Rechts wonen de hindoes, links de moslims

Deze zomer reizen onze correspondenten langs een grens – een echte, een culturele, een historische of een denkbeeldige – in hun gebied. In de Indiase stad Ahmedabad sluimert bittere geloofsstrijd.

WIM BRUMMELMAN

Het regent onophoudelijk. Maar we moeten verder. Naar het vervallen buurtje langs de rivier waar verpleegster Zareena Kasam Sayed woont met haar twee zoontjes en haar moeder.

Gisteren hadden we haar ontmoet bij een Middeleeuwse poort, niet ver van het moderne Cama Hotel. Vanaf de vroegere ommuurde stad van Ahmedabad loop je daar de armoedige rafelrand van het centrum binnen. Sommige steegjes zijn overstroomd.

Zareena (26), pas gescheiden, is niet op haar mondje gevallen. Waar moet ik straks wonen als de buurt wordt afgebroken, vroeg ze zich hardop af. Het bezorgdst is ze over haar moeder met kanker. Niemand biedt hulp, zei ze. Morgen komen we terug, beloofden we.

Voor Zareena’s verhaal, over armoede en corrupte ambtenaren die een rantsoenkaart willen geven in ruil voor seks, zijn we niet gekomen. Wie in India een grens wil opzoeken, moet naar Kashmir, naar de bestandslijn met aartsvijand Pakistan. Maar in dat onherbergzame gebied houden legers aan beide zijden van de grens elkaar nauwlettend in de gaten. Wandelen is daar ondenkbaar.

Daarom hebben we Ahmedabad uitgekozen, een stad van vijf miljoen inwoners in Gujarat. Die deelstaat is berucht door geweldsuitbarstingen tussen hindoes en zijn moslimminderheid. De ergste waren begin 2002. Toen vielen zeker 1.200 doden bij pogroms, hoofdzakelijk moslims. De slachtpartijen werden van bovenaf geregisseerd, uitgelokt door de dood van 58 hindoepelgrims in een in brand gestoken treinwagon.

Ahmedabad, 350 doden, ging voorop in de strijd tussen de geloofsgemeenschappen. Sindsdien is het rustig, op enkele incidenten na. Maar de littekens zijn gebleven. We hebben gelezen dat veel hindoes zijn verhuisd uit buurten waar ze voorheen samenwoonden met moslims. En dat omgekeerd moslims zijn vertrokken uit hindoewijken. De demografische grenzen zijn scherper getrokken, het wantrouwen gegroeid.

Ambtenaar Nazim, die ook in de buurt van de Middeleeuwse poort woont, maar dan aan de ‘goede’ kant in de wijk Shahpur, waar hoge appartementsgebouwen staan en supermarkten zijn, kijkt ernstig. In 2002 ontvluchtte ze met haar gezin de oude stad. Buurtbewoners, hindoes, hadden gewaarschuwd dat dat veiliger was. Pas twee jaar geleden keerden ze terug, maar nu in het appartement van haar ouders met overwegend moslims in de buurt. „Ik heb hindoes als collega’s en als vrienden. Ik doe boodschappen in hindoewijken. Maar ik ben op mijn hoede. In 2002 hebben we geen bescherming gekregen”.

De toon is gezet voor onze wandeltocht, van Shapur via omzwervingen naar Dabgarvad, een buurt in de wijk Kalupur, hemelsbreed zo’n 2,5 kilometer verderop. Aan een druk kruispunt halverwege staat de New Educational School met zo’n 1.500 leerlingen. Hoofdonderwijzer R.M. Devedi (85) werkt er al vanaf de jaren zestig. „Wij leren onze kinderen dat iedereen gelijk is. Hindoes, moslims, lagere kasten, hogere kasten”, zegt hij.

De geschiedenis heeft geleerd dat die les niet altijd beklijft. Devedi zucht. „Als de regering wil, kan ze onlusten snel de kop indrukken”, formuleert hij voorzichtig. „De gewone mensen willen vrede en vooruitgang.”

We krijgen een kopje thee als hij uitlegt dat vroeger dokters, zakenlieden, advocaten, ambtenaren en bankiers hun zonen en dochters naar zijn school stuurden. Tegenwoordig kun je de leerlingen van goede, welvarende komaf op de vingers van een hand tellen, zegt hij. Mensen die het zich kunnen veroorloven, trekken de rivier over naar de ruim opgezette woonwijken van Nieuw-Ahmedabad. Hindoes bij hindoes, moslims bij moslims. De minderbedeelden blijven achter in de verstikkende binnenstad.

Als we een scheidslijn willen zien, moeten we naar Dabgarvad, zeggen de winkeliers en straathandelaren. Daar wonen hindoes en moslims pal naast elkaar. Vorige maand nog vlogen plotseling de stenen door de lucht. Niemand kan vertellen waarom eigenlijk. „Ik geloof dat ze vonden dat er te hard muziek werd gemaakt toen een huwelijksstoet langs hun moskee trok”, zegt krantenjongen Montu (23).

Als er stenen en flessen worden gegooid, gooi je terug, is zijn devies. „Ik heb geen hekel aan moslims. Ik heb moslimvrienden. Maar over dit soort zaken praten we niet. Dat heeft toch geen zin. We vergeten het maar weer”, zegt hij met een lachje.

Boekbinder Patel Hament Mahendra (48) is opgegroeid in Dabgarvad. Hij woont met zijn gezin in het nieuwe Ahmedabad. Maar elke ochtend komt hij terug naar zijn geboortehuis. Daar is nu zijn bedrijf. „Als ik hier wegga, pikken moslims alles in. Dat moeten we voorkomen”, zegt hij.

Achter in de donkere ruimte met stapels papier is een houten trap. Op de vliering is een klein balkon. Langs de buitenmuur zijn smalle treden gemetseld. Zo komen we op het platte dak, de meest strategische plek in de buurt. Rechts wonen de hindoes, links de moslims. „Veel moslims zijn ongeletterd en laten zich gemakkelijk ophitsen. Als zij doorleren, zullen ze beseffen dat ook zij belang hebben bij goede verhoudingen”, zegt Mahendra.

Op een binnenplaats aan de overzijde snijdt drukker Gulam Nam (53) een riem papier. Vroeger waren hindoes en moslims elkaars buren. De verhoudingen waren prima, zegt hij. Totdat buitenstaanders gingen stoken. Al voor de rellen van 2002 trokken hindoes weg. Alleen moslims zijn overgebleven.

„Het is beter zo”, zegt Nam. „Ik doe zaken met hindoes. Ik heb hindoevrienden. Maar als ze hier niet wonen, komen er ook geen problemen”.

Het is een bittere vaststelling. De gescheiden Zareena zegt in haar huis, een kale ruimte met een betonnen vloer, zich niet druk te maken om de relaties tussen de geloofsgemeenschappen. Het enige wat ze wil, is haar eigen leven op orde brengen, zegt ze. Helemaal zonder hoop is ze niet. Ze is verliefd, op een kok in het ziekenhuis waar ze werkt. En hij op haar. Hij zorgt goed voor haar en wil met haar trouwen.

Ze zou niets liever willen. Maar er is een probleem. Haar nieuwe geliefde is een hindoe. Dat deert haar niet. Maar misschien is zijn moeder tegen. Haar gezicht betrekt.