'Waarom heb ik afscheid genomen?'

Ze is al 36 jaar, maar dat weerhoudt Inge de Bruijn er niet van een rentree te overwegen. „Eigenlijk mag je niet meer terug als je eenmaal gestopt bent.”

Zes jaar geleden zwom ze haar laatste serieuze wedstrijd, tijdens de Olympische Spelen van Athene (2004). Daarna werd het stil rond Inge de Bruijn, viervoudig olympisch kampioen en veruit de succesvolste Nederlandse zwemster uit de geschiedenis. Jarenlang was überhaupt niet bekend of ze nu gestopt was of niet. Ze taalde niet meer naar het zwembad – aftrainen deed ze pas nadat haar lichaam haar een serieuze waarschuwing had gegeven. Het zwembad bij haar om de hoek in Barendrecht, nota bene naar haar vernoemd, bezocht ze alleen om haar waterpoloënde broer aan te moedigen, of om haar nichtje naar de zwemtraining te brengen.

Maar ineens, drie weken geleden, ging het kriebelen bij de 36-jarige zwemdiva. Het begon met een paar baantjes op Tenerife, waar ze op uitnodiging van haar oud-coach Jacco Verhaeren de Nederlandse ploeg bijstond in de voorbereiding op de EK langebaan. Voor de zekerheid had ze een zwempak meegenomen. Loodzwaar was het geweest, die eerste kilometer. Maar ineens had ze de slag weer te pakken. Ongetraind, maar toch als in haar beste dagen gleed De Bruijn door het water, verbaasd gadegeslagen door de zwemmers en Verhaeren.

Zelf was De Bruijn nog het meest verbaasd. „Wonderbaarlijk vond ik het”, zegt ze in de lobby van het hotel van de Nederlandse ploeg in Boedapest. „Ik stond ervan te kijken dat ik het ook nog zo leuk vond. Ik dacht er helemaal klaar mee te zijn. Maar ik merkte dat ik het niet verleerd was. Wel qua snelheid en kracht, en inhoud. Maar het gevoel was er nog.”

Ze vroeg Verhaeren zelfs om een trainingsschema. „Ik hou ervan als iemand zegt wat ik moet doen.” Elke training zwom ze 4,5 kilometer – al verontschuldigde ze zich bij Verhaeren toen ze een keer 600 meter had overgeslagen.

En nu weet ze niet meer zo zeker of ze wel voorgoed is gestopt. „Ik heb na mijn beslissing om te stoppen nooit getwijfeld. Tot Tenerife. Een insider die mij had zien zwemmen, had gezegd: als ze drie maanden voluit traint, kan ze terugkeren aan de top.” Zelf zegt ze niet te weten wie de insider was, maar het is geen geheim dat Verhaeren haar kansen toedicht terug te keren, als ze enkele maanden hard traint. Gisteren wilde ze een comeback niet langer uitsluiten.

Na ‘Athene’, waar ze vier van haar acht olympische medailles behaalde, deed De Bruijn maandenlang niets, totdat ze merkte dat haar lichaam ging protesteren. „Ik werd chagrijnig, kreeg overal pijntjes. Terwijl ik al die jaren nooit één blessure had gehad, ondanks die zware trainingen in Amerika. Mijn lichaam vroeg om activiteit. Ik kreeg een keer een steek in mijn hart. Toen dacht ik: ik moet aftrainen. Dat heb ik ook netjes gedaan, maar ik heb het hoogsthaalbare bereikt, dus er was geen must het water in te duiken. En ik ben gezegend dat ik niet uitdij.”

Na ‘Athene’ twijfelde ze langdurig. „Ik riep dat ik doorging met zwemmen. Maar mijn coach Paul Bergen zei: ‘We’ll see about that.’ Tijdens een interview voor de WK in 2007 wist ik het ineens. Het is mooi geweest. Zwemmen is mijn leven geweest, ik wist niet beter. Zeker de periode in Amerika bij coach Bergen. Dat voelde erg eigen, ik had er een bepaalde houvast aan, ondanks de zware momenten en de eenzaamheid. Maar ik was ook heel nieuwsgierig naar een gewoon leven.”

Zoals oppassen op de kinderen van haar zus. „Ik ben elke dinsdag oppastante, dat vind ik de leukste dag van de week. Dan haal ik ze van school, breng ze naar het voetballen en zwemmen, ik kook voor ze en ze slapen bij mij. Gewoon, normale dingen.”

Hoe anders was dat toen ze nog zwom. De Spelen van Atlanta (1996) liet ze bewust aan zich voorbijgaan omdat ze „niet gemotiveerd” was. Als tiener was ze vaak onzeker, had last van faalangst. „Maar toen ik op tv naar ‘Atlanta’ keek, zat ik in tranen. Toen kwam het besef dat ik al klaar was terwijl ik nog niet eens begonnen was. Het was een zwarte pagina, maar het is wel de beste beslissing geweest in mijn carrière. Anders was ik nooit viervoudig olympisch kampioen geworden. Het moest gewoon zo zijn.”

Ze kreeg daarna een uitnodiging om naar Amerika te gaan, met haar zus. Daar ontmoette ze „coach Bergen”, de Amerikaan die haar met zijn spartaanse trainingsmethoden naar olympische successen leidde. „Soms moet je drie stappen terug om er één vooruit te gaan.”

In 1999 kwam de ommekeer, toen ze in Istanbul haar eerste grote zege behaalde. „Het was elke keer net niet. Maar daarna kende ik alleen nog maar positieve spanning. Ik legde de lat heel hoog, dat vond ik lekker. In Sydney dacht ik: kom maar op, dit is het moment om te schitteren.”

Dat is precies wat ze de zwemmers van nu probeert bij te brengen, van wie een aantal regelmatig last heeft van wedstrijdstress. „Je moet niet denken: ‘o jee, nu moet ik zwemmen’. Nee, nu mág ik. Dat is een heel andere benadering.”

Ze keek vorige maand haar ogen uit bij het trainingskamp in Tenerife. „Het zwemmen is op zoveel fronten veranderd, veel professioneler. Deze ploeg is zó fit. Toen de trainingspakken uitgingen wist ik niet wat ik zag. Ik was ook fit, maar als team zijn ze zo gedisciplineerd, ze weten wat ze willen. Toen ik negentien was zwom ik gewoon lekker op en neer, deed mijn krachttrainingen, klaar. Zij nemen het echt serieus, met hun trainingen, met voeding, met rust nemen, hun instelling. Ik zou willen dat ik destijds in zo’n groep had gezeten.”

Vooral de sfeer is anders. „Vroeger had je het Eindhoven- en het Amsterdam-kamp. Die tegenstellingen zijn weg. Ik kon me er wel heel erg van afsluiten. Ik zat op mijn kamer, trainen-eten-slapen, meer was het niet. Maar ik was heel egoïstisch. Dat hoor ik nu ook van mensen, ik ben veel milder geworden, een cry baby. Heel emotioneel. Bij die meiden in Peking heb ik gehuild, zo blij was ik.”

Het greep haar des te meer aan dat de nieuwe ster van de zwemploeg, Ranomi Kromowidjojo, vorige maand bij het trainingskamp met een hersenvliesontsteking in het ziekenhuis werd opgenomen. „Ik wou echt dat ik in het ziekenhuis lag voor haar. Ranomi is al groot, maar zij kan beter worden dan ik, denk ik. Jacco heeft al gezegd dat ze beter is dan ik op die leeftijd. Vooral mentaal. Zij heeft nu al de instelling die ik had in Sydney, toen ik 27 was.”

Maar de kennismaking met de huidige zwemtop krijgt mogelijk nog een vervolg. Gisteren deed De Bruijn geen moeite haar twijfels te verbergen. „Mijn zus roept keihard: ga weer zwemmen. Mensen zeggen altijd dat ik straal als ik in de zwemsport bezig ben. Dat had ik in Peking ook al. Dan zeggen zwemmers of journalisten: je had nog gemakkelijk mee kunnen doen. Ik heb me altijd vrij en prettig gevoeld in het water. Wat is hier aan de hand?” Op Tenerife herhaalde zich het patroon.

Haar grote vraag is of een comeback verstandig is, erkent ze nu. „Waarom heb ik afscheid genomen van de zwemsport? Mijn carrière kon niet beter. Je neemt toch een groot risico. Ik haat verliezen. Ik sta er niet bij stil of het beeld van mij als topzwemster schade kan oplopen. Maar eigenlijk mag je niet meer terug als je eenmaal gestopt bent.”

Dat het kriebelt is duidelijk. Toen de estafettevrouwen zich gisteren klaarmaakten voor hun serie merkte De Bruijn dat ze zelf ook bezig was „armen en benen los te schudden”. Als ze ‘Eindhoven’ wil ‘doen’, moet ze snel beginnen. „Het is wel heel kort dag, hoor.” Dan, met een grijns: „Zijn er nog vragen over iets anders?”