Te groot voor thuis, te klein voor een eigen pand

Een importeur van Italiaanse etenswaren en een weddesigner hebben op het eerste gezicht weinig gemeen. Maar in een oude Twentse textielfabriek profiteren ze van elkaars nabijheid. Deel 5 in een serie over bedrijvenclusters.

Medewerkers van vier bedrijven in Spinnerij Oosterveld in Enschede (met de klok mee): Gran Sardegna (linksboven), Alles Los Agency and Events, Wirelab Creative, en Elisa Media. Foto's Merlin Daleman Nederland, Enschede, 03-08-10 De Spinnerij, Elisa Media. © Foto Merlin Daleman

Weet je nog, die ene keer: jij had die grote opdracht, maar je kon niet binnen een dag die 3D-animatie leveren? Toen hebben wij dat samen gedaan. Of die andere keer: dat ik uit Napels die Volkswagen Kever wilde importeren en jij hebt geholpen met Italiaans. Of toen ik het kabeltje kwijt was van mijn videocamera. Jij pakte er zo eentje uit een la. En toen ik folders moest afdrukken, stelde jij je high definition kleurenprinter ter beschikking. Dat was erg fijn.

Zes ondernemers, huurders van een ruimte in Spinnerij Oosterveld in Enschede, hebben in een kringgesprek geen moeite voorbeelden op te noemen van hoe ze samenwerken. Twan Pastoor van Wirelab Creative, Christian Fictoor van Spider Digital Media, René Stam van Conceptlicious, en Elisa Ostet van Elisa Media hebben mediabedrijfjes. Ze bouwen websites, maken animaties en adviseren bedrijven over hoe ze op internet te werk moeten gaan. Corry Tuinsma van Gran Sardegna importeert en verkoopt wijn en eten uit Sardinië. Arris Roordink leidt Alles Los, een boekingskantoor voor bandjes.

Wat het zestal bindt, is dat hun bedrijfjes te groot zijn geworden om vanuit huis, of zoals Alles Los vanuit een schuurtje in de achtertuin, te worden bestierd. Maar de bedrijven zijn ook weer niet kapitaalkrachtig genoeg om een volwassen kantoor te betrekken. Daarom zitten ze in Spinnerij Oosterveld, een verzamelgebouw dat wordt gerund door de gemeente Enschede.

In het jubileumboek dat in 1961 werd uitgegeven ter ere van het vijftigjarige bestaan van de Spinnerij [zie inzet], staat een passage over de modernisering van de arbeidsomstandigheden: „Het starre, norse, ietwat burchtachtige fabrieksgebouw past niet meer bij wat zich binnenin afspeelt.” Die constatering lijkt weer van toepassing.

De fabriekshallen zijn opgedeeld in ruime kantoren met hoge plafonds. Aan de muren van de gemeenschappelijke gangen hangt moderne kunst. Elke ondernemer heeft zijn kantoor op zijn eigen manier ingericht. De een kiest voor zakelijk parket op de vloer, de ander voor kunstgrastapijt. De een kiest voor zwartleren bureaustoelen, bij de ander staat een uitgewoonde bank van de kringloop.

„Toen ik hier voor het eerst rondliep, was ik verkocht”, zegt Arris Roordink, de bandmanager. Zijn oma heeft bij de fabriek gewerkt. Ze was de koffiejuffrouw van de directie. Zijn vader deed er zomerwerk. „Het pand is representatief voor ons bedrijf ”, zegt Roordink. „Wij vertegenwoordigen, hoe zal ik het zeggen, geen ouwelullen-rockbandjes.” Voor Corry Tuinsma van de Sardijnse etenshandel is vooral het vloeroppervlak handig. „Eerst deed ik het vanuit huis. Nu kan ik mijn voorraden goed kwijt.” Tuinsma doet de meeste zaken via internet en wilde niet dat mensen bij haar thuis pakketjes kwamen ophalen. „Nu kunnen ze op kantoor langskomen. Dat is prettiger”, zegt ze.

De zes ondernemers zeggen veel voordeel te hebben van het collectief. Ze delen met zijn allen de centrale balie, hebben toegang tot supersnel glasvezelinternet, kunnen lunchen in de kantine, gaan langs bij de advocaat die eens per week spreekuur houdt.

Met collega’s in één pand zitten is ook goed voor de moraal. „Vorig jaar was economisch erg moeilijk”, zegt Elisa Ostet. „Zeg maar gewoon drama met hoofdletters”, valt Christian Fictoor haar bij. „Het is een beetje cru, maar het is dan aangenaam om te zien dat iedereen in het pand het moeilijk heeft”, zegt Ostet. „Dan weet je dat het niet aan jou ligt.”

Het zestal denkt dat de samenwerking nóg verder kan gaan. Voor een bedrijvenpand met meerdere webdesigners heeft Spinnerij Oosterveld een saaie website. Fictoor: „Dat is inderdaad genant en moet ook beter. We moeten ons veel meer als collectief presenteren. Waarom organiseren wij geen minibeurs op de Spinnerij voor onze klanten? ”

„Of we gaan op handelsreis naar Duitland. De eerste 80 kilometer is 56k-modems en koeien, maar Münster is een interessante markt, waar wij te weinig gebruik van maken”, zegt René Stam van mediabedrijf Conceptlicious.

„Nou. Duitsland is voor mij knap handig”, zegt Tuinsma van de webwinkel. „Ik stuur pakjes via de Duitse post in Gronau, net over de grens. Dat is drie keer goedkoper.”

„Slim”, zegt Fictoor. „Kijk eens hoe goed wij brainstormen!”

Spinnerij Oosterveld lijkt de perfecte overgang gemaakt te hebben van oude economie gebaseerd op industrie naar de nieuwe dienstverleningseconomie. De gemeente exploiteert Spinnerij Oosterveld. Voor de verbouwing is bijna 13 miljoen euro geïnvesteerd in het gebouw, waarvan 3,5 miljoen Europese en provinciale subsidie. De gemeente steunt huurders door een lage huurprijs te vragen. De laagste huren liggen tussen de 60 en 80 euro per jaar per vierkante meter. De meeste commercieel uitgebate kantoren vragen meer dan dat per maand. Huurders kunnen binnen twee maanden opzeggen en zitten niet aan langlopende contracten vast. Ook kunnen ze makkelijk ruimte bijhuren als de zaken goed gaan of kleiner gaan zitten als het tegenzit.

Toch is de oude textielfabriek moeilijk vol te krijgen. Er zitten momenteel 44 ondernemers, terwijl er plek is voor 100. „De vastgoedmarkt zit natuurlijk erg tegen”, zegt Karin Hampsink, de vestigingsmanager van de gemeente die Spinnerij Oosterveld beheert. Ze laat een zaal zien met een kantoortje in een verhoogde inham. „Dat was vroeger voor de ploegenchef. Het lijkt mij geweldig om daar een donkere kamer voor een fotograaf van te maken”, zegt Hampsink.

Ze beent verder door de kronkelende gangen op zoek naar de volgende bezienswaardigheid. Via een enorme zaal waar het afgedankte meubilair van de Enschedese gemeenteraad opgesteld staat, komt ze uit bij een enorme machinekamer. Dat is volgens Hampsink één van de problemen van het gebouw: er zijn te veel grote ruimtes, terwijl beginnende bedrijfjes juist behoefte hebben aan minder dan vijftig vierkante meter.

Het was de bedoeling kleine industriële bedrijven als meubelmakers te trekken. Die hebben meer vloerruimte nodig. Maar dat is niet gelukt. Bijna alle bedrijven zijn dienstverleners die aan een paar bureaus en een vergadertafel genoeg hebben .

Om de Spinnerij Oosterveld rendabel te krijgen voor de gemeente moet het voor 80 procent gevuld zijn, zegt Hampsink. „Het is een terechte vraag of het wel een taak voor de gemeente is om vastgoed uit te baten”, zegt Hampsink. „Het is ook de bedoeling dat de gemeente het verkoopt als het goed loopt. Maar dan moet het allemaal net wat professioneler.”

De ondernemers klagen over het gebrek aan airco in de zomer en een ijzige tocht in de winter. Ook is de hoofdingang van het gebouw nogal verdekt opgesteld en hebben sommige kantoren te weinig lichtinval.

De zes huurders die deelnemen aan het kringgesprek roemen allemaal de voordelen van het gebouw en de saamhorigheid. Maar, bekennen ze, als hun bedrijf het echt maakt, dan willen ze graag hun eigen kantoor. „Dat is toch het doel”, zegt tourmanager Roordink. „Een eigen pand met een groot podium voor concerten. Prachtig.”