Niet opgeven! Niet zo snel opgeven!

De Amsterdamse wijk Slotervaart weerspiegelt de culturele verschillen van het moderne Nederland. Twee keer per week bericht deze krant over het gewone leven in de wijk. Vandaag: de kickboksschool van Nourdin El Otmani.

Je bent meervoudig wereldkampioen kickboksen en thaiboksen. En je bent 25. Je bent dan bijna tien jaar prof. Je hebt 96 wedstrijden achter de rug. En je voelt dat het genoeg is.

Maak kennis met Nourdin El Otmani. Hij is nu, vijf jaar later, 30 jaar. Hij staat midden in zijn kickboksschool in Amsterdam-Slotervaart, het stadsdeel waar hij opgroeide. Over ongeveer drie weken gaat hij open. Het is een slooppand, maar daardoor is de huur van de enorme pand betaalbaar. Het ruikt er naar verf. Het is nog niet af, maar het ziet er al mooi uit. Zijn leerlingen en vrienden hebben muren doorgebroken en geschilderd, douches aangelegd en betegeld, en een bar gebouwd. Er komt een bokszaal, een fitnessruimte, een aerobiczaal, kleedruimte en een kantine.

Al meteen nadat hij stopte, begon Nourdin El Otmani met lesgeven in kick- en thaiboksen. Eerst in De Baarsjes. Snel had hij meer dan 150 leerlingen, onder wie 64 meisjes. Tot hij daar moest stoppen; het stadsdeel had minder geld voor sport.

Voormalig stadsdeelvoorzitter Ahmed Marcouch vroeg of hij niet naar Slotervaart wilde komen. Marcouch zag wat El Otmani kon betekenen voor de jeugd.

El Otmani zag dat wel zitten. Er komen allerlei jongens en meisjes trainen. Jongeren die een keurig leven leiden, zegt hij. Maar ook die andere jongens van Slotervaart haalt hij binnen. De jongens die op straat klieren of tot een criminele groep horen. Die geen opleiding volgen en geen werk hebben. De jongens van wie iedereen zegt dat met hen niets te doen is. El Otmani zegt dat het vaak wel kan.

Hoe dan? Oké, El Otmani heeft zijn verleden mee. Iedereen in de wijk kent hem, ook de hangjongeren. Hij heeft zonder meer respect.

Maar daarmee heeft hij nog niet hun vertrouwen, zegt hij. „Je moet wat betekenen voor de jongens. Dan kan je veel eisen. Jongerenwerkers die hun honk openstellen zodat jongeren lekker kunnen chillen en tafeltennissen, bereiken niets.”

Zijn aanpak is een mengeling van mildheid en hardheid. Net als de bokssport. Veel van die jongens missen discipline, incasseringsvermogen en doorzettingsvermogen. En laat dat nou net datgene zijn waar het bij kickboksen en thaiboksen om draait. Dus traint hij ze daarop. Opdrukken en vasthouden. Vasthouden! Niet opgeven! Niet zo snel opgeven!

Als El Otmani vraagt of ze binnenkomen, komen ze. Heeft hij ze eenmaal binnen, dan blijven ze. „Je hoeft alleen maar te zeggen: als je een man bent, ga je door.” Niemand die dan nog teruggaat naar zijn bankje op straat. Die wordt keihard uitgelachen, uitgemaakt voor mietje. De verslavende werking van de bokssport doet de rest.

Na de training zijn ze lekker duf, zegt El Otmani en kan je lekker babbelen. „Veel van deze jongens hebben de neiging altijd naar een ander te wijzen als iets niet goed is. Ik heb een hekel aan die slachtofferrol. Kijk naar jezelf. Zie je fouten, en verbeter die. Maak je mentaal sterk. Net als in de sport dus. Je hoeft je niet dubbel te bewijzen. Je moet gewoon je best doen.”