Oefenen voor het echte werk

Als getalenteerde jonge sporter ervaring opdoen voor de Olympische Spelen.

Dat kan vanaf eind deze week, bij de eerste editie van de Jeugd Olympische Spelen.

Roeister Annick Taselaar (17) merkt aan alles dat ze op een groot sportevenement is. Neem de 3.600 atleten die er rondlopen. Of de vele medewerkers die bezoekers de weg wijzen. Ook het feit dat bussen van de organisatie worden gecontroleerd op bommen, zegt volgens haar genoeg. „Alles is officieel en wordt goed geregeld”, laat ze per telefoon vanuit een drukke eetzaal in Singapore weten.

Vrijdag worden in het kleine Aziatische land de Jeugd Olympische Spelen geopend. Het is de eerste keer dat de Spelen voor jongeren (14 tot en met 18 jaar) worden gehouden. De Nederlandse ploeg, die uit 36 sporters en 24 begeleiders bestaat, kwam gisterochtend aan in Singapore.

Het idee voor een olympisch toernooi voor de jeugd is afkomstig van Jacques Rogge. Al sinds zijn aantreden in 2001 loopt de voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC) met het plan rond. Achterliggende redenen: steeds minder kinderen zijn lichamelijk actief en het aantal jongeren met overgewicht neemt toe. Het toernooi moet jongeren stimuleren meer te gaan sporten. Daarnaast moet het talenten voorbereiden op de ‘echte’ Spelen.

Net als die andere olympische ploeg, heeft ook het Nederlandse jeugdteam een chef de mission, Ad Roskam. Hij legt uit dat het doel van het evenement tweeledig is: sportieve strijd en culturele vorming. Onder het ‘cultureel educatief programma’ vallen workshops over fair play, active community en de gevaren van doping. „Op die leeftijd ben je erg intensief met je sport bezig. Dat kan eenzijdig worden, waardoor sporters soms in de problemen komen. Het is daarom verstandig ook aandacht aan deze zaken te besteden.”

De sporters zijn niet verplicht om mee te doen aan het educatieve programma. Taselaar, die uitkomt in de skiff, vindt het culturele programma „leuk”. Maar het is niet de reden waarom hij aan de Jeugdspelen deelneemt. „Het is een bijkomstigheid. Ik wil zo hard mogelijk roeien. Daar gaat het mij om.” Ook badmintonner Nick Fransman (18) richt zich in eerste instantie op zijn sport. „Eerst maar sporten. Daarna ga ik naar het programma kijken”, vertelt hij vanuit Singapore. „Ik heb me er nog niet in verdiept en weet niet wat ik er van moet verwachten.”

De organisatie lijkt het cultureel educatief programma serieuzer te nemen. Er zijn tal van activiteiten. Roskam vertelt dat er in het olympisch dorp een terrein is waar de culturele achtergrond van de 205 deelnemende landen gepresenteerd wordt. En er wordt voor de sporters een survivaldag (met onder meer het bouwen van vlotten) georganiseerd, op een nabijgelegen eiland. Jongeren van verschillende landen vormen een team. De bedoeling is dat er vriendschappen ontstaan.

Ook heeft iedere sport tijdens de Spelen zijn eigen ambassadeur – zoals sprinter Usain Bolt, zwemmer Michael Phelps en polsstokhoogspringer Jelena Isinbajeva. Zij geven workshops en gaan in gesprek met hun jonge collega’s. Ook Wietse van Alten, ambassadeur van het boogschieten, maakt zijn opwachting. Gevraagd naar de zaken die hij zoal wil bespreken zegt hij: „Geschiedenis, geloof, de risico’s van dopegebruik, milieu en trainingen. Eigenlijk alles.” Van Alten zette twee jaar geleden een punt achter zijn sportcarrière.

Maar het gaat op de Jeugd Olympische Spelen natuurlijk vooral om de sport. Chef de mission Roskam ziet het toernooi als een opleidings- en ervaringsmoment voor jonge, talentvolle sporters. „Zo krijgen ze een heel aardige indruk hoe het er op de Olympische Spelen aan toegaan. Ze zijn beter voorbereid.” De organisatie denkt dat het evenement 500.000 bezoekers kan trekken. Een kleine 2.000 journalisten zullen het evenement naar verwachting verslaan.

Roeister Taselaar stemde haar programma niet af op de Spelen. Ze gaf prioriteit aan het WK roeien voor junioren, afgelopen weekeinde in Tsjechië (waar ze vierde werd in de skiff). „Het is een nieuw toernooi, ik wist niet precies wat ik ervan kon verwachten. Maar ik zie nu wel dat de top in Singapore aanwezig is.” Wat haar gisteren op de eerste dag vooral opviel, is dat er ook atleten van andere takken van sport meedoen. „Ik zag net iemand van wie ik dacht dat het mijn tegenstander zou kunnen zijn. Maar toen bleek het om een volleybalster te gaan.”