Wen er maar vast aan

Wilders’ deelname aan de formatie is nu al moeilijk uit te leggen aan het buitenland.

Vier scenario’s die de relatie van VVD en CDA met de PVV straks op de proef stellen.

Op de dag dat hij zijn verkiezingsprogramma presenteerde, eind april, kwam Geert Wilders al met de optie: hij wilde een minderheidskabinet van CDA en VVD wel gedogen. Natuurlijks als „second best”, liever wilde hij met zijn PVV echt regeren. Maar hij bracht het met zoveel enthousiasme dat het wel degelijk zijn voorkeursoptie leek. Want er waren voordelen: Hij zou geen onervaren ministers hoeven te leveren. Hij zou geen verantwoordelijkheid hoeven nemen voor maatregelen waar hij niet achter staat. En hij kon blijven zeggen wat hij vindt.

Alom werd het opperen van deze optie als inschattingsfout gezien, zelfs door partijgenoot Hero Brinkman. Want zo had hij al ver voor de verkiezingen te veel kaarten op tafel gelegd. Maar Wilders politieke gevoel was weer eens feilloos: een paar maanden later lijkt hij precies in de positie te komen die hij voor ogen had. Maandag begonnen formeel de onderhandelingen over een minderheidskabinet van VVD en CDA dat kan rekenen op gedoogsteun van Wilders’ PVV.

Maar dat zorgt nu al voor gedoe.

Op Buitenlandse Zaken bijvoorbeeld. Topambtenaren op dit ministerie maken zich zorgen over de positie die Wilders na de formatie krijgt. Voorheen konden protesten over uitlatingen en acties van hem worden gesust met de mededeling dat hij slechts een oppositielid was en niets te maken had met het regeringsbeleid. Dat is nu niet meer vol te houden. In het buitenland moet nu een ingewikkeld verhaal worden verteld: Geert Wilders is wel, én niet betrokken bij het eventuele nieuwe kabinet.

Daarom werd, nadat kwam vast te staan dat de PVV meedoet aan de formatie, onder het kopje Publieksdiplomatie kabinetsformatie voor buitenlandse partners eind vorige week de woordvoeringslijn op het interne net van het ministerie gezet (zie kader).

Maar het stuk had de diplomatieke posten nog niet bereikt of de eerste rel was al geboren. Wilders liet vrijdag de buitenwereld weten dat hij op 11 september naar New York gaat om te spreken bij een demonstratie tegen de bouw van een moskee vlakbij Ground Zero. De organisatie Stop Islamization of America heeft hem uitgenodigd. CDA-prominent Hans Hillen reageerde als eerste: Wilders heeft nu een andere rol en als hij extreme uitspraken doet is dat „riskant” voor Nederland. Wilders gaf een echte Wilders-reactie, op Twitter. „En tegen Hans Hillen zeg ik: wen er maar vast aan.” Daarna riep CDA-onderhandelaar en minister Verhagen (Buitenlandse Zaken) Wilders op om rekening te houden met „de consequenties van zijn woorden en daden”.

De kwestie-New York is een eerste testcase voor de nieuwe politieke verhoudingen. Als de komende tijd met succes het minderheidskabinet wordt geformeerd, zullen VVD en CDA ongetwijfeld vaker het Handboek Omgaan met Geert nodig hebben.

Vier testcases, meer en minder speculatief.

Testcase 1: Fitna 2

Geert Wilders komt met een vervolg op zijn anti-islamfilm Fitna. Dat heeft hij aangekondigd. Fitna 1 zorgde, vooral vooraf, voor internationale ophef. De leiders van VVD, CDA en PVV hebben „een zakelijke afspraak” dat ze het oneens zijn over de islam. Dat hebben ze vastgelegd in een verklaring die ze op vrijdag 30 juli hebben opgesteld. „Partijen accepteren elkaars verschil van inzicht hierover en zullen hier ook op grond van hun opvattingen naar handelen.” Dat Wilders volop van deze verklaring gebruik wil maken heeft zijn reactie op Hillen al duidelijk gemaakt. Buitenlandse Zaken komt er dan niet meer van af met een woordvoeringslijn dat Wilders slechts de leider is van een oppositiefractie. Hij is dan een steunpilaar van het kabinet. In het buitenland wordt nu al niet altijd het onderscheid gemaakt tussen wie er in de regering zit en wie in het parlement, zei oud-minister Jaap de Hoop Scheffer (CDA) gisteren in NRC Handelsblad.

Testcase 2: veroordeling Wilders

In het najaar veroordeelt de Amsterdamse rechtbank Wilders voor het aanzetten tot haat en discriminatie. Formeel gebeurt er dan niet zoveel. Hij zal bij een veroordeling als first offender hooguit een boete of een minimale taakstraf krijgen. Maar dat het kabinet gedoogsteun krijgt van een partij met een leider die veroordeeld is voor discriminatie is voor VVD en CDA op zijn minst pijnlijk te noemen. Wilders zegt al steeds dat sprake is van „een politiek proces”, waarmee hij impliceert dat de zittende machthebbers hem op deze manier willen uitschakelen. Bij een veroordeling zal hij opnieuw veel (internationale) aandacht trekken en heeft het kabinet opnieuw een ingewikkeld verhaal uit te leggen. De uitspraak in het proces-Wilders staat gepland op 2 november, precies zes jaar na de moord op Theo van Gogh.

Testcase 3: allochtone ministers

Het eerste wat Geert Wilders bij het aantreden van het kabinet Balkenende IV deed was het indienen van twee moties van wantrouwen. De verse staatssecretarissen Nebahat Albayrak en Ahmed Aboutaleb moesten van de PVV-leider direct weg, zij zouden slechts handlangers van de Turkse en Marokkaanse regering zijn.

De kans dat VVD of CDA bij het zoeken naar bewindspersonen op iemand met dubbele nationaliteit stuiten, is niet extreem groot. Veel allochtone politici met een meer dan lokale allure hebben ze niet. Maar stel. Het nieuwe VVD-Kamerlid Malik Azmani heeft een Marokkaanse vader, en dus automatisch de Marokkaanse nationaliteit. Als hij geschikt zou zijn, kan de VVD hem hem natuurlijk voordragen. Of zou Rutte uit angst voor een motie van wantrouwen van Wilders toch maar iets verder kijken? Niet dat zo’n motie het zou halen. Andere partijen zouden die nooit steunen. Een fijn begin van de samenwerking tussen VVD, CDA en PVV zou het niet zijn.

Testcase 4: financiële tegenvallers

Het laatste wat CDA en VVD willen is de begrotingssystematiek versoepelen. De christen-democraten botsten in Balkenende IV regelmatig met de PvdA over hoe om te gaan met de meevallers en tegenvallers in een financiële crisis. De PVV staat met zijn sociaal-economische agenda nog links van de PvdA en zal moeten accepteren dat CDA en VVD de begrotingsmethoden die vooral onder VVD’er Gerrit Zalm ontwikkeld zijn, gehandhaafd blijven of zelfs worden aangescherpt. In de praktijk betekent de ‘Zalm-norm’ dat een tegenvaller moet worden opgelost door een bezuiniging elders, bij voorkeur op de plaats delict.

Mochten er zich straks tegenvallers voordoen bij de politie of de zorg, dan zal het voor de hand liggende antwoord luiden: extra bezuinigen op de zorg en politie. Voor de PVV zal dat moeilijk te verteren zijn. De beweging heeft zich steeds sterk gemaakt voor de zorg en de politie. Maar wie een kabinet van VVD en CDA gedoogt zal de verantwoordelijkheid voor een solide begroting niet kunnen ontlopen. PVV zal zich op een of andere manier moeten committeren aan de Zalm-norm, en dat betekent op termijn het verdedigen van pijnlijke maatregelen, de zorg en de politie niet uitgesloten.

Zo zijn er nog wel meer hobbels voor het rechtse kabinet te bedenken. Wat gebeurt als één lid van de PVV-fractie ontevreden is en zich afscheidt? Dan steunt het kabinet op nog maar 75 zetels en kan het weinig meer uitrichten. Tenzij dan de vrouwenweigerende SGP te hulp schiet. Of wat gebeurt als Wilders de Turkse premier Erdogan opnieuw „a total freak” noemt?

De politieke partners kunnen dan heel weinig doen. Wilders kan het kabinet laten vallen, het kabinet kan Wilders niet laten vallen. Ze kunnen hooguit zichzelf wegsturen.

Wilders is een strateeg. Hij verrast vaak. Zou hij toch precies zo kunnen laveren dat het minderheidskabinet en de PVV vier jaar floreren?

Met bijdragen van Derk Stokmans en Jeroen Wester