De aantrekkingskracht van de man

Man overdag, vrouw in de avond. Travestieten domineren de tippelzones van Istanbul. „De klant wil alles, man en vrouw in één. Dat krijgt hij thuis niet.” Het fenomeen was ooit geaccepteerd. Tijden zijn veranderd.

Illustratie Sebe Emmelot

In de nauwe stegen aan de rand van Tarlabasi zuigt de harde wind alle papieren van tafel. De kragen van de thee buigen mee in de richting van de wind, net als de inktzwarte pruik op het hoofd van Hakan. Zo heet hij ’s middags. Vanaf een uur of half tien in de avond wordt hij Yalda, in een roze minirok die net boven zijn knieën ophoudt. Zijn haar is dan lang blond, of kort bruin. Tot een uur of vier in de nacht, als het meezit met de klanten.

Het nachtwerk van de manvrouwen in deze wijk is roemrucht. Een fenomeen in de miljoenenmetropool Istanbul. Ze hebben een reputatie. Travestieten verdienen beter dan vrouwelijke prostituees. Zolang alles daar beneden nog maar werkt. Ze worden nagestaard en getreiterd door de buurt die ze duivels noemt, zonen van de satan. De politie maakt ze het leven zuur, troggelt ze geld af, komt niet opdagen als een klant vervelend doet. Zo is hun werk.

Maar niet heel het leven bestaat uit werk. Het leven begint pas na het werk. Om half vijf in de ochtend gaat in zijn appartement in Tarlabasi de warme douche aan. Dan wast hij de nacht van zijn lijf. Daarna leest hij tot het ochtendgloren in een van zijn vele geschiedenisboeken op het plankje boven het bed. Hij is geobsedeerd door de ontstaansgeschiedenis van Turkije. De slag om Gallipoli tijdens de Eerste Wereldoorlog, toen het Turkse leger met succes het land verdedigde tegen een landing van de Britten. Hakan houdt van dat verhaal. Hij kookt ook graag. Gebraden zeebaars, het liefst geserveerd met koude raki. In de winter drinkt hij er liever wodka bij trouwens. Hij grinnikt. Net als de Russische blondines verderop bij hem in de straat.

Hakans leven is een permanente zoektocht naar een normaal en alledaags bestaan. Hij koestert die uren als alles gewoontjes lijkt. Het winkelen op zaterdagmiddag, het drinken van de thee in de hete zomerzon. Hij is 23. Het leven is „zo zo”, zoals een Turk dat wel vaker zegt. Niet goed, niet slecht. Hij droomde er ooit van om advocaat te worden, maar van studeren kwam het niet. Hakan wist al heel gauw dat hij anders was. Terwijl zijn vriendjes op de middelbare school stoere praat verkochten over de meisjes in de straat, was hij heimelijk verliefd op zijn oom. Hakan schreef in zijn dagboek over zijn verliefdheid. Zijn dromen over zijn oom. Dat dagboek kwam onder ogen van zijn moeder, die hem op een goede dag op een stoel neerzette en vroeg: „Heb jij me niet iets te vertellen?” Hij stond op en liep weg. Hij had haar niets te vertellen.

Hakan kreeg een baantje als gezelschapsdame in een van de nachtclubs, aan tafel bij de drinkende mannen. Soms eindigde zo’n avond in bed met een van de klanten, vaak ook niet. Dit waren de jaren van Hakans zoektocht naar zijn seksualiteit.

Twee jaar geleden besloot hij van het spel zijn baan te maken. Voor veel Turkse travestieten is zo’n keuze noodzaak, omdat geen werkgever in dit land emplooi geeft aan een travestiet. ’s Avonds in ons bed, ’s ochtends bestaan we niet meer, is een gevleugelde uitspraak in deze wereld. Voor Hakan was het anders. Hakan heeft het werk in de bovengrondse wereld wel geprobeerd. Hij werkte zes maanden bij een reclamebureau. Maar dat negen tot vijf werk was te saai voor hem. Te saai en te weinig geld. Zo is zijn uitleg, in elk geval.

Glas klettert naar beneden. De splinters ketsen op de stoeptegels, nog geen twee meter van de plek waar Hakan zijn benen over elkaar geslagen heeft. Bij een vechtpartij bij de bovenburen is een schoen door de ruit gevlogen. Hakan kijkt niet eens. Hij is druk in gesprek via zijn mobiele telefoon, waarop een klant zich meldt. Hij wrijft over zijn geschoren bovenarmen terwijl hij lieve woordjes fluistert door de telefoon. Hij hangt op met een glimlach. „Dat was hem.” Een van zijn klanten heeft zijn hart gestolen. Verliefd, tot over zijn oren. De klant weet dat nog niet. Die wil alleen maar betaalde seks. „Ik probeer onze ontmoetingen uit te stellen. Dan belt hij vaker en kan ik tenminste naar zijn stem luisteren.”

Hakan is een freelancer. Hij werkt alleen. De 200 euro die hij gemiddeld op een avond verdient, zijn helemaal voor hem. Geen pooier bekommert zich om hem, ook al proberen ze hem soms wel in te lijven. Een freelancer heeft het moeilijker in de straten van Tarlabasi. Hakan heeft geen bescherming van collega’s, en die kun je in deze straten wel gebruiken. Nog niet zo lang geleden ging een collega met een klant mee naar een steeg, waar hij werd opgewacht door zes anderen. Zijn collega overleefde die avond niet.

Het liefst zou Hakan in het bordeel werken, hier om de hoek. Daar worden de identiteitspapieren van alle klanten gecontroleerd en houdt zelfs de politie een oogje in het zeil. Maar daar mogen alleen vrouwen werken, of travestieten die met het doktersmes de volledige oversteek naar de andere kant hebben gemaakt. Zo’n operatie zou een financiële aderlating zijn, volgens Hakan. „Het is onnodig. Slecht voor het geld. De klant wil alles, man en vrouw in één. Dat krijgt hij thuis niet.”

De fascinatie voor travestieten heeft een lange geschiedenis in dit land. In Ottomaanse tijden kleedden mannen zich al als vrouwen ter vermaak van de gasten in de strikt gescheiden vertrekken van de paleizen. In het Ottomaanse leger ontvingen de loverboys een salaris.

Na het uitroepen van de Turkse republiek (1923) werd hun bestaan goeddeels genegeerd, net als dat van andere minderheden in dit land. Ze zijn niet langer welkom in het leger. Dat was al zo ver voor het aantreden van de conservatieve regering van premier Erdogan. Er zijn statistieken die laten zien dat dit land meer travestieten kent per hoofd van de bevolking dan elk ander land in de wereld. Uitgezonderd Brazilië. Maar de Turkse pers bericht hooguit over travestieten als er een is vermoord, door een jaloers vriendje of een gewelddadige klant. Zulke haatmisdrijven komen regelmatig voor.

Er klinkt geroep vanaf de bovenste verdieping. „Joehoe!” Daar hangt Seval Kilic (38) uit het raam, een veteraan in de wereld van transseksuelen. Ze wenkt, voor een kop thee bij haar in het kantoor. Seval werkte ruim vier jaar als prostituee. Net als Hakan was dat werk aanvankelijk haar zoektocht naar haar seksuele driften. Een vriend bood haar een kamer aan, waar ze de huur betaalde door af en toe een klant mee naar bed te nemen. „Ik had er aanvankelijk geweldig veel lol in. Ik was mooi, misschien wel de mooiste van de straat. En ik had glamour.”

Haar standplaats was Ülkerstraat, jarenlang het centrum voor travestieten en transseksuelen in deze stad. 85 manvrouwen in een steeg. Tot de gemeenschap vanaf 1996 door de politie werd vernietigd, huis voor huis, deur na deur. „We waren een hechte gemeenschap. Als er een moeilijke klant was, dan rekenden we daar samen wel mee af, geen politie nodig. We maakten onze eigen kleren. Ontwierpen onze eigen schoenen. We zagen er fantastisch uit. Dan stapten we met zijn allen helemaal uitgedost bij de groenteboer naar binnen, om tien uur in de ochtend. Ge-wel-dig. En iedereen verdiende goed. Een goudmijn was het. Als je tien klanten op een dag had, dan had je een slechte dag.’’

Het succes van de Ülkerstraat droeg de eigen ondergang in zich. Toen de huisbaas de huren drastisch verhoogde, gingen de meiden hun kamers delen. Vijf bedden in een kamer, dat was vragen om problemen. De buurt wilde ze niet. Met name een buurvrouw voerde een straffe campagne tegen hun aanwezigheid. „Bevrijd ons van deze immorele kinderen van God”, schreeuwde ze dan diep in de nacht door de straat. Ze belde de politie voor ieder akkefietje. „En als ze kwamen, deed ze snel een hoofddoek over haar hoofd om te laten te zien hoe vroom en onschuldig ze wel niet was”, vertelt Seval. De politie viel binnen met gummiknuppels en hakbijlen. Deuren werden in stukken gespleten, huisraad weggesleept.

Dat was ook de tijd dat Seval besloot eruit te stappen. De lol was er vanaf. Seks was werk geworden. „Ik vond mijn klanten vies, lelijk en pervers. Ik werd lui. En daarmee kom je er niet in deze business. Dit is hard werken.” Seval had kort daarvoor een volledige operatie ondergaan. Ze was nu helemaal vrouw. Een droom was eindelijk vervuld. Ze moest leren als vrouw te bewegen, als vrouw te voelen. Maar toen dat eenmaal lukte, was ze al haar klanten kwijt. „Ze liepen me straal voorbij. Ineens waren mijn veel lelijkere collega’s in trek. Dat deed pijn.” Ze rolt haar hoofd over haar brede schouders en zwaait met een Chinese waaier de zomerhitte van de huid. „Als je een vrouw wordt, moet je ineens concurreren met die Russische barbies verderop. Dat is het einde.”

Seval werd gered. Een klant werd haar minnaar en overtuigde haar om het rode licht te doven en een andere baan te zoeken. Ze adviseert nu andere prostituees over voorbehoedsmiddelen en seksueel overdraagbare ziekten. Ze spendeert de dagen achter een computer, updatet dagelijks haar pagina op Facebook. De minirok werd een versleten spijkerbroek, het pimpelpaars en hoogroze is nu een vaal blauw T-shirt en vanuit het kantoorraam met uitzicht over de rode daken van Istanbul lijkt het leven nu heel gewoon. De glamour is er wel vanaf. Maar soms is gewoon ook goed.

Dit is deel dertien van een serie over prostitutie wereldwijd.