De plundering van Congo's rijkdom gaat door

Vroeger heerste er dictator Mobutu, nu de gekozen president Kabila. Congo is hervormd, zegt men. „Al vijftig jaar proberen we iets te veranderen. Niets lukt.”

Kopermijn van First Quantum Minerals in Fungurume, Zuid-Congo. De regering heeft de licentie van First Quantum ingetrokken. Foto Reuters Heavy machinery is seen at Frontier copper mine in Fungurume, in southern Democratic Republic of Congo May 25, 2010. Production at First Quantum Minerals' Frontier copper mine in Congo continued round the clock on Wednesday, despite a court decision to revoke the Canadian miner's license. Picture taken May 25, 2010. REUTERS/Katrina Manson (DEMOCRATIC REPUBLIC of CONGO - Tags: BUSINESS POLITICS) Reuters

Hij kan het nog steeds niet geloven. „Vier miljoen dollar heb ik in dit project geïnvesteerd en in één klap ben ik het kwijt. Ik heb veel maffiose Congolezen ontmoet. Ik heb met geld geschoven en auto’s aan het regeringsleger gedoneerd. En toch hebben ze nu mijn contract opgezegd. Een groep naaste medewerkers van president Joseph Kabila perst ons af.”

De spreker van deze woorden wil niet met naam of toenaam in de krant. Immers, zijn onderneming heeft meer investeringen in Congo en wil die niet in gevaar brengen. „Congolezen denken dat wij terug blijven komen voor hun rijkdom aan grondstoffen”, zegt hij bitter. „Maar ze zuigen zoveel uit buitenlandse bedrijven dat je kapitaal op is nog voor je goed en wel bent begonnen.”

Er is veel veranderd in Congo de afgelopen jaren. De notoire dictator Mobutu Sese Seko is afgezet en dood, zijn brute opvolger Laurent Kabila is vermoord en diens zoon Joseph in 2006 uiteindelijk democratisch gekozen. De oorlog met, en bezettingen door buurlanden zijn beëindigd. En vorige maand is Congo’s schuldenlast van ruim tien miljard dollar kwijtgescholden. Een ontwakende reus, noemde president Joseph Kabila zijn land op het gouden jubileum van de onafhankelijkheid eerder deze zomer. De doorgevoerde macro-economische hervormingen stemmen het Internationale Monetaire Fonds, de Wereldbank en veel donorlanden mild over Congo.

Maar er wringt nog veel in economie en bestuur. Net als in Mobutu’s tijd bestaat er nog altijd grote corruptie. Investeerders als Tim O’Hanlon, hoofd Afrika van het Ierse oliebedrijf Tullow, zijn kwaad. O’Hanlon sprak eind vorige maand in de Congolese hoofdstad Kinshasa zonder enig voorbehoud met journalisten over de problemen van corruptie. Hij was dan ook ten einde raad. Tullow kocht in 2006 exploratierechten voor de blokken 1 en 2 (naar verluidt voor vijf miljoen dollar) in het olierijke Albertmeer. Tullow is al actief aan de Oegandese kant van het meer waar meer dan één miljard vaten aan olievoorraden zijn gevonden.

De aan Tullow toegekende blokken in Congo werden twee jaar later ook aan het Zuid-Afrikaanse bedrijf Divine Inspiration verkocht. Om vervolgens eind vorige maand per decreet door Joseph Kabila opnieuw te worden verkocht aan Caprikat en Fox Whelp, twee onbekende ondernemingen zonder expertise in oliewinning en geregistreerd in de Britse Maagden-eilanden. Tim O’Hanlon noemt de doorverkoop van de contracten „plundering ten behoeve van enkele geprivilegieerden”. De nieuwe eigenaren van de blokken zijn „bedrijven met een lange lijst beroemdheden als aandeelhouders”.

Wie zijn deze beroemde aandeelhouders over wie Tim O’Hanlon spreekt? Mijnbouwbedrijven sluiten contracten met ministers, maar het laatste woord blijft aan de president. Tullow noch Divine Inspiration hadden het presidentiële fiat gekregen. Over de aandeelhouders van Caprikat en Fox Whelp is weinig bekend. Zeker is dat Khulubuse Zuma, een neef van de Zuidafrikaanse president Jacob Zuma, belangen heeft. In zakenkringen in de Congolese hoofdstad Kinshasa vallen verder namen van twee naaste medewerkers van Kabila: zijn adviseur Augustin Katumba Mwanke en de Israëlische zakenman Dan Gertler. Een hoge Congolese ambtenaar betrokken bij het uitgeven van de concessies verdedigt Caprikat en Fox Whelp: „Ik weet zeker dat Kabila bedrijven heeft gekozen die onze filosofie delen hoe Congo te ontwikkelen.”

Professor Kalele ka Bile kan echter nauwelijks een lach onderdrukken. „De strijd voor contracten hoort bij het pokerspel”, stelt de socioloog vast. „Zeker, Congolese politici doen geen frisse zaken, maar laten we nu niet doen alsof buitenlandse investeerders zich wel aan de regels houden.”

Het land met koper, kobalt, tin, zink, goud, diamanten, uranium en olie en nog veel andere mineralen, trekt al meer dan honderd jaar binnen- en buitenlandse plunderaars. President Mobutu (1965-1997) gebruikte de mijnsector als melkkoe. Maar hij investeerde er niet in. Begin 1990 was de sector ontmanteld en de koperproductie gekelderd van 440.000 ton in 1989 tot 16.000 ton in 2003.

Laurent Kabila (1997-2001) gaf nog vóór hij zich een weg naar het presidentschap had gevochten al eigenhandig mijnconcessies weg. Hij gebruikte inkomsten van mijncontracten voor de aankoop van wapens tijdens de oorlog (1998-2003). Na zijn dood verleende diens zoon Joseph Kabila dezelfde concessies aan andere bedrijven. Joseph gebruikte die inkomsten eerst voor de oorlog en daarna tijdens de vrede voor het bijeenhouden van de verschillende facties in zijn fragiele coalitieregering tot 2006. Enkele grote buitenlandse bedrijven kwamen naar Congo, maar ook veel cowboyinvesteerders – speculanten die concessies kopen, niet om de mijnen te exploiteren maar om ze met grove winst door te verkopen. Het gebrek aan transparantie bij de uitgifte van contracten bereikte vorige maand de directiekamers van het IMF en de Wereldbank. Die financiële instellingen vergaderden over Congo’s schuldenlast van ruim tien miljard dollar die het had opgelopen tijdens de heerschappij van Mobutu. De dictator was een Westerse bondgenoot in de Koude oorlog en een kleptocraat die met medeweten van de VS, IMF en Wereldbank miljarden uit de staatskas stal. Congolezen spreken daarom over „immorele schulden” waarvoor de VS en het IMF evenveel verantwoordelijkheid dragen als Congo zelf.

Canada wilde op de bijeenkomsten de kwijtschelding uitstellen wegens de vermoedelijke corruptie rond het contract met het Canadese bedrijf First Quantum Mining. First Quantum vergaarde in 2006 de rechten voor de koper- en kobaltmijn Kingamyambo Musonoi in het zuidelijke Kolwezi. Het pompte sindsdien naar eigen zeggen 750 miljoen dollar in de mijn.

Vervolg Congo: pagina 12

Het land bijeen houden door geld uit te delen

Congo

Die investeringen raakten de Canadezen vorig jaar plotsklaps kwijt. Bij onderzoek van een Congolese parlementscommissie en buitenlandse actiegroepen naar tientallen mijncontracten kwamen veel omstreden zaken aan het licht. De overheid besloot daarop alle contracten opnieuw door te lichten.

„Het begon als een prijzenswaardige poging betere voorwaarden voor Congo te krijgen en eindigde in afpersing ten behoeve van een groep politici rond Kabila”, sniert een bankier. Het contract met First Quantum werd beëindigd omdat het Canadese bedrijf „de Congolese wet had overtreden”. Het Canadese bedrijf betwist het besluit, maar de Congolese regering gaf de concessie van First Quantum voor 60 miljoen dollar aan het bedrijf Highwind International dat wederom is geregistreerd in de Maagden-eilanden. En weer is het Khulubuse Zuma die aandelen heeft in dit bedrijf, net als in Caprikat en Fox Whelp.

Een minister die niet met zijn naam in de krant wil, vertelt hoe president Kabila zijn kabinet niet raadpleegde over het uitgeven van deze concessies. „Er zijn teveel van dergelijke omstreden contracten. Ze werken verlammend”, kritiseert hij zijn baas.

IMF en Wereldbank stelden in het verleden aan Congo altijd minder strikte eisen qua corruptie dan aan andere Afrikaanse landen. Samir Jahja, hoofd van het IMF in Kinshasa, drukt zich voorzichtig uit: „Het IMF adviseert de regering niets te doen met het contract van First Quantum voordat er arbitrage heeft plaatsgevonden.”

Afpersing van hoog tot laag bepaalt de Congolese economie. Burgers en bedrijven worden geteisterd door parasitaire ambtenaren en honderden obscure belastingen. Congo’s economische systeem is, in de woorden van een bankier, „krankzinnig”. Maar het is niet nieuw. „Het ‘mobutisme’ is de enige filosofie die we kennen om dit land te besturen.”

Mobutu kocht met geld uit de mijnsector aanhankelijkheid van politici en zakenlieden. Hij stond aan de top van een piramide en onder hem kreeg iedereen zijn deel. Het parasitaire systeem werd gevoed door buitenlandse financiële hulp, tot begin jaren negentig met het einde van de Koude Oorlog het Westen Mobutu liet vallen. Hij begon daarna het staatsapparaat leeg te roven en staatsbedrijven uit te kleden. Het oerwoud slokte de laatste infrastructuur op.

Hoe kan een regering een gigantisch groot land bijeen houden, zonder effectief leger en met nauwelijks overheidsstructuren? „Met geld. Je distribueert geld”, zegt de bankier. „Kabila heeft het systeem van Mobutu geadopteerd.”

Maar er is een verschil. „Voor het eerst sinds lange tijd groeit de economie weer”, jubelt zakenman en minister Jose Endundu. „Mobutu had het vroeger alleen voor het zeggen. Nu voeren we hervormingen door en het IMF en Wereldbank erkennen die vooruitgang door ons weer geld te lenen. Als de bevolking ziet dat we scholen en wegen bouwen, begrijpt ze dat de staat niet meer roofzuchtig is.”

Net als in Mobutu’s tijd ontvangen ambtenaren geen of nauwelijks salaris. Zij halen hun inkomsten uit belastingen, waarvan er honderden soorten bestaan. Een ambtenaar in het oerwoud eist geld van bewoners die hun goederen van de ene kant van de rivier naar de andere brengen. Het hoofd van het protocol in Kinshasa vraagt honderd dollar smeergeld aan journalisten voor het bijwonen van de feesten van Congo’s gouden jubileum. En een politieagent klopt aan bij een rijke blanke om een speciale belasting voor papagaaien te innen.

Macro-economisch boekt het land vooruitgang: de inflatie is teruggebracht tot rond de tien procent. Vorig jaar was de groei door de internationale financiële crisis slechts 2,8 procent maar dit jaar een geschatte 5,4 procent. In tegenstelling tot Mobutu graait Kabila niet uit de kluis van de centrale bank. IMF en Wereldbank prijzen de hervormingen en scholden daarom het merendeel van de schulden kwijt.

Congo’s steden maken nog steeds een vervallen indruk. De inwoners zijn uiterst arm. Er is meer criminaliteit. Maar er is groei zichtbaar. Sommige Congolezen noemen het zelfs een hoogconjunctuur. Hummers en andere nieuwe luxe auto’s, nieuwe gebouwen, meer consumptie, de toename van het aantal bankrekeningen van vijftienduizend naar een half miljoen, en de oprichting van tien nieuwe banken tonen na de jarenlange stagnatie een nieuw elan.

De groei heeft een dubieuze basis. „Veel van de toegenomen geldstroom komt op het conto van ambtenaren die investeerders faciliteren door handtekeningen te zetten en de weg te bereiden naar de besluitvormers in de overheid”, vertelt de bankier. „Het probleem is dat deze groei niet tot meer productie leidt. Daarvoor bestaan er nog talrijke belemmeringen voor de privésector. Een bedrijf dient 300 verschillende belastingen te betalen. Dit land blijft het moeilijkste land ter wereld om zaken te doen.”

De grootste stimulans voor de Congolese economie komt van het contract met China ter waarde van zes miljard dollar. China bouwt Congo’s infrastructuur op in ruil voor grondstoffen. „De Chinezen werken effectief. Ze voeren hun beloftes uit”, prijst zakenman en parlementslid Jean Bamanisa. „In tegenstelling tot de tijd van Mobutu, toen leende de Wereldbank geld voor projecten en verdween het geld onmiddellijk.”

Ridja Djoza Buma Lori is directeur van de textielfabriek Sotexki in de oostelijke stad Kisangani. Hij prijs de Chinese wegenbouw. Maar er zit een andere kant aan de medaille. „We kunnen niet tegen de goedkope import uit China op. De Chinese industrieën stelen onze designs en produceren slechte kwaliteit, maar tegen een goedkopere prijs.” Sotexki wilde de nieuwe, voor Congo’s gouden jubileum aan te schaffen legeruniformen leveren, maar de Chinezen bleken goedkoper.

Door de Chinese projecten gaan wel door het oerwoud opgeslokte wegen na vele jaren weer open. „Vanuit Oost-Congo kun je nu binnen drie dagen goederen naar het Keniaanse Mombasa vervoeren”, zegt minister Olivier Kamitatu (Economische Planning), tevreden. „Enkele jaren geleden was dat ondenkbaar. We hebben 6000 kilometer aan oude wegen gerehabiliteerd.” Door de wegenbouw kan Sotexki weer katoen kopen van Congolese plantages die jarenlang onbereikbaar waren vanuit Kisangani. In de binnenlanden trof Sotexki naakte inwoners, geen dorpeling kon zich nog kleren veroorloven. De armoede en ondervoeding buiten de steden is enorm. „Congolezen verwijten ons dat we niets aan de diepe sociale misère doen”, zegt Kamitatu. „We moeten nog vele jaren met meer dan 10 procent groeien om de armoede van Congo tot de helft terug te brengen.”

Een steenrijk land met een zwakke overheid bracht zijn inwoners misère. „Je kunt niet over Congo praten alsof het een gewoon land is”, zegt hoogleraar economie Mabi Malumba, die diende als premier onder Mobutu, leiding gaf aan de rekenkamer en nu voorzitter is van de Commissie economische zaken in de Senaat. „De overheid oefent nauwelijks controle uit over zijn grondgebied, grondstoffen worden illegaal geëxporteerd, legers van buurlanden bezetten ons grondgebied en er heerst geen rechtsysteem waar de burger zijn gelijk kan halen. De bevolking is aan zichzelf overgelaten. We proberen dat al vijftig jaar te veranderen. Het is nog niet gelukt.”