Ik wil iemand om van te houden

Deze zomer duikt nrc.next in het verenigingleven.

Vandaag: de Vereniging voor Verlegen Mensen. De voorzitter, 9 jaar lid, wil niet met zijn naam in de krant.

Foto David Galjaard en Christian van der Kooy

Speciaal voor deze borrel heeft ze haar mooiste oogschaduw aangebracht. Langzaam, behoedzaam, misschien met trillende vingers. Ik stel het me voor. Hoe ze naar haar spiegelbeeld staart, de groene glitters wegveegt, van voren af aan begint. Hoe ze haar lippen tuit: zo is het goed, zo kan ze gaan.

Vijf jaar geleden was Marian hier niet in geslaagd, met of zonder oogschaduw. „Toen werd ik ontslagen en kreeg ik enorme last van faalangst.” Het is een van de eerste dingen die ze vertelt. „Ik schaamde me. Soms ging ik hyperventileren. Niet heel erg of zo, maar toch. Ik durfde niet eens meer naar sollicitaties.” Het is dat haar broer lid was van de Vereniging voor Verlegen Mensen (VVM), anders was Marian in een sociaal isolement beland. Nu is ze agrarisch medewerker bij een bloemenkwekerij.

Een vereniging van verlegen mensen. Grappig. Iedereen is toch weleens verlegen? Ook ik krijg hartkloppingen en een knalrode kop als ik en plein public iets wil zeggen. Maar of dat nou een reden is om lid te worden van de VVM? Nou, nee. Trouwens, ken je die grap van de verlegen mensen? Ze wilden een vereniging oprichten, maar iedereen was te verlegen om lid te worden.

Lachen, man.

De voorzitter wil dit stuk van tevoren lezen, bang dat het ‘hilarisch’ wordt. Hilarisch? Journalisten die een hilarisch stuk over de VVM schrijven, hebben ze niet helemaal op een rijtje: de verhalen die ze hier te horen krijgen, zijn doordrenkt van de narigheid. Verhalen van echte levens, echte mensen. Die vat je niet even hilarisch samen.

Het is zondagmiddag, vier uur. In het ietwat groezelige, halflege Café Sorbonne in Rotterdam houdt de VVM een ‘kroegbijeenkomst’. Zes vrouwen, zeven mannen. Ze verwelkomen me verrassend hartelijk. Wat had ik dan verwacht? Dat ze me stotterend zouden begroeten, met gebogen hoofd? Ze stellen zich voor. „Wij zijn de hooligans van de vereniging”, roept een van de leden. „De harde kern, de échte. Schrijf dat maar op.” „Ja”, voegt een mede-verlegene toe, „en ook dat de VVM eigenlijk staat voor de ‘Vereniging van Vrolijke Mensen’.”

‘Mede-verlegene.’ Ik heb het uit het bleekgroene verenigingsblaadje Onder de Mensen, dat zes keer per jaar op de mat valt bij de ruim vijfhonderd leden. Huishoudelijke mededelingen, persoonlijke verhalen, een boekbespreking (‘De Mythe van Perfectionisme’). En dat allemaal gedrukt op tien in tweeën gevouwen A4’tjes, lettertype Comic Sans MS. Doet denken aan een schoolkrant, maar schoolkrantjesmateriaal is het allerminst. Zo schrijft een lid over haar ‘uitdaging’: ‘Een paar weken geleden ben ik naar een conventie geweest waar tegen de tweehonderd mensen waren. Zie je het al voor je? Een VVM’er bij een grote groep mensen?’

Er staat ook een interview met de voorzitter in. Die leidt de VVM (opgericht in 1988) dan wel sinds een jaar of acht, hij wil nog steeds niet met z’n naam in een dagblad. Zeker niet als dat door veel jongeren wordt gelezen: hij doceert aan een middelbare school. „Daar heeft niemand door dat ik verlegen ben en dat wil ik zo houden”, zegt hij. „Het legt een zwakheid bloot.” In het klaslokaal weet hij precies wat hij moet doen. „Maar zodra het informeel wordt, kan ik me niet uiten. Dan vind ik geen aansluiting bij anderen.”

De voorzitter (56, 9 jaar lid) wordt in Onder de Mensen ‘ogenschijnlijk niet verlegen’ genoemd. Vriendelijk bedoeld, maar bevestigen kan ik het niet. Misschien dat je Kees, Paul en Hans ‘ogenschijnlijk niet verlegen’ kunt noemen. Die roepen en lachen, hebben de grootste lol. De voorzitter zit er daarentegen maar een beetje bij. Als hij al geniet, komt het er niet uit. Behalve wanneer er rust op de groep moet neerdalen. „Even centraal, jongens”, zegt hij luid als de fotografen iets duidelijk willen maken. Hij klapt nog net niet in z’n handen; in de rol van ordebrenger is hij duidelijk het meest op zijn gemak.

Paul (31, 7 jaar lid) legt het uit: maskers helpen bij verlegenheid. Hij werkt in een computernetwerkhandel, maar zijn hobby is clown spelen. Omringd door tweehonderd om aandacht jengelende kinderen voelt hij zich prima. „Dan ben ik helemaal niet verlegen. Waarom zou ik? Ik ben de clown, niet mezelf. Verlegen ben ik alleen als het om eigenbelang gaat. Vooral met vrouwen.” Bijna alle leden, vertelde de voorzitter me eerder, zijn single. Kinderen hebben ze meestal niet. Ze werken onder hun opleidingsniveau. Ze zijn alleen.

Behalve dan wanneer ze bij elkaar zijn. Eerst moeten ze over een drempel heen: lid worden à 24 euro per jaar (via een schriftelijk traject), dan een cursus volgen of zich opgeven voor een uitstap. Een dagje Blijdorp, een fietstocht door de Valkenburgse mergelgrotten, een paar uur samen bowlen of wandelen. Maurice (44, 8 jaar lid) was zo nerveus toen hij als kersvers VVM-lid mee naar de bioscoop zou gaan, dat hij voordien geen hap door zijn keel kreeg. „De film was een afrader, maar de avond een succes!” Inmiddels organiseert hij zelf uitstapjes, voor veel leden ‘een sleutel tot meer sociale contacten’. „We hebben een gemeenschappelijk leerpunt”, zegt Kees (42, 14 jaar lid). „We houden rekening met elkaar, omdat we van elkaar weten wat we hebben meegemaakt.”

Wat dat dan is? Zeg het maar. Paul werd gepest op school, Kees kon niet dansen tijdens de allesbepalende ‘discojaren’, Maurice z’n slechthorendheid werd pas geconstateerd toen iedereen hem al een rare kwast vond. En toch, praten met de pers gaat hen goed af. Hebben ze dat te danken aan de cursussen? Bloemenmeisje Marian (49, 4 jaar lid) genoot met volle teugen van die twee keer twintig lessen. „We kregen huiswerk mee en in één van de boeken werd van minuut tot minuut beschreven wat je moest doen.” Hans (53, 20 jaar lid) vond de cursussen dermate leuk dat hij ze allebei twee keer volgde.

Hans is trouwens degene die de VVM eerder de Vereniging van Vrolijke Mensen noemde. En vrolijk is-ie, maar het is vrolijkheid met een somber randje. Op zijn elfde was hij betrokken bij een auto-ongeluk. Gevolg: drie maanden in coma en mede door hersenbeschadiging verlegen voor de rest van zijn leven. „Mijn leven had er zo anders uitgezien zonder dat ongeluk”, zucht hij. Tussen zijn voeten ligt zijn hondje. Een hondje tegen de eenzaamheid. Twee keer heeft hij verkering gehad, toevallig of niet met een mede-verlegene. Twee keer ging het mis. „Ik wil zo graag iemand om van te houden. Dat mis ik zó erg.” Hij glimlacht verdrietig. Ik slik, en nog een keer. Als ik wegga, geef ik hem drie zoenen. Ik weet niet precies waarom.