Zeker 1.400 doden in China

Het dodental in China als gevolg van overstromingen is opgelopen tot ruim 1.400 nadat zaterdag in de provincie Gansu de stad Zhouqu en omliggende dorpen werd overspoeld door stromen modder, stenen, hout en afval. In deze door etnische Tibetanen bewoonde stad stierven 127 inwoners.

Nog eens 1.294 mensen worden vermist in de chaos van modder en ingestorte huizen langs de Bailongrivier.

Vandaag kwam een hulpactie op gang waarbij 6.000 soldaten en brandweerlieden zijn betrokken. Zhouqu ligt in de af- en hooggelegen Tibetaanse prefectuur Gannan en werd zondag bezocht door de Chinese premier Wen Jiabao.

Volgens het Chinese leger zijn de meeste vermisten – boeren en herders – moeilijk te vinden. Ze zijn vermoedelijk meegesleurd door het water of bedolven onder de huizen waar zij sliepen. Stroomafwaarts is de rivier geblokkeerd door ingestorte bergwanden, modder en stenen. Daardoor stroomt het water de straten niet uit en dat bemoeilijkt weer het zoeken naar vermisten. Volgens de Chinese media gaf premier Wen Jiabao persoonlijk instructies over de wijze waarop de blokkade opgeblazen moet worden.

Wen bezocht eerder al de overstroomde gebieden in het noordoosten en zuiden van China waar vooral in het stroomgebied van de Yangzi-rivier de afgelopen weken en maanden meer dan 1.275 doden zijn gevallen.