Radioactieve rookwolken bedreigen Russen

Radioactieve ‘neerslag’ van rampen zoals Tsjernobyl kan door de branden in Rusland opnieuw worden verspreid.

De luchtvervuiling die de ontelbare bosbranden in Rusland teweeg brengen, kan nog gevaarlijker worden dan zij al is. Ook binnen gebieden die in het verleden sterk radioactief vervuild werden, komen nu branden voor. Aannemelijk is dat de rook die er ontstaat ook de radioactieve elementen bevat die er tot voor kort nog lagen opgeslagen in de bovenste bodemlaag.

Hoeveel gebieden in Rusland radioactief vervuild zijn, is niet te schatten omdat de voormalige Sovjet-Unie de vervuiling geheim hield en verder vrij onverschillig was voor de gevaren die ze opleverde. Maar voor twee gebieden is de vervuiling goed in kaart gebracht.

Rondom en ten noordoosten van de kernreactor die in 1986 bij Tsjernobyl ontplofte, ligt een gebied van honderden vierkante kilometer dat zo besmet is dat het nog steeds niet bewoond mag worden. Daar omheen liggen grote gebieden waar de vervuiling zo hoog is dat er beperkende gezondheidsmaatregelen gelden. Een kleine 2.000 kilometer ten oosten van Tsjernobyl ligt in de Oeral een sterk radioactief vervuild gebied dat minder bekend is. Het ontstond toen in september 1957 een chemische explosie plaatshad in de militaire fabriek Majak die plutonium terugwon uit splijtstof van kernreactoren. Dat plutonium was bestemd voor kernwapens en de Sovjets hielden het ongeluk zorgvuldig geheim. Het Westen raakte desondanks op de hoogte, maar wilde op dat moment kernenergie niet in diskrediet brengen.

Achteraf is komen vast te staan dat zich rond de Majak-fabriek (bij Kysjtym) veel meer ongelukken voordeden en dat ook bij de gewone bedrijfsvoering veel radioactief materiaal werd geloosd op de rivier de Tetsja. De extra kankergevallen die daarvan het gevolg waren, kregen aandacht in Science van 11 november 2005.

De aard van de vervuiling rond Tsjernobyl en Kysjtym is ruwweg dezelfde, al zal rond Kysjtym minder plutonium zijn verspreid. Splijtstofafval bestaat uit een mengsel van de meest uiteenlopende radioactieve elementen, sommige met een hoge stralingsactiviteit (maar een kort leven, zoals jodium-131), andere met minder activiteit, maar een levensduur van honderden of duizenden jaren. Tot die laatste behoren isotopen als cesium-137 en strontium-90.

Zó lang na de explosies zijn de kortlevende isotopen uit de vervuiling verdwenen en zal ook veel materiaal zijn weggelekt naar grondwater en rivieren. Maar de resten radioactief materiaal die achterbleven in de strooisellaag en de oppervlakkige bodem zullen bij de bosbranden als rook verspreid worden en kunnen worden ingeademd. Radioactieve stoffen verliezen hun activiteit niet bij verhitting. De kans is groot dat de bevolking opnieuw te lijden krijgt van oude rampen.