De rokende directeur die in bordjes denkt

Mag een directeur van een graveerbedrijf dat bordjes maakt sigaren roken op zijn eigen werkkamer?

De Zaak. Een graveerbedrijf krijgt bezoek van de Voedsel en Waren Autoriteit die het rookverbod komt controleren. Het is de tweede keer. Zo’n twee jaar geleden was het de controleur opgevallen dat er op de eerste etage van het bedrijf gerookt was. Er hing een sterke tabakslucht en er werd een asbak aangetroffen met peuken. Het bedrijf was toen schriftelijk gewaarschuwd dat bij herhaling een boete zou worden opgelegd.

Nu is het opnieuw raak. In het proces-verbaal schrijft de controleur dat het er wederom sterk naar tabak ruikt. Hij treft op kantoor weer een asbak aan, met sigarenpeuken en schrijft een boete uit, van 300 euro.

Had het bedrijf de waarschuwing in de wind geslagen?

Nee, integendeel. Degene die in het bedrijf rookt was de directeur. Het waren zijn sigarenpeuken in zijn asbak. Na het eerste controle bezoek had hij aan zijn eigen kantoordeur een bordje bevestigd: ‘Kantoorruimte [...] Holding B.V. Geen Toegang. Bel Ext. 19 voor een eventuele afspraak”. Zijn bedrijf is gespecialiseerd in borden: bewegwijzering, reclame en naamplaten. De directeur denkt in bordjes. Zijn werknemers hoeven niet zijn werkkamer binnen te komen. „Ze kunnen een afspraak maken, dan kom ik naar ze toe”, verklaarde hij.

Bij de controle stond de deur van zijn kamer echter open. En de inspecteur stelde een ‘heterdaadje’ vast. Er kwam namelijk een man in de deuropening staan die aan de directeur vroeg of de showroom afgesloten kon worden. Dat bleek een werknemer. „Hierdoor werd betreffende medewerker blootgesteld aan tabaksrook, aangezien er in deze kantoorruimte gerookt was”, zo vermeldt het proces-verbaal.

Wat zegt de wet?

Artikel 11a van de Tabakswet verplicht werkgevers „zodanige maatregelen te treffen dat werknemers in staat worden gesteld hun werkzaamheden te verrichten zonder daarbij hinder of overlast van roken door anderen te ondervinden.”

Had de directeur nog andere argumenten?

Ja, maar die zijn vooral juridisch formeel van aard. Over de vermelding van een verkeerde bedrijfsnaam, het ontbreken van de naam van de verbalisant en het verzwijgen van de ‘cautie’: het recht om te zwijgen.

Hoe oordeelt de bestuursrechter?

Is het bordje ‘geen toegang zonder afspraak’ voldoende om hinder van tabaksrook voor werknemers te voorkomen? De rechter maakt korte metten met de formele bezwaren van de directeur. Die ‘cautie’ is bij het inspectiebezoek misschien niet gegeven, maar wel bij het verhoor dat later plaatsvond. De directeur betwist ook niet dat de controleur in zijn kamer is geweest, dat daar gerookt wordt en „dat er personeel aanwezig was om en nabij die werkkamer.” Artikel 11 a van de tabakswet legt de werkgever ook een resultaatsverplichting op. De directeur mag het niet laten bij een inspanning om z’n werknemers uit de rook te houden; zijn maatregelen moeten afdoende zijn. Leuk zo’n bordje, maar niet genoeg. De boete was terecht.

Folkert Jensma