Blussen met antieke wagens

Bosbranden laten een spoor van vernieling achter in tientallen Russische dorpen.

De weinige brandbestrijders die er nog zijn, wachten soms maanden op hun salaris.

Een afgebrande boomstam in een bos bij het dorp Zdorovie, zo'n 60 kilometer ten oosten van Moskou. Foto AFP The burnt-out trunk of a tree is seen in a forest near a village of Zdorovie, some 60 km east of Moscow on August 10, 2010. Russia is starting to count the losses of the worst heatwave in its history, with economists warning the weather may cost the country up to 15 billion dollars and undercut a modest economic revival. TOPSHOTS/AFP PHOTO/VIKTOR DRACHEV AFP

Brandweermannen Sasja Tichonov en Tolja Ilarionov eten hun pap in de schaduw. Zo’n tweehonderd meter verderop smeult het vuur nog na, dat het dorp op tachtig kilometer ten oosten van Moskou vorige week bijna wegvaagde. Veel zin om uit te rukken hebben ze niet. „We doen dit werk alleen ’s zomers”, zegt Sasja. „We krijgen er 1.000 roebel (25 euro) per dag voor. Maar we hebben al twee maanden niets ontvangen.”

Dan is de pauze voorbij en moeten ze toch in actie komen. Maar met moeite krijgen ze hun bluswagen – een antieke, houten GAZ-66 – aan de praat. Gelukkig worden ze bijgestaan door zestig dienstplichtige militairen, die het opnieuw aanwakkerende vuur proberen te temmen.

„We konden geen adem meer halen, zo veel rook was er”, zegt de 76-jarige Ljoebov Jakoesjeva voor haar houten huis. „In twee uur tijd vlamde de turf op en stonden de berkenbomen tot aan hun kruin in de fik.”

Haar twee jaar jongere vriendin Katja Goerejeva vult aan: „Maar omdat we dicht bij de stad wonen kwamen de volgende dag de soldaten met water. Ook hebben ze een blushelikopter ingezet. Dat heeft ons dorp gered, want er is geen huis verwoest.”

De meer dan 26.000 branden die de afgelopen weken in het Europese deel van Rusland hebben gewoed en de economie een schadepost van 11,4 miljard euro berokkenen, laten zien hoe slecht de overheid is voorbereid op een dergelijke ramp. De bluswerkzaamheden komen vaak te laat op gang, als gevolg van een bosbouwwet uit 2006, waardoor driekwart van alle brandweermannen en boswachters hun baan zijn kwijtgeraakt en het vuur nu moet worden bestreden door tienduizenden militairen en vrijwilligers.

Langs de weg naar het nabijgelegen Oregovo-Zoejevo dirigeert kolonel Aleksej Sevostjanov van de rampenbestrijdingsdienst honderd fabrieksarbeiders, die als vrijwilligers worden ingezet. „Dit is een initiatief van het bedrijfsleven in onze stad”, zegt hij stoer. Maar zijn manschappen zitten, nu al uitgeput door de hitte, in de schaduw van de bussen die hen moeten vervoeren. Moderne blusapparatuur hebben zij niet. „We doen dit werk gratis”, zegt een van hen. „Zoals we in Rusland alles onbetaald doen.”

Honderd kilometer verder naar het zuidoosten, iets boven de stad Rjazan, is premier Poetin op bezoek. Hij manifesteert zich hier als vuurvechter nummer 1 en bestuurt zelfs even een blusvliegtuig om een lading water op een bosbrand te storten.

„Poetin is hier vanmiddag nog langsgereden”, zegt de gepensioneerde Antonina Gololabova voor de deur van een sportcentrum in het dorp Poljana. Hier is ze met haar man, haar volwassen zoons Gennadi en Aleksej en zo’n dertig anderen ondergebracht sinds een brand haar dorp Laskovski, vijftien kilometer verderop, heeft verwoest. „Vijfentwintig jaar hebben we in ons gemoderniseerde houten huis gewoond”, zegt ze. „We hadden een tuin, een vijver, kippen, een hond. En nu is alles weg.”

Op 28 juli brak brand uit in het bos. Binnen anderhalf uur stond het hele dorp in lichterlaaie. „De brandweer kwam pas drie uur later opdagen” vervolgt ze. „We zijn met de auto gevlucht, samen met mijn 93-jarige moeder en mijn hoogzwangere schoondochter, die nu van de stress in het ziekenhuis ligt. Nu wonen we hier met zijn vijven in een kamertje.” Wel hebben Antonina en haar gezinsleden inmiddels 250 euro per persoon als onkostenvergoeding ontvangen. „En binnenkort krijgen we ook nog 200.000 roebel (5.000 euro) de man erbij”, zegt ze. „Poetin heeft nog meer hulp beloofd en zegt dat we binnen drie maanden een nieuw huis krijgen.”

Haar zoon Gennadi, een natuurkundige, heeft zo zijn twijfels over de gedane beloftes: „Het klinkt allemaal mooi, maar ik moet nog maar zien of het ervan komt. In drie maanden kun je hoogstens zo’n plastic prefabhuis bouwen.”

Gennadi legt de schuld voor de brand niet alleen bij de overheid, maar ook bij het onverantwoordelijk gedrag van sommige gewone Russen. „De hele zomer waren ze hier bij het meer aan het kamperen. „Tot diep in de nacht brandden de barbecuevuren. De politie had die kampeerterreinen wegens brandgevaar moeten sluiten, maar deed helemaal niets.”