Zomer-tv: Sinterklaas in augustus

Zomertelevisie hangt aan elkaar van herhalingen. Maar zo bont als de KRO het gisteren maakte, zie je het maar zelden. Nederland te koop organiseerde een Sinterklaasverkiezing. Zwarte Piet Ronald kon door interne strubbelingen binnen zijn Sinterklaasclub niet meer beschikken over zijn vaste Sinterklaas. De KRO had geregeld dat hij kon kiezen uit drie nieuwe goedheiligmannen. Voor wie het weten wil: het werd Sint Charlie, die na de amicale begroeting van zijn paard – „hoe is het met jou, trouwe makker?” – nog ongenadig van zijn schimmel lazerde. ‘Prima kost voor 8 augustus’, moeten ze in Hilversum gedacht hebben. ‘Wij zijn zelf toch op vakantie.’

Bij de VPRO is het wel volop augustus. Voor de huidige serie Zomergasten is gekozen voor personen die een breed publiek aanspreken. Waar Margriet van der Linden vorig jaar tijdens haar televisiedoop nog een bord zand moest leegeten met de stroeve Victor & Rolf, kreeg Jelle Brandt Corstius Jan Marijnissen aan tafel.

Gisteren was cabaretière en schrijfster Paulien Cornelisse zomergast, in de eerste uitzendminuut overigens nog beeldvullend geafficheerd als Paulien Cornelissen („Namen zijn zeg maar niet ons ding.”) Het was de beste uitzending van de huidige serie. Tegenover Marijnissen en ook ’t Hart had JBC vaak te weinig grip op het gesprek. Hij maakte zich er soms makkelijk vanaf door zich te verschuilen achter het leeftijdsverschil met de gast. „Dat heb ik zelf niet meegemaakt, dat is een beetje voor mijn tijd.” Juist een voormalige geschiedenisstudent als JBC weet dat veruit het meeste is gebeurd vóór jouw tijd. Dat hij de fragmenten vooraf niet bekeken had – om de spontaniteit te waarborgen – bleek bovendien een miscalculatie. Maar gisteren, met leeftijdsgenoot Cornelisse, was de chemie er wel. Dat leverde een onderhoudende avond op, met goed gekozen fragmenten en wonderlijke gesprekken over de charme van een stortbak met een touwtje en de ongrijpbaarheid van taal. Ook de vlieg die hardnekkig om hen heen bleef cirkelen werd naadloos in de conversatie opgenomen. Juist in gesprekken op huis-tuin-en-keukenniveau blijkt de kracht van de huidige gastheer. Jelle Brandt Corstius is zeker geen betere interviewer dan Margriet van der Linden. Hij luistert vaak niet scherp genoeg, vraagt niet door waar het wel had gemoeten. Daar staat tegenover dat hij wel degelijk geïnteresseerd is in zijn gesprekspartner. Dat hij niet het professionele instrumentarium heeft om daar vervolgens alles uit te halen maakt hij voor een deel goed met charme en ongekunsteldheid. „Kom ’ns hier”, boog hij zich aan het eind van de avond voorover, naar het voorhoofd van Cornelisse. „Die vlieg zit op je.” We hoorden ’m thuis zoemen.