Infiltreren is op Aruba al snel een vormfout

Op Aruba en de Antillen ontbreekt een wettelijke basis voor de inzet van infiltranten.

Vóór de Antillen worden ontmanteld, moet het gat in de wet gedicht zijn.

De strafzaak, vorig jaar, tegen een gedeputeerde van het bestuurscollege op Sint Maarten leek duidelijk. De man was onder meer betrokken geweest bij omkoping en valsheid in geschrifte. De straf was er in eerste instantie ook naar: achttien maanden celstraf, waarvan negen voorwaardelijk, een boete van 2.500 euro en een vijf jaar durend verbod om een politieke of ambtelijke functie te bekleden.

Maar afgelopen februari, toen zijn zaak in hoger beroep diende bij het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba, zag zijn toekomst er ineens een stuk zonniger uit. Het Hof hield de boete en het verbod op het uitoefenen van ambtelijke of politieke functies in stand, maar schrapte de onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Want in het opsporingsonderzoek hadden leden van de Nederlandse Koninklijke Marechaussee vormfouten gemaakt: ze hadden de gedeputeerde wekenlang geobserveerd met behulp van plaatsbepalingsapparatuur.

Een ‘normschending’ noemde het Hof die observatie. Niet omdat observeren geen gebruikelijke opsporingsmethode is, maar omdat de Antillen en Aruba geen wetgeving hebben die dat mogelijk maakt, zoals dat sinds 2000 in Nederland wel het geval is in de Wet bijzondere opsporingsbevoegdheden.

De procureur-generaal en de hoofdofficier van justitie hadden wel toestemming verleend voor de observatie. Zij dachten dat dat kon op basis van de algemene ‘Richtlijn Bijzondere Opsporingsmethoden’ van de procureurs-generaal op de Antillen en Aruba. Maar volgens het Hof biedt die richtlijn onvoldoende basis om dergelijke opsporingstechnieken in te zetten.

Het kan wel, aldus het Hof, maar dan moet dat bij wet geregeld zijn. Anders is inzet van die technieken in strijd met het Europees verdrag voor de Rechten van de Mens. De gang van zaken was dus ‘onrechtmatig’ en een ‘normschending’.

Die jurisprudentie heeft inmiddels grote consequenties voor de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit op Aruba en de Nederlandse Antillen. Want het gevaar van uitsluiting van bewijslast of een niet ontvankelijkheidsverklaring van het Openbaar Ministerie is levensgroot. „Wij zijn beperkt in onze opsporingsmogelijkheden”, zegt de Arubaanse hoofdofficier van justitie, Peter Blanken. „Deze situatie gaat ten koste van het maatschappelijk belang dat gediend is bij de opsporing van criminele activiteiten. Het gat in de wetgeving moet zo snel mogelijk gedicht.”

Het is op Aruba inmiddels twee keer voorgekomen dat de rechtbank vergaarde informatie uitsloot in de bewijslast vanwege dat wetgevingsgat. Afgelopen juni werd het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk verklaard in de vervolging van een verdachte die betrokken zou zijn bij de smokkel van 42 kilo cocaïne vanuit Venezuela. De man claimde, in een proces dat zich achter gesloten deuren afspeelde, dat hij jarenlang geopereerd zou hebben als ‘burgerinfiltrant’ voor de Arubaanse veiligheidsdienst. Het OM bestrijdt die lezing overigens. Hij zou alleen informant zijn geweest en dan ook nog in andere zaken dan waar hij nu voor terechtstond. De rechtbank volgde dat betoog niet en liet de man vrij.

Op de ministeries van Justitie in Willemstad en Oranjestad wordt inmiddels koortsachtig gewerkt aan wetgeving om het gat te dichten. De Antilliaanse landsregering wordt komend najaar ontmanteld als Curaçao en Sint Maarten zelfstandige landen binnen het Nederlands Koninkrijk worden. De strafwetgeving moet voor die tijd op orde zijn. De drie overige eilanden, Bonaire, Sint Eustatius en Saba worden Nederlands grondgebied. De Nederlandse minister van Justitie wordt er verantwoordelijk voor de rechtshandhaving. Daarom kunnen de bijzondere opsporingsbevoegdheden volgens een woordvoerder van staatssecretaris Bijleveld (Koninkrijksrelaties, CDA) op tijd geregeld worden via een ministeriële beschikking.

Volgens strafrechtadvocaat Gerard Spong, veelvuldig actief op de Nederlandse Antillen en Aruba, is het toch onvermijdelijk dat er op korte termijn strafzaken ‘over de kop’ gaan als gevolg van ontbrekende wetgeving. „Er drijven donkere wolken boven de juridische hemel op de Caraïben.” Volgens Spong hebben rechters het hiaat in de wetgeving in het verleden afgedekt langs sluiproutes die bijvoorbeeld de politiewetgeving biedt. Maar ook rechters op de Antillen en Aruba zijn gehouden aan de jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en die zijn op dit terrein steeds kritischer. Met, blijkbaar, als gevolg dat ook rechters op Curaçao en Aruba kritischer kijken naar de werkwijze van het OM.”

Ook strafrechtgeleerde en hoogleraar aan de Radboud-universiteit Nijmegen Ybo Buruma verwacht complicaties voor lopende strafzaken. „Het is eigenlijk onvoorstelbaar dat, tien jaar nadat in Nederland bijzonder opsporingsbevoegdheden wettelijk geregeld zijn, dat op de Antillen en Aruba niet gebeurd is. Het tappen van telefoons, de inzet van burgerinfiltranten of stelselmatige observatie zijn middelen die zwaar ingrijpen in de privacy van burgers. Het mag, onder voorwaarden, maar het is duidelijk dat er een gedegen wettelijke basis moet zijn.”

Op Bonaire loopt sinds vorig jaar een groot strafrechtelijk onderzoek naar vastgoedfraude, waarbij politici, ambtenaren en drugssmokkelaars betrokken zouden zijn. In dat onderzoek werken Antilliaanse en Arubaanse opsporingsdiensten samen met die van Nederland en Amerika. Het is de vraag of het vergaarde bewijsmateriaal in die zaak stand zal houden bij de rechter.