Regen spelbreker bij Amsterdam Open

Voor de organisatie van het Amsterdam Open is het door de volle kalender moeilijk om topatleten vast te leggen. En om publiek naar het stadion te krijgen.

Het Olympisch Stadion in Amsterdam ziet er al sober uit, onder een onophoudelijke druilregen wordt het er niet kleurrijker op. Het rode gravel van de piste is verworden tot een donkerbruine smurrie met een laagje water, het beton van de tribune versmelt met de grijze lucht.

Toch hebben de organisatoren hun best gedaan om van de Amsterdam Open een aantrekkelijk evenement te maken. De drempel tot de atletiekmeeting is bewust laag gehouden door de toegang tot het stadion gratis te houden. Publiek en atleten zitten door elkaar op de tribunes. Uit de boxen schetteren verhakte elektronische beats, in een ultieme poging leven in de brouwerij te krijgen. Het mag allemaal niet baten. De regen en de Canal Parade in de stad zorgen ervoor dat het merendeel van de tribunes leeg blijft.

De troosteloosheid van de omkadering staat in schril contrast met de frisheid van de atleten. Tijdens de warming-up rennen ze bedrijvig op en rond de piste, gehuld in felgekleurde trainingspakken. Bij de start van hun onderdelen geven de sporters stuk voor stuk hun afgetrainde lichamen bloot, stralend in de miezer.

Terwijl de discuswerpers in alle eenzaamheid aan hun onderdeel beginnen, valt bij het tweede looponderdeel het eerste van twee stadionrecords: de Jamaicaan Steve Mullings loopt een indrukwekkende 10,21 op de 100 meter. Voor het tweede stadionrecord is het wachten tot het laatste nummer van het hoofdprogramma, en dat wordt een kleine anticlimax. Yvonne Hak, uitgebreid gefêteerd en ingehaald als kampioene, had vooraf aangegeven een aanval te doen op het zeventien jaar oude Nederlands record op de 1.000 meter van Ellen van Langen. Door de regen en een voortvarende start komt ze echter nooit in de buurt van de 2.35,29. Hak finisht ruim boven het nationale record in 2.42,60. Ze kan zich wel troosten met een enthousiast applaus van het publiek.

Op de viptribune kijkt Jaap Sulkers tevreden naar de laatste podiumceremonie. De wedstrijd is amper voorbij of de voorzitter van het organisatiecomité kijkt alweer een jaar vooruit. „We willen de Amsterdam Open langzaam uitbouwen en dit is weer een stapje vooruit in vergelijking met vorig jaar.” De wedstrijd moet een topevenement worden. Niet alleen door meer topatleten aan te trekken, legt Sulkers uit, ook door een breed programma aan te bieden. „Dit moet een evenement worden met plaats voor mindervaliden. En met een breder affiche krijgen we het stadion wel vol”, gelooft hij.

Meetingdirecteur Ron Jansen wil met zijn wedstrijd een podium bieden aan atleten die net niet sterk genoeg zijn voor de grote toernooien. „Je ziet hier atleten die te sterk zijn om deel te nemen aan wedstrijden in hun eigen land. Veel van hen verblijven tijdens de zomer in Europa omdat hier zo veel verschillende wedstrijden zijn. Voor de beste buitenlanders betalen we de accommodatie en onze Nederlandse toppers krijgen wat startgeld.”

Om door te groeien tot een echte grote atletiekavond, zoals de FBK Games in Hengelo, ziet Jansen weinig ruimte. „De kalender is in de zomer in Europa zonder meer vol. Dit weekeinde alleen waren er gelijkaardige wedstrijden in Ninove en Lüzern, en een Diamond League in Stockholm.” De atleten gaan bewust wedstrijden uitkiezen, bemerkt de directeur. „We vissen allemaal in dezelfde vijver en dan wordt het moeilijk om echte toppers aan te trekken.”

Over de publieksopkomst breekt Jansen zich al jaren het hoofd. „Toch schat ik dat we evenveel bezoekers hebben als vorig jaar, ondanks de regen en de Canal Parade.” In 2007 vond het polsstokonderdeel plaats op de Dam, als publiciteitsstunt. „Veel voorbijgangers bleven kijken, maar het heeft niet geleid tot meer bezoekers in het stadion. Bovendien lijkt het iets algemeens: ook bij de voorbije EK in Barcelona waren de tribunes opvallend leeg.”