Brandhaard Moskou

Voor de zoveelste keer heeft augustus rampspoed in petto voor Rusland. In 1991 werd het land in deze vakantiemaand opgeschrikt door een mislukte staatsgreep. In 1998 ging Rusland bankroet. In 2000 zonk de atoomonderzeeƫr Koersk. En nu maken schroeiende hitte, bosbranden en smog het leven, vooral in en rond Moskou, ondraaglijk.

De hoeveelheid koolmonoxide overtreft de normen soms in zevenvoud. Jeugdkampen worden ontruimd, bejaarden verkommeren en zelfs een legerbasis met nucleaire arsenalen bij Nizjni Novgorod heeft gevaar gelopen.

Onduidelijk is of het einde in zicht is. Volgens het ministerie voor Noodsituaties stabiliseert het aantal brandhaarden zich. Maar hoe betrouwbaar is die melding? Marinecommandanten hebben branden bij een basis dagen geheimgehouden. De toch al verwaarloosde civiele brandweer kon zo zijn werk niet doen.

De nood is momenteel te hoog om vragen te stellen over politieke verantwoordelijkheid. Maar die zullen ooit worden gesteld, wellicht zelfs aan niemand minder dan premier Poetin. Want in Rusland is weliswaar bijna nooit een tsaar, partijleider of president opgestapt na bestuurlijk falen, maar premiers zijn wel vaak om die reden de laan uitgestuurd.

De hitte mag een natuurverschijnsel zijn dat in 140 jaar niet is voorgekomen, er zijn ook aanwijzingen dat de bosbranden mede het gevolg zijn van menselijk handelen. Het district Moskou, een gebied zo groot als Nederland en met evenveel inwoners, is jarenlang tot brandhaard gemaakt. Talloze moerassen en plassen zijn er drooggelegd voor buitenhuisjes en andere suburbane woonvormen. De grondwaterstand is zodoende uit balans geraakt. De turfgronden rond Moskou werden zichzelf ontstekende tijdbommen: ze hoeven niet te worden aangestoken, maar ontbranden van binnenuit.

Milieugroepen waarschuwen daar al jaren voor. Maar de vastgoedwinsten lonkten, zeker toen de afgelopen decennia de hausse van olie en gas een onbeheersbare vlucht nam. Corruptie bij de overheid deed de rest. In Chimki ging milieuactivist Jevgenija Tsjirikova in de aanval. Ze werd gearresteerd, verhoord en beboet. Maar evenmin als het aangekondigde ontslag van ambtenaren kan dat verhelen dat de gouverneur van het district Moskou en de burgemeester van de stad verantwoordelijkheid dragen: generaal Boris Gromov en Joeri Loezjkov, op wie het Kremlin geen greep krijgt.

Het is de vraag of Poetin een eventueel oplaaiende schuldvraag nog op hen kan afwentelen. In zijn acht jaar als president heeft hij deze twee immers nooit gewipt, zoals hij met bijna alle andere regionale leiders wel heeft gedaan.

Poetin wekt de indruk zich daarvan bewust te zijn. Een blogger uit Tver, die anoniem kond deed van de puinhoop bij het bluswerk in deze provincieplaats, kreeg onverwachts antwoord van de premier zelf. Een unicum. De regering heeft ook nadrukkelijk om buitenlandse hulp gevraagd. Dat is eveneens opmerkelijk. Maar of deze ongekende deemoedigheid standhoudt, moet nog blijken.