Westen sluit weer de ogen voor Rwanda

De herverkiezing van president Kagame wordt in het Westen begroet.

Hij zou Rwanda tot ontwikkeling brengen. Het tegendeel is waar.

President Paul Kagame is begin deze week in Rwanda herkozen voor een ambtstermijn van zeven jaar met ruim 90 procent van de stemmen. De uitslag stond allang vast omdat Kagame, die in 2000 aan de macht kwam, geen serieuze tegenkandidaten had en zich met een indrukwekkende verkiezingskaravaan heeft verzekerd van de vrijwel unanieme steun van de bevolking.

De presidentscampagne in Rwanda is gepaard gegaan met een ongekende golf van geweld en intimidatie tegen oppositiekandidaten en de vrije pers, een bloedige machtsstrijd op hoog niveau binnen het leger en een op angst gebaseerde campagne tegen de bevolking. Volgens The Economist is in Rwanda minder politieke vrijheid dan in Zimbabwe. De internationale denktank International Crisis Group ziet de stabiliteit in gevaar komen, juist als gevolg van de verkiezingsuitslag.

Opmerkelijk is daarom de desinteresse van de internationale gemeenschap; de weigering van de Europese Unie om verkiezingswaarnemers te sturen ‘vanwege geldgebrek’ is daarvan het meest navrante. Kagame wordt door het Westen gezien als voorbeeld van een Afrikaans leider die erin is geslaagd om een land tot ontwikkeling te brengen en een staat op te bouwen naar westers voorbeeld.

Maar dit beeld verblindt niet alleen, het is ook onjuist. Om met dat laatste te beginnen: de vruchten van de ontwikkeling zijn in handen van een elite, niet zonder toeval de top van de door Kagame geleide RPF. Landbouwherstructurering komt ten goede aan grootgrondbezitters en niet, zoals de internationale gemeenschap veronderstelt, aan armoedebestrijding. In de voorbije jaren is volgens de Wereldbank in Rwanda 20 procent van de bevolking juist armer geworden, 60 procent armer noch rijker en is slechts 20 procent erop vooruitgegaan.

Het beeld van een Afrikaanse successtory verblindt omdat het het zicht ontneemt op de werkelijkheid. In Rwanda zijn de afgelopen maanden alle politici die een kritisch geluid lieten horen aangeklaagd, veroordeeld, zonder proces opgesloten of het land uitgejaagd. Daaronder bevind zich de de Nederlandse politiek vluchtelinge Victoire Ingabire. Andre Kagwa Rwisereka, vicepresident van de Green Party, een partij die bestaat uit ‘deserteurs’ van de RPF, is op gruwelijke wijze vermoord. Alle kranten die een kritisch geluid lieten horen, zijn verboden. Wie een poging doet kritische informatie via internet te verspreiden, wordt van regeringswege geblokkeerd. Journalisten werden opgepakt en gevangengezet. Human Rights Watch werd het werken in Rwanda onmogelijk gemaakt, de gezaghebbende Amerikaanse advocaat Peter Erlinder werd bij een werkbezoek aan het land drie weken in de gevangenis opgesloten.

De RPF heeft zich de voorbije jaren verzekerd van een almachtige positie, zowel politiek als economisch. Alle burgers in het land worden gedwongen lid te worden van de partij, alleen dan is men verzekerd van een baan. Wie weigert wordt ontslagen. Partijlidmaatschap verplicht tot contributies met exorbitante percentages. Zo moet een onderwijzer de helft van zijn inkomen afstaan aan de partij.

De grootste bedreiging voor de RPF is niet de oppositie, maar een interne machtsstrijd. De almachtige positie van Kagame wordt betwist door hoge legerofficieren, dezelfde met wie hij de afgelopen decennia samenwerkte. Meest prominent is Faustin Kayumba Nyamwasa, voormalig legerleider. Nyamwasa vluchtte, kreeg politiek asiel in Zuid-Afrika, waar hij kort daarop aan een moordaanslag ontsnapte. De Zuid-Afrikaanse justitie stuit bij haar onderzoek op sporen die naar Rwanda leiden.

De situatie in Rwanda lijkt veel op die van net voor de genocide in 1994. Ook toen werden politici vermoord door onthoofding, werden oppositie van pers en partijen vernietigd en woedde binnen de regerende partij een verbeten machtsstrijd, die uiteindelijk leidde tot de moord op de toenmalige president Habyarimana.

Niettemin blijven Westerse diplomaten en politici de toestand vergoelijken. Zo deed demissionair minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) de moorden en vervolgingen af als „onrustig”. De Nederlandse ambassadeur in Rwanda verklaarde afgelopen week dat de verkiezingen „open en eerlijk” zullen verlopen. En een Amerikaanse diplomaat zei dat hij niet geïnteresseerd was in democratie in Rwanda „zolang er maar ontwikkeling is”.

Die ongeïnteresseerde houding lijkt veel op die van voor 1994, toen het Westen geen oog had voor wat zich in Rwanda afspeelde en geen idee had van de voorbereidingen die tot de genocide leidden.

Rwanda en het Grote Merengebied hebben een lange geschiedenis van geweld en onderdrukking. Wie daarvoor de ogen sluit, maakt zich medeschuldig aan de gevolgen. Na ‘1994’ beloofde de internationale gemeenschap: dit nooit meer. Het is tijd om die belofte met daden waar te maken.

Jeroen Corduwener is journalist en historicus. Hij woonde en werkte jarenlang in Rwanda.