Ware synthese van mode en architectuur

Tentoonstelling Fashion & architecture in ARCAM, Amsterdam. T/m 11/9, di-za 13-17u. Inl: www.arcam.nl***

Al jarenlang flirten architecten met mode. Zo zei Ben van Berkel, de ontwerper van de Erasmusbrug in Rotterdam, eens dat architecten nog veel konden leren van modeontwerpers. Deze gedachte ligt voor de hand, want inderdaad: er bestaan overeenkomsten tussen kleding en gebouwen. Beide bieden bijvoorbeeld beschutting. Architectuur wordt daarom wel de derde huid genoemd, met kleding natuurlijk als tweede. En zeker sinds buitenmuren van gebouwen niet meer dragend hoeven zijn, kunnen architecten gevels om een bouwskelet heen draperen, op soortgelijke wijze als kledingontwerpers dat bij paspoppen doen.

Er zijn dan ook wel voorbeelden van wat je kledingarchitectuur zou kunnen noemen. Zo staat in Den Haag sinds 2005 aan de achterzijde van de Passage de Baljurk, een gebouw met winkels en woningen waaraan Archipel ontwerpers een welvend, half doorzichtig, goudkleurig metalen scherm hebben laten hangen. Ook gevels van gebouwen van Frank Gehry, architect van het Guggenheim Bilbao, lijken vaak om het gebouw heen gedrapeerd. Meestal gaat de flirt tussen architectuur en mode toch niet verder dan verleidelijke woorden.

Om woorden eens om te zetten in daden, heeft het Amsterdamse architectuurcentrum ARCAM de tentoonstelling Fashion & Architecture georganiseerd. Hiervoor zijn vier architecten gekoppeld aan vier modeontwerpers tot duo’s die samen iets op het raakvlak van mode en architectuur moesten ontwerpen. Elk van de vier duo’s kregen een plek tussen het kronkelende, half doorzichtige gordijn dat in de bovenzaal van het blobbende ARCAM-gebouwtje is gehangen.

De resultaten zijn wisselend. Zo zijn Farida Sedoc en Maurer United Architects er niet uitgekomen. Hun bijdrage is geen synthese van mode en architectuur. Er staat een bouwsel van dozen waarin met enige goede wil een T-shirt valt te ontdekken en aan hangers zijn een paar kleurige hemdjes gehangen.

De milieubewuste modeontwerper Kentroy Yearwood en architect Jeroen Bergsma hadden wel genoeg gemeen om tot iets gezamenlijks te komen. Zij delen een belangstelling voor hergebruik van spullen en materialen. Samen gingen ze naar een afvalverwerkingsbedrijf om daar geschikte dingen te zoeken. Het resultaat is een soort jurk van kleurige, plastic buisjes en een wirwar van stofzuigerslangen die eerder een sculptuur dan een kledingstuk is.

Voor wie het werk kent van Benthem/Crouwel, de architecten van de uitbreiding van het Stedelijk Museum in Amsterdam, is de bijdrage die zij maakten met Iris van Herpen verrassend. Jan Benthem en Wim Crouwel zijn overtuigde neo-functionalisten – alles wat goed functioneert is mooi, hebben ze eens gezegd – maar de jurk van hard, doorzichtig plastic ziet er hoogst oncomfortabel en onpraktisch uit.

Het dichtst bij een ware synthese van mode en architectuur komen Mattijs van Bergen en landschapsarchitecte Anouk Vogel. Zij hebben een jurk ontworpen met tientallen kleine plooien waarin bloemen kunnen worden gestoken. De jurk is niet alleen een echte, Empire-achtige jurk, maar is ook verwant met hedendaagse plantengevels. Eigenlijk is dit het enige overtuigende ontwerp van Fashion & Architecture. De andere drie bijdragen geven de bezoeker vooral het gevoel dat mode en architectuur ondanks hun overeenkomsten toch niet zo gek veel met elkaar te maken hebben.