Wilders zal zich niet inhouden

Het is een mythe dat gedoogsteun aan het kabinet een radicale partij als de PVV wel zal temmen, vindt Tjitske Akkerman.

Moet men zich zorgen maken over de rechtsstaat als Geert Wilders mee mag regeren via gedoogsteun? Ook al horen we Maxime Verhagen en Mark Rutte daar niet (meer) over, volgens verschillende opiniebijdragen is het een slimme zet om de PVV mee te laten doen. Regeringsdeelname zou zelfs de beste manier zijn om de PVV te temmen. Er wordt daarbij vaak naar Denemarken verwezen. De Deense Volkspartij zou zich, sinds de partij in 2001 de rechtse minderheidsregering steunt, immers ook gematigd hebben (NRC Handelsblad, 7 augustus).

Dat radicale partijen zich vanzelf zullen matigen als ze eenmaal regeringsverantwoordelijkheid dragen is een mythe. In alle gevallen in West-Europa waarin radicaal-rechtse partijen deelgenomen hebben aan een regering is er wat betreft beleidsvoorstellen, respect voor de rechtsstaat of retoriek weinig bewijs te vinden voor matiging. Zeker, op sommige beleidsterreinen was er sprake van enige dressuur; zo moest de Oostenrijkse FPÖ zich in 2000 als voorwaarde voor toetreding tot de regering matigen met betrekking tot het EU-standpunt. Matiging betreft echter zelden de issues waar de radicale partijen zich het meest op profileren. Mijn eigen vergelijkend onderzoek naar het immigratiebeleid van de regeringscoalities met radicaal-rechts partijen laat zien dat deze regeringen het immigratie- en integratiebeleid flink aangescherpt hebben. Dat was ook het geval in Denemarken. Het Deense akkoord over het immigratiebeleid behelsde onder meer invoering van de 24-jaars wet voor huwelijkspartners van buiten de EU en reductie van uitkeringen voor immigranten. Die beleidsmaatregelen getuigden niet van respect voor de rechtsstaat, omdat het principe van gelijke behandeling er fundamenteel mee aangetast werd. De Commissie Gelijke Behandeling kon zich niet meer laten horen, want die was opgeheven. Wel volgden er protesten van de EU, de VN en de Raad voor Europa over het discriminerende karakter van deze wetsvoorstellen. De discriminatie met betrekking tot uitkeringen is daarop iets afgezwakt.

De rechtsstaat wordt door deze partijen niet ineens in een ander licht gezien op het moment dat ze zelf medewetgever zijn geworden. Niet alleen in woord, maar ook in daad hebben radicaal-rechtse partijen meer dan eens afstand genomen van de rechtsstaat terwijl ze regeringsverantwoordelijkheid droegen. FPÖ-leider Jörg Haider daagde graag de rechtsstaat uit, ook toen zijn partij in de regering zat. Hij weigerde bijvoorbeeld ronduit om gehoor te geven aan de verordening van het Constitutionele Hof om tweetalige plaatsnaamborden in te voeren. De Zwitserse Volkspartij, waarvan de radicale vleugel vanaf 2003 in de regering vertegenwoordigd was, riep op om een uitspraak van het Constitutionele Hof over naturalisatieprocedures te negeren. Het is ook de partij die een minarettenverbod voorstond en dat via een referendum wist te realiseren. De vraag of dit verbod in overeenstemming is met het principe van godsdienstvrijheid moet nog getoetst worden.

Op matiging van toon valt evenmin te rekenen. De leider van de Deense Volkspartij Pia Kjaersgaard heeft haar anti-islam boodschap onverkort gehandhaafd. Twee ministers van de Italiaanse Lega Nord moesten aftreden na provocerende uitspraken. De Zwitserse Volkspartij staat bekend om haar provocerende campagnes tegen immigranten.

Al deze voorbeelden laten zien dat deze partijen soms wel gedwongen kunnen worden om zich te matigen, maar vaker nog weten ze ruimte te bedingen voor vrij spel rond hun eigen thema’s immigratie en veiligheid. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze ook in staat zijn al hun radicale program mapunten te realiseren. Een Koranverbod is er (nog?) niet in Denemarken. Matiging gaat niet vanzelf. Of ze getemd worden, hangt in de eerste plaats af van de coalitiepartners. Als CDA en PVV kiezen voor een uitruil, waarbij de PVV veel vrijheid houdt op de eigen thema’s, dan is het uiteindelijk aan ons, de kiezers, om te bepalen of de teugels al dan niet aangehaald moeten worden. In maart krijgen we daartoe de mogelijkheid.

Tjitske Akkerman is universitair docent politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.