Verwacht maar niet dat Wilders straks een toontje lager zingt

Gedoogsteun aan het kabinet zal een radicale partij als de PVV wel temmen.

Dat wordt vaak gezegd. Maar het is een mythe.

Moet je je zorgen maken over de rechtsstaat als Wilders mee mag regeren via gedoogsteun? Ook al horen we Maxime Verhagen en Mark Rutte daar niet (meer) over, volgens verschillende opiniebijdragen is het een slimme zet om de PVV mee te laten doen. Regeringsdeelname zou zelfs de beste manier zijn om de PVV te temmen. Er wordt daarbij vaak naar Denemarken verwezen. De Deense Volkspartij zou zich, sinds de partij in 2001 de minderheidsregering steunt, immers ook gematigd hebben.

Dat radicale partijen zich vanzelf zullen matigen als ze eenmaal regeringsverantwoordelijkheid dragen, is een mythe. In alle gevallen in West-Europa waarin radicaal-rechtse partijen deelgenomen hebben aan een regering is er wat betreft beleidsvoorstellen respect voor de rechtsstaat of retoriek weinig bewijs te vinden voor matiging. Zeker, op sommige beleidsterreinen was er sprake van enige dressuur; zo moest de Oostenrijkse FPÖ zich in 2000 als voorwaarde voor toetreding tot de regering matigen met betrekking tot het EU-standpunt. Matiging betreft echter zelden de onderwerpen waar de radicale partijen zich het meest op profileren.

Mijn vergelijkend onderzoek naar het immigratiebeleid van de regeringscoalities met radicaal-rechtse partijen laat zien dat deze regeringen het immigratie- en integratiebeleid flink aangescherpt hebben. Dat was zeker ook het geval in Denemarken. Het Deense akkoord over het immigratiebeleid behelsde onder meer invoering van de 24-jaarswet voor huwelijkspartners buiten de EU (om te kunnen trouwen met een partner van buiten de EU moeten betrokkenen minstens 24 jaar oud zijn) en reductie van uitkeringen voor immigranten.

Die beleidsmaatregelen getuigden niet van respect voor de rechtsstaat, omdat het principe van gelijke behandeling er fundamenteel door aangetast werd. De commissie Gelijke Behandeling kon zich niet meer laten horen, want die was opgeheven.

De rechtsstaat wordt door deze partijen niet ineens in een ander licht gezien op het moment dat ze zelf medewetgever zijn geworden. Niet alleen in woord, maar ook in daad hebben radicaal-rechtse partijen meer dan eens afstand genomen van de rechtsstaat terwijl ze regeringsverantwoordelijkheid droegen. FPÖ-leider Jörg Haider daagde graag de rechtsstaat uit, ook toen zijn partij in de regering zat. Hij weigerde bijvoorbeeld om gehoor te geven aan de verordening van het Constitutionele Hof om tweetalige plaatsnaamborden in te voeren. De Zwitserse Volkspartij, waarvan de radicale vleugel vanaf 2003 in de regering vertegenwoordigd was, riep op om een uitspraak van het Constitutionele Hof over naturalisatieprocedures te negeren. De partij wilde ook een minarettenverbod en wist dat via een referendum te realiseren. De vraag of dit verbod in overeenstemming is met het principe van godsdienstvrijheid moet nog getoetst worden.

Op matiging van toon valt evenmin te rekenen. De leider van de Deense Volkspartij Pia Kjaersgaard heeft haar anti-islam boodschap onverkort gehandhaafd. Twee ministers van de Italiaanse Lega Nord moesten aftreden na provocerende uitspraken. De Zwitserse Volkspartij staat bekend om zijn provocerende campagnes tegen immigranten.

Al deze voorbeelden laten zien dat deze partijen soms wel gedwongen kunnen worden om zich te matigen, maar vaker nog weten ze ruimte te bedingen voor vrij spel rond hun eigen thema’s immigratie en veiligheid. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat ze ook in staat zijn al hun radicale programmapunten te realiseren. Een koranverbod is er (nog) niet gekomen in Denemarken. Matiging gaat niet vanzelf; regeringsdeelname is geen wasprogramma waaruit partijen gegarandeerd gebleekt en gestreken te voorschijn komen. Of ze getemd worden hangt in de eerste plaats af van de coalitiepartners. Als CDA en PVV kiezen voor een uitruil, waarbij de PVV veel vrijheid houdt op de eigen thema’s, dan is het uiteindelijk aan de kiezer om te bepalen of de teugels aangehaald moeten worden. Bij de provinciale verkiezingen in maart 2011 krijgen we daartoe de mogelijkheid.

Tjitske Akkerman is universitair docent politicologie aan de UvA.