Chinezen genieten massaal van rampenfilm Naschok

Alsof de gedetailleerde tv-verslaggeving over modderstromen en ingestorte berghellingen bij de Chinese stad Zhouqu niet dramatisch genoeg is, trekt de Chinese rampenfilm Naschok een recordaantal bioscoopbezoekers.

De film van regisseur Feng Xiaogang naar het boek van de Chinees-Canadees schrijfster Zhang Ling vertelt het verhaal van een familie tijdens de aardbeving van 1976 in Tangshan. Daarbij kwamen 240.000 inwoners van deze miljoenenstad ten zuidoosten van Peking om het leven.

Naschok heeft in de Chinese bioscopen al bijna 80 miljoen dollar opgebracht en dat is voor een in China gemaakte film uitzonderlijk. Ter vergelijking: Avatar bracht in China 200 miljoen dollar op.

Of regisseur Feng het echte verhaal van ‘Tangshan 1976’ vertelt, is onderwerp van discussie. De aardbeving die Tangshan, in de provincie Hebei, vernietigde, werd destijds volkomen doodgezwegen. In de film wordt het Chinese Volksleger een heldenrol toegedacht, ongeveer te vergelijken met het militaire reddingswerk in Sichuan in 2008.

Maar in werkelijkheid was de helpende rol van het leger beperkt, „non-existent” zeggen overlevenden zelfs, omdat de ramp voor toenmalig leider Mao Zedong werd verzwegen. China beschikte aan het einde van de Culturele Revolutie niet over reddingsteams of een infrastructuur om de miljoenen slachtoffers te helpen en de doden te bergen. Impliciet heeft regisseur Feng Xiaogang toegegeven dat hij niet het waargebeurde verhaal in een bredere context kon plaatsen. „Er waren te veel gevaarlijke kliffen die omzeild moesten worden”, erkende hij op Sina.com, een veelgebruikte website voor culturele en entertainmentinformatie.

Dat neemt niet weg dat honderdduizenden Chinese bioscoopgangers heerlijk huiveren bij het zien van superrealistisch schuddende gebouwen, trillende aarde en een drama waarin een moeder moet beslissen welke van haar twee kinderen gered mag worden.