Terug?

Deze woorden komen tot u vanuit Bergen, gelegen aan de Noordzee, waar ik aan het einde van mijn vakantie ben neergestreken. Waarom ik niet gewoon naar huis ben doorgereisd?

Op de terugweg werd ik overvallen door merkwaardige berichten over de politieke toestand in Nederland. Misschien ben ik verkeerd voorgelicht door verwarde geesten, maar als ik het goed heb begrepen hebben twee volbloed Limburgers in Den Haag de macht gegrepen: Verhagen en Wilders. Zij zullen het kabinetsbeleid bepalen en de baantjes verdelen. Mark Rutte krijgt het leukste baantje, mits hij bereid is zich zo min mogelijk met het carnavaleske duo te bemoeien.

„Wij redden het wel”, zou Verhagen gezegd hebben tegen Rutte. „Ga jij lekker op reis, handjes schudden met Obama en zo, dan doe ik Binnenlandse Zaken en laten we de rest aan Geert over als officieuze premier. Als je terugkomt na je eerste reis is er geen moslim meer in Nederland over, niemand zal weten waar ze gebleven zijn, maar één ding is zeker: we zien ze nooit meer terug. We zullen ons nog afvragen: zijn ze eigenlijk wel ooit in Nederland geweest? Een man een man, een woord een woord en een knieschot een knieschot: dat is Geert.”

„Wacht even”, zei ik tegen mijn opgewonden informanten, „maar Wilders zal het niet goed vinden dat de sociale zekerheid wordt uitgekleed, hij zal die 18 miljard aan bezuinigingen niet willen.”

Ze keken me minachtend aan. „Jij bent net zo naïef als Cohen, Halsema en Pechtold”, zeiden ze. „Die dachten ook dat Wilders er op dat punt niet uit zou komen met Verhagen en Rutte. Begrijp je dan niet dat dat geld hem geen fuck kan schelen? 20, 25 miljard, ze zoeken het maar uit. De enige bezuinigingen die hem interesseren, gelden de publieke omroep, de Wereldomroep en de kunst. De linkse omroepen moeten weg, Clairy Polak voorop, wat betekent dat alleen de EO mag blijven, aangevuld met Twan Huys omdat die zo lekker rechts is geworden. En de enige instantie die er geld bij krijgt is de politie, die voortaan samen met het leger de orde in het land zal bewaren.”

„En wat vinden de intellectuelen van Nederland hier allemaal van?” vroeg ik bezorgd. „Velen vinden het prachtig!” riepen ze, „het lijkt wel of ze er jaren op hebben gewacht.”

Ze gaven me wat citaten. Hoogleraar politieke theorie Meindert Fennema: „Waarom ideeën Wilders niet gedogen?” Emeritus hoogleraar Frank Ankersmit: „Het (de samenwerking) zal de PVV veranderen en haar ideologie veraangenamen.” Veraangenamen – kan het mooier? Politicologen Catherine de Vries en Sarah de Lange: „Minderheidskabinet kan een zegen zijn.”

En wat zeggen Frits Bolkestein en Paul Scheffer, vroeg ik nog. „Die blijven muisstil, en Winsemius houdt ook liever zijn mond.”

We hebben, kortom, in Nederland eindelijk het licht gezien, en dat licht heet Geert Wilders. Hij gijzelt iedereen en hoeft maar voor één man bang te zijn, Hero Brinkman, die hém weer gijzelt.

Wilders zit nog drie weken te vergaderen in die achterkamertjes waar hij samen met Pim Fortuyn altijd zo’n hekel aan had.

Als hij eruit komt, heeft hij de rollen misschien wel omgedraaid: hij regeert en de andere twee gedogen.

In dat geval ben ik vanuit Bergen snel met de boot in Engeland. Daarom blijf ik tot zo lang nog even hier.