Chocoladesaus à la miauw

Ieder eet wat hem past, maar als je een kind bent dan geldt dat niet. Dan moet je voortdurend eten ‘wat de pot schaft’.

En wat schaft de pot? Dingen die kinderen vies vinden en volwassenen heerlijk, zoals snotlof, slijmandijvie, dooje vis en kreeftensoep.

Of is dat niet waar? Ik ken kinderen genoeg die allerlei typische volwassenendingen, zoals knoflook, pepers, blauwe kaas en olijven heel heerlijk vinden.

Ik las het gedicht Pepijn de kat van Annie M.G. Schmidt, waarin Pepijn uit eten gaat in de stad (van het geleende geld van een Monnickendamse eend). In een kattengelegenheid bestelt hij een diner.

Tja, zegt dan de oberkat,
neemt u eens een sneetje rat!
En vervolgens kabeljauw
Met een saus à la miauw.

Wat is voor kinderen het equivalent van een saus à la miauw? Dat zou ik niet weten, omdat kinderen, net als volwassenen, de hinderlijke eigenschap hebben allemaal van iets anders te houden. Maar er zijn wel dingen waar de meeste kinderen van houden en de meeste volwassenen niet. Of andersom.

Zoete kleverige dingen zijn meer kinderdingen – kinderen proeven anders en houden niet voor niets meer van zoet. En een enkele keer, als de tandarts het toelaat, mogen ze ook best iets heel vets en zoets en raars.

Deze pindakaasblokjes met chocoladelaag van Nigella Lawson zijn raar en zoet. Ze zijn heel gemakkelijk te fabriceren, er hoeft alleen chocola voor gesmolten te worden, wat in een magnetron geen punt is, en voor wie geen magnetron heeft, is het niet heel ingewikkeld om een kom op een pan kokend water te zetten. Bij klein gespuis in de keuken is dat wel iets wat onder ouderlijk toezicht moet geschieden, of door ouderlijke handen gedaan moet worden. Verder kunnen ze alles zelf. Ook het opeten. Al kan het natuurlijk geen kwaad om ook daar te beproeven of dit de ouderlijke goedkeuring kan wegdragen. Het is verrassend wat ouders soms kunnen eten…

Nodig is een vierkant (23 x 23) of langwerpig bakblik van ongeveer dezelfde oppervlakte. Bekleed dat met bakpapier.

Kijk welke maat het moet zijn door het blik op het bakpapier te leggen, knip royaal en verfrommel het papier tot een prop. Als je die weer uitvouwt, is het bakpapier veel hanteerbaarder, anders springt het steeds uit de vorm.

Pindakaasblokjes met chocola

  • 50 g bruine basterdsuiker
  • 200 g poedersuiker
  • 50 g boter
  • 200 g pindakaas zonder stukjes
  • 200 g melkchocola
  • 100 g pure chocola
  • 1 el boter

Snijd de boter af en laat die even op een schoteltje liggen, dan wordt hij zacht. Roer de basterdsuiker met de poedersuiker, de boter en de pindakaas door elkaar met een houten lepel in een kom. De basterdsuiker blijft een beetje klonterig maar dat geeft niet, dat gestippelde staat wel goed.

Doe het pindakaasmengsel in de vorm en strijk de bovenkant min of meer glad met de bolle kant van een lepel – een plakkerig, weerstrevend werkje, maar het hoeft niet volmaakt te worden.

Laat voor de chocoladelaag de pure en de melkchocola met de boter smelten in de magnetron of au bain marie (in een kom boven een pan kokend water: denk eraan om de kom niet ín het water te zetten). Roer het mengsel door elkaar en giet de gesmolten chocola over de pindakaas in het bakblik. Laat opstijven in de koelkast, een uur of twee.

Snijd er daarna kleine (echt klein, want dit is afgrijselijk machtig) blokjes van.

Snoep.