Kon de aanklager echt niet zonder Naomi?

Het proces tegen oud-president Charles Taylor is duur en krijgt weinig steun. En de aanklager werkt slordig, menen Gerhard Anders en Hans Loos.

Model Naomi Campbell werd opgeroepen te getuigen tegen oud-president van Liberia, Charles Taylor. De aanklager van het Speciale Hof voor Sierra Leone wilde bewijzen dat Campbell in 1997 diamanten van Taylor gekregen heeft, diamanten waarvan Taylor ontkend heeft ze ooit in zijn bezit te hebben gehad. Campbell zei wel diamanten te hebben gekregen destijds, maar zei niet te weten van wie. Actrice Mia Farrow verklaarde vervolgens dat Campbell wel degelijk wist dat Taylor de gever was. De tegenstrijdige verklaringen hebben de aanklager dus niet geholpen. Maar waarom zouden die paar „vieze kiezelsteentjes”, zoals Campbell ze noemde, ook het bewijs moeten leveren voor Taylors oorlogsmisdaden? Is er geen sterker bewijs voor wapenleveranties aan de rebellen in Sierra Leone, die Taylor met ruwe diamanten zou hebben gefinancierd? De dagvaardingen van Farrow, Campbell en ook Campbells oud-agente White kwamen bovendien als een verrassing. Al in februari 2009 had de aanklager zijn bewijsvoering afgerond, het woord was nu aan de verdediging. Toch heeft de aanklager om heropening van zijn bewijsvoering verzocht. Was hij niet zeker van zijn zaak?

De dagvaardingen wijzen op een aantal problemen waar het tribunaal al sinds de oprichting in 2002 mee kampt.

Het Hof heeft als gevolg van voortdurende financiële problemen beperkte bewegingsruimte en werkt onder tijdsdruk. De gevolgen zijn op alle niveaus zichtbaar. Er waren weinig middelen beschikbaar voor onderzoek. Lange tijd was er een tekort aan rechters, waardoor de processen ernstige vertragingen opliepen. Het Hof is bovendien gedwongen veel tijd en energie te steken in fondsenwerving, want anders dan het Internationaal Strafhof wordt het Sierra Leone-tribunaal gefinancierd uit vrijwillige donaties door VN-lidstaten.

Feitelijk is het Hof afhankelijk van twee grote donateurs: de VS en Groot-Brittannië. Andere landen zien het tribunaal dan ook voornamelijk als een Brits-Amerikaanse aangelegenheid. Liberia heeft traditioneel sterke banden met de VS en Sierra Leone is een voormalige kolonie van Groot-Brittannië. Critici verwijten het Hof onder een te grote invloed te staan van zijn donateurs en wijzen er bijvoorbeeld op dat onder de vier aanklagers die elkaar tot dusver hebben opgevolgd drie Amerikanen zijn en één Brit.

In Sierra Leone en Liberia is weinig publieke steun voor het tribunaal. Het geld zien de inwoners van de twee West-Afrikaanse landen liever besteed aan onderwijs en infrastructuur. Voor hen is het Hof een whiteman’s show die niet de lokale belangen dient.

Ook is er kritiek op de selectie van de verdachten. Er zijn slechts dertien personen aangeklaagd. De jurisdictie van het Hof is namelijk beperkt tot de berechting van die personen die „de grootste verantwoordelijkheid” dragen voor oorlogsmisdaden begaan tijdens de burgeroorlog in Sierra Leone. Dit beperkte mandaat plaatst het Hof voor een dilemma. Wie zijn die hoofdverantwoordelijken? Wellicht zijn er anderen die zich aan dezelfde gruwelijkheden hebben schuldig gemaakt, maar die vrijuit gaan. Hoe leg je dit uit aan de slachtoffers? Sterker, tijdens Taylors proces zijn bekende oorlogsmisdadigers door de aanklager opgeroepen als getuigen. Zij mochten profiteren van een riant getuigenbeschermingsprogramma.

De aanklager is meerdere malen slordigheid verweten. De aanklachten tegen Taylor en de twaalf andere verdachten zijn in amper een half jaar tot stand gekomen en zijn niet gebaseerd op gedegen politieonderzoek. Vaak zijn formuleringen dubbelzinnig en is het onduidelijk voor welke misdaden verdachten precies verantwoordelijk worden gesteld. Zo zou Taylor volgens de aanklacht deel uitmaken van een zogenoemde joint criminal enterprise met de leiders van twee rebellengroepen in Sierra Leone. Taylor zou directe verantwoordelijkheid dragen voor oorlogsmisdaden, begaan door leden van deze twee groepen. Zo’n criminele organisatie veronderstelt echter een gemeenschappelijk doel, dat in de context van het slepende West-Afrikaanse conflict lang niet altijd evident is. Veel internationale juristen concluderen dat de aanklager er in zes jaar tijd niet in is geslaagd het criminele doel van Taylors joint criminal enterprise duidelijk te formuleren.

Het optreden van Farrow, Campbell en White voor het tribunaal heeft aan de worsteling van de aanklager geen eind gebracht. Wel is er opeens veel aandacht voor een proces dat vooralsnog in relatieve mediastilte is verlopen. De vraag is of die aandacht zich moet richten op een wereldberoemde actrice of topmodel, of op de eigenlijke kwesties in de rechtsgang van het Hof in Leidschendam.

Gerhard Anders is als wetenschappelijk onderzoeker Internationaal Strafrecht verbonden aan de Universiteit Zürich. Hans Loos is freelance journalist.