voorkomen door bijvoorbeeld uitstel van betaling te verlenen.

Ook Bram en Iza Lindhout voelen de crisis. Bram: „Tot eind 2008 was er altijd werk en waren de prijzen goed. Toen kwam de klad erin. Niemand wilde meer een nieuw printertje of een nieuw autootje hebben. Onze omzet is met 20 procent gedaald.”

Iza: „We teren in op onze reserves. In goede tijden moet je als een soort Knabbel en Babbel sparen voor de winter.”

Het is weer even wennen voor ze. Iza: „We hebben heel lang geen tegenslag gehad.”

De sector stelde vorig jaar een oplegregeling voor om de crisis het hoofd te bieden. Ondernemers die hun schip tijdelijk stilleggen, zouden daarvoor een vergoeding krijgen, grotendeels betaald door de schippers die bleven varen. Het idee haalde het niet. Het draagvlak onder schippers bleek te klein en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) gaf geen toestemming omdat het plan strijdig zou zijn met de mededingingsregels. Iza Lindhout stond erachter, zegt ze, maar ze ziet tegelijkertijd het dilemma: „Wie leg je in de hoek? Iedereen wil natuurlijk varen. Wij ook.”

Een andere oplossing lijkt nog niet in zicht. Een speciaal aangestelde binnenvaartambassadeur, oud-topman van Martinair Arie Verberk, onderzoekt welke mogelijkheden er zijn. Naar verwachting komt hij deze maand met zijn conclusies.

Lastig is dat schepen die nu overbodig zijn, straks misschien weer bikkelhard nodig zijn als de economie aantrekt, zegt Van Toor. „Misschien hebben we dan nog wel meer schepen nodig ook. De congestie op de wegen neemt toe, op het water is die er nauwelijks, hoogstens af en toe bij de sluizen.”

De overslagcijfers van de Rotterdamse haven zijn in de eerste paar maanden van dit jaar alweer harder aangetrokken dan verwacht, zegt hij.

„Het gaat heel langzamerhand weer iets beter”, ziet ook Iza Lindhout. „Het is drukker op het water, de containerschepen vervoeren weer meer containers. Maar ik ben bang dat er toch nog een paar klappen gaan vallen. Helaas, een faillissement gun je niemand.”