Waarom de SDAP niet mee wilde regeren

In zijn informatieve artikel over het eerste extraparlementaire kabinet, het kabinet-Cort van der Linden, dat in 1913 aantrad, merkt Mark Kranenburg terecht op dat de SDAP weigerde de kans te grijpen tot een kabinet toe te treden (NRC Handelsblad, 5 augustus). De aangegeven reden ? de partij vreesde electoraal verlies aan de anarchisten en de Sociaal-Democratische Partij van Wijnkoop ? klopt evenwel niet. Beide linkse concurrenten vormden geen enkele electorale bedreiging. Dit wegens hun minuscule omvang, maar ook doordat het bestaande kiesstelsel, een districtenstelsel verbonden met criteria van welstand die veel arbeiders van het kiesrecht uitsloten, een veel te hoge drempel voor deze groeperingen inhield om tot het parlement door te dringen. De echte achtergrond van de weigering was de in de partijhistorie verankerde afkeer van het ?ministerialisme?, waarbij het toetreden tot een burgerlijke (niet-socialistische) regering slechts onder exceptionele omstandigheden viel te billijken. Achtten vooraanstaande representanten van de rechtervleugel, waar partijleider Troelstra zich ten leste bij aansloot, deze omstandigheden wel degelijk aanwezig, een partijmeerderheid besloot op het buitengewoon congres van Zwolle (9 augustus 1913) na hevige disputen anders. Dit mede onder invloed van hevige agitatie tegen regeringsdeelname door de marxistische linkervleugel van de partij, die met het congresbesluit een van zijn laatste zeges in de partijhistorie wist te behalen.

Henny Buiting

Rotterdam