China haalt Japan in

Vijf jaar geleden nog maar waren er grote anti-Japanse betogingen in China.

En Japanners kijken van oudsher neer op China. Nu zijn ze handelspartners.

Een Chinese toerist probeert een nieuwe camera uit in een Japanse winkel. Foto Reuters A tourists from China tries a video camera at a duty-free retail store at Tokyo's Akihabara district July 1, 2010. Japan relaxed its visa requirements for Chinese tourists on Thursday, hoping to attract more well-heeled travellers from its giant neighbour and cash in on demand for electronics, cosmetics and luxury goods. To match Reuters Life! JAPAN-CHINA/TOURISTS REUTERS/Issei Kato (JAPAN - Tags: POLITICS BUSINESS TRAVEL SOCIETY) REUTERS

Met haar gepolijste glimlach heeft Fuki Murakami op deze zomerse ochtend alweer tien bussen met Chinese toeristen mogen begroeten. Gestoken in een witte kimono deelt ze folders uit bij de ingang van Laox, een elektronicapaleis in de Tokiose elektronicawijk Akihabara. Binnen liggen camera’s, iPods en laptops hoog opgetast maar, zegt Murakami, „Chinezen kopen vooral rijstkokers”.

Het wemelt tegenwoordig in Tokio van Chinese toeristen met tassen vol nieuwe elektronica of bijvoorbeeld complete golfuitrustingen. Vijf jaar na de grote anti-Japanse demonstraties van maart 2005 in China is onder de nieuwe rijken winkelen in Tokio een populair uitje geworden.

Dit jaar neemt China de positie van Japan als tweede economie van de wereld over. Meer dan een half miljoen welgestelden zullen in 2010 de Oost-Chinese Zee oversteken om Japanse merkartikelen in Japanse warenhuizen aan te schaffen. Dat kan thuis in Shanghai, Peking of Hangzhou natuurlijk ook, maar een trip naar Tokio is cool en statusbevestigend.

De Chinezen zijn op de stagnerende Japanse markt zeer welkome klanten. Sinds 1 juli is het voor Chinezen makkelijker geworden om een toeristenvisum te krijgen en afrekenen met Chinese creditcards wordt ook steeds eenvoudiger. Prijsvechter Laox zou zonder de Chinezen zelfs failliet zijn gegaan als gevolg van wegblijvende Japanse klanten. De helpende hand kwam niet alleen van Chinese kopers, maar ook van Chinees kapitaal. Laox is voor 51 procent eigendom geworden van het Chinese Sunding Appliance, de op één na grootste elektronicaketen van China.

Een Japans bedrijf in Chinese handen. Dat was een schok voor het land dat lang is betiteld als ‘Fort Japan’ en waar zeker een deel van de bevolking zich superieur voelt aan Chinezen. Laox is bij lange na niet de enige onderneming die onlangs door Chinese investeerders is overgenomen. China is sinds 2008 op koopjesjacht. Eerder namen Chinezen al ski- en spaoorden, golfclubmaker Honma en verpakkingsfirma Tri-Wall over.

Het aantal transacties zal dit jaar verdubbelen tot 36 ten opzichte van 2009 volgens de (Japanse) zakenbank Mizuho Securities. In geld uitgedrukt is de omvang van de Chinese opmars in Japan nog bescheiden, de grens van een miljard euro zal dit jaar net worden overschreden. Maar volgens Chinese en Japanse investeringshuizen komt het moment van een grote Chinese overname steeds dichterbij. Het voorbeeld van elektronicagigant Laox is illustratief voor de nieuwe ontwikkelingen in de Japans-Chinese relaties. In Tokio zegt Laox-manager Yoichi Kitazawa dat er aanvankelijk onder het personeel „veel weerzin bestond”. Maar: „We waren bijna failliet en konden geen Japanse partner vinden. Dan is er geen andere keuze.”

De Chinezen hebben het bedrijf niet alleen gered, maar zijn ook van plan van Laox in China een bekende naam te maken. „De positie van Japanse merknamen is ijzersterk, daar kan China voorlopig niet aan tippen. Suning opent de komende drie jaar 100 Laox-winkels in China’’, vertelt Kitazawa, die zeer te spreken is over de directe en pragmatische Chinese ondernemerscultuur. De Japanse hoogleraar Hitoshi Tanaka, oud-topdiplomaat, is het met de manager eens. „Het is een natuurlijk proces dat landen hun economische kracht door samenwerking versterken. China heeft ons nodig en wij hebben hen nodig. Ik zie dit als een kans, niet als een risico of bedreiging.’’

Tanaka onderstreept nog een andere verandering in het Japanse denken over China. Lang werd China beschouwd als „een werkplaats met een overvloed aan spotgoedkope arbeidskrachten”. Als gevolg van de stijgende lonen en de komst van een welvarende middenklasse wordt China ook steeds meer een afzetmarkt. Sinds 2007 is China voor Japan een grotere exportmarkt dan de VS.

Maar niet iedereen is positief. Vlak bij het parlementsgebouw in Tokio demonstreren dagelijks gepensioneerden van onversneden nationalistische snit. Aan de hekken voor het parlement heeft het groepje foto’s opgehangen van verminkte slachtoffers van Mao’s Culturele Revolutie.

„China is agressief”, zeggen ze, het land neemt in Japan bedrijven over en breidt zijn marine uit. Toen de olympische toorts voor de Spelen van Peking door de straten van de Japanse stad Nagano werd gedragen „wemelde het van de Chinese vlaggen, het leek wel of we waren bezet”. Japan, vinden ze, „is te aardig tegen China”.

Dat sentiment leeft ook bij een deel van de elite in Japan. Nauwe banden met China zijn economisch noodzakelijk, maar er zijn ook zorgwekkende ontwikkelingen. China is, zegt hoogleraar Tanaka, een instabiel land. De kloof tussen arm en rijk is groot, de stelsels voor gezondheidszorg en pensioenen zijn zwak, het bestuur is gecorrumpeerd. „De instabiliteit in combinatie met het nationalisme en de ondoorzichtige opbouw van de militaire expansie baren zorgen”, meent Tanaka.

Zhang Haochuan, econoom en plaatsvervangend directeur van het Centrum voor Japanse Studies aan de Fudan Universiteit in Shanghai, deelt de Japanse zorg over de instabiliteit van China. „De kloof tussen arm en rijk groeit en dat levert spanningen op”, zegt Zhang. „China is bij lange na niet zo goed georganiseerd als Japan. We kunnen veel van Japan leren.”

Dat respect voor Japan deelt Zhang met de in Japan werkzame Leng Funing (28) en Ma Lening (24). De Chinese jongeren werken bij het Nederlands-Britse Unilever in Tokio. In café Ni Hao (Chinees voor ‘hoe gaat het’) vertellen ze over hun ervaringen. „Japanners zijn perfectionistisch. Ze gaan voor kwaliteit. Chinezen zijn meer gericht op snelheid en winst”, zegt Leng. Ma: „In China is in het zakendoen de relatie tussen twee mensen belangrijk. In Japan draait het om de verhouding tussen twee ondernemingen.” Ze willen allebei in Japan blijven. „Japan is China dertig jaar vooruit”, vindt Ma.

Omgekeerd zijn er Japanners die de kansen in China aangrijpen. Naoya Miyauchi (48) heeft een bedrijf opgericht in Shanghai, Addworks Advertising. Hij ontwerpt de reclamecampagnes voor Japanse bedrijven in China en moet zijn kantoor voortdurend uitbreiden. „In Japan is de hele advertentiesector ingezakt, hier groeien we met dubbele cijfers.”

Miyauchi is getrouwd met een Chinese: Zhang Xiwei, een 30-jarige tandartsassistente die dankzij haar studie Japans en een jarenlang verblijf in een tandheelkundekliniek in Tokio de taal van haar man vloeiend spreekt. Hun voertaal is Japans, de tv in hun appartement staat afgestemd op een Japanse nieuwszender die een kookprogramma uitzendt. Zhang is net als miljoenen leeftijdgenoten een grote fan van de Japanse keuken, de mode, de muziek en de films. „Ik hou ook enorm van het Japanse dienstbetoon en de reinheid.”

Miyauchi en Zhang zijn de verpersoonlijking van een nieuw tijdperk. Hij komt uit een Tokiose militaire familie en zij uit Nanking, waar in 1937 volgens de Chinezen meer dan 250.000 Chinese burgers en militairen werden vermoord door oprukkende Japanse eenheden. Toen zij elkaar leerden kennen, stonden ze geen moment stil bij de bijzondere historische context van hun relatie.

De vader van Zhang Xiwei had – ondanks het feit dat hij tijdens de ‘Slachting van Nanking’ familie had verloren – geen enkel bezwaar tegen het huwelijk van zijn dochter met een Japanner. „Beter dan een Chinese boer, zei hij”, vertelt Zhang. Miyauchi: „Hij nam me wel mee naar het monument en het museum ter herdenking van de slachtoffers. Ik vind dat iedere Japanner in China, iedere Japanse leider en scholier dat museum moet bezoeken. Wij weten te weinig van onze eigen geschiedenis met China.” Zhang: „Laten we die geschiedenis nu maar eens afsluiten. Het verleden is het verleden, dat is voor onze generatie niet meer van belang. Het zijn altijd de politici die de geschiedenis oprakelen. Het is toch duidelijk dat onze landen elkaar kunnen versterken.”

Zij wrijft over haar bollende buik, hun eerste kind is op komst. Of de baby de Japanse of de Chinese nationaliteit krijgt, is nog onderwerp van gesprek. Zij zegt: „De Japanse nationaliteit, hoop ik. Maar laten we hem of haar maar zelf laten beslissen.”

Hij: „Als onze baby later maar beter Chinees leert spreken dan ik, want ook voor iemand met een Japans paspoort is dat de toekomst.”

Zij: „Geen probleem, dat gaat vanzelf als we in Shanghai blijven.”

Hij omarmt haar en zegt: „Ik heb beslist geen verhuisplannen. Japan is als een perfecte auto die zonder remmen bergafwaarts rolt. Aan de Chinese auto mankeert nog veel, maar die gaat wel naar de top.”