Angst voor deflatie jaagt de geldpers aan in de Verenigde Staten

De Amerikaanse economie heeft weer hulp nodig. De Federal Reserve zet de geldpers weer aan, maar is het genoeg om een nieuwe recessie te voorkomen?

Het zat eraan te komen: de geldpers draait weer in de Verenigde Staten.

Het Amerikaanse stelsel van centrale banken, de Federal Reserve, constateerde gisteren in een lang verwachte verklaring dat de economie trager herstelt dan verwacht. Daarom houdt het de rente voor een lange periode laag en zal het geld dat vrijvalt als hypotheekobligaties aflopen vanaf volgende week investeren in langlopende staatsobligaties (met een looptijd van twee tot tien jaar). Het doel? De rente op staatsobligaties verlagen en daarmee ook de rente op leningen aan burgers en bedrijven.

De angst voor deflatie lijkt binnen de Federal Open Market Committee groter dan de angst voor inflatie. Het herinvesteren van hypotheekobligaties betekent immers dat de balans van de Fed – die sinds het uitbreken van de kredietcrisis drie jaar geleden – met 2.300 miljard dollar dubbel zo groot blijft als voor de crisis. Al dat nieuwe geld zou onder reguliere economische omstandigheden leiden tot een gierende inflatie. Maar juist omdat de Amerikaanse economie vaart verliest en eerdere monetaire maatregelen uitgewerkt lijken, is de angst voor deflatie reëel. Bij deflatie potten mensen hun geld op en stoppen ze met consumeren. Schulden nemen in waarde toe, een ramp in het met schulden overladen Amerika.

Financiële markten reageerden aanvankelijk gematigd optimistisch op het besluit van de Fed, maar al snel bekoelde het enthousiasme. Was dit wel waar we op hoopten, leek men te denken. Ja en nee, is het antwoord.

Dit jaar loopt een deel van de hypotheekobligaties die de Fed sinds 2008 kocht af, naar schatting voor zo’n 150 miljard dollar. Ze lopen af omdat ofwel de looptijd van de onderliggende hypotheek eindigt en de som wordt afgelost, ofwel mensen ervoor kiezen om wegens de nu al lage rente hun hypotheek over te sluiten. Dat is precies wat de Fed beoogt: lagere maandlasten voor een hypotheek betekent meer geld om te besteden. En dat leidt weer tot sterker herstel van de consumptiegedreven economie.

De balans van de Fed zou bij het aflopen van de hypotheekobligaties bescheiden krimpen. Tot twee maanden geleden hield iedereen er ook rekening mee dat dat zou gebeuren. Maar sindsdien raakte het herstel in het slop. De roep om meer monetaire ruimte werd steeds luider en de Fed gaf daar gisteren gehoor aan. Vandaar de aanvankelijke opluchting op de financiële markten.

Het signaal dat de Fed gisteravond gaf is dan ook stevig. Het toont de bereidheid van de centralebankiers om bij een verdere verslechtering van de Amerikaanse economie de geldpers aan te zetten. Helemaal onomstreden was de beslissing niet. Een van de haviken in de Fed, Thomas Hoenig van de Fed in Kansas, keerde zich tegen het besluit het geld van de aflopende hypotheekobligaties te herinvesteren in staatspapier. Hij vindt dat de Amerikaanse economie voldoende herstelt, wil af van de lage rente en acht aanvullende maatregelen niet nodig.

Hoenig boekte met zijn verzet een kleine overwinning: de Fed investeert het vrijvallende geld niet opnieuw in hypotheekobligaties. Die zijn inmiddels met een kleine 1.300 miljard dollar goed voor ruim de helft van de balans van de Fed. De Fed heeft traditioneel voor zo’n 750 miljard dollar aan langlopende staatsobligaties op de balans staan, terwijl hypotheekobligaties een noviteit waren die samenhing met de kredietcrisis. Een terugkeer naar staatsobligaties is wat dat betreft een aanscherping.

Voorafgaand aan het besluit werd echter driftig gespeculeerd over quantitative easing 2.0, een volwaardige nieuwe stap in monetaire verruiming. In het extreemste scenario zou de Fed niet alleen vrijvallend geld herinvesteren, maar opnieuw de geldpers aanzetten om de economie aan te jagen. De stap van gisteren kan beter quantitative easing 1.1 genoemd worden, omdat het een marginale aanpassing betreft van het bestaande beleid.

De vraag is of de Fed met deze relatief bescheiden stap de ernst van de economische situatie goed inschat. Richard Jerram van Macquarie Asia schrijft vandaag op de website van The Wall Street Journal, dat het beleid van de Fed doet denken aan het zwalkende beleid van de Bank of Japan begin deze eeuw. „De BoJ paste herhaaldelijk haar beleid stukje bij beetje aan, maar worstelde met een verklaring waarom die wijzigingen noodzakelijk waren.” Hij suggereert dat ook de VS wel eens een lange periode van stagnatie en deflatie zou kunnen krijgen.

Het stapje dat de Fed nu zet, is volgens Paul Krugman, columnist van The New York Times, het kleinste stapje dat de Fed kon zetten. De balans laten krimpen was geen optie, dat zou tot paniek hebben geleid. Maar in plaats van het Japanse scenario was een daadkrachtiger besluit wenselijker geweest, zegt Krugman. Veel kleine stapjes maken uiteindelijk een grote, maar de impact daarvan op de economie en het vertrouwen is minder.

De Fed is nog niet verlost van de discussie over quantitative easing, en de Amerikaanse economie niet van een recessie.