Rafelige lapjes en bungelende touwtjes

Lam de Wolf maakt werken met textiel als basismateriaal.

Ze durft uit te komen voor het huisvlijtgehalte van haar geometrische abstracties.

Detail van 'Gouden Kooitjes', 2006

Er schuilt iets dubbels in de hemelbestormende geometrische kunst van de vorige eeuw. Kunstenaars wilden met de kosmische schoonheid van wiskundige abstracties elk individualisme overstijgen – was God kunstenaar geweest, dan had hij abstract geometrisch geschilderd, zo was de gedachte. Maar, als je die kunst bekijkt – constructivisme, de Stijl, minimalisme – zie je onbedoeld iets anders. Weggegumde potloodlijntjes, gefrut met plakbandjes: de lijnen blijken nooit rechtstreeks door goddelijke interventie op het canvas te komen.

Zulke relativeringen zouden de moderne meesters niet waarderen. Maar in het Textielmuseum exposeert nu een kunstenaar die wel durft uit te komen voor het huisvlijtgehalte van haar geometrische abstracties. Lam de Wolf zit ruim dertig jaar in het vak en heeft in die jaren een prachtige collectie opgebouwd, met textiel als basismateriaal. Het museum toont enkele tientallen van haar objecten: sieraden, rokken en vooral non-figuratieve objecten. Haar abstracte muurwerken lijken zwermen, die van dichtbij blijken te bestaan uit een soort dikke satéprikkers met lapjes erop. Andere wandobjecten lijken dynamische reeksen van elkaar overlappende vensters, gemaakt van zakdoekrandjes of strikjes.

Flexibel Mikadokleed uit 1979 lijkt een dogmatisch streng raster, van mikadostokjes en lapjes stof. Het heeft het strenge minimalisme van tijdgenoten maar zakt een beetje in, iets wat de universele schoonheid van de kosmos nou nooit doet. Aan andere vroege abstracties bungelt altijd wel ergens het draadje waarmee ze de boel bijeen bond, als bij een keurig handwerkje. Vroeg en oud werk hangt bij elkaar en dat werkt prima dankzij de consistentie van het oeuvre van De Wolf.

Al dertig jaar is materiaalonderzoek haar drijfveer. Oftewel, haar liefde voor textiel. Op een film in een bijzaaltje vertelt De Wolf, gehuld in een lange rok en kralenketting, vol passie over de alledaagse schoonheid van bungelende touwtjes en rafelige lapjes. De Wolf brengt de modernismen van de vorige eeuw in herinnering maar springt daar zo lichtzinnig mee om dat haar wiskundige aanpak toch draaglijk wordt voor de kijker.

Zoiets geldt ook voor haar vroege werk, haar sieraden en kragen uit de jaren tachtig. Het was de tijd van broekpakken en geometrische, asymmetrische sieraden. Deze vierkante sieraden zijn het enige werk in de tentoonstelling dat gedateerd aandoet. „En dit soort dingen drágen mensen?”, vraagt een interviewer aan De Wolf op een video uit 1982. Hij zegt het een beetje vies. Monter maar vergeefs demonstreert de kunstenaar hoe zo’n kraag te dragen – alsof ze probeert een ladder aan te trekken. „Mensen mogen het ook aan de muur hangen hoor”, lacht ze.

Die lichtheid, die haar werk siert, geeft ze allerlei gedaantes. Een rozenjurk vol spelden laat ze showen door mannen, met wie je meteen medelijden hebt – iets wat je nou nooit voelt bij een vrouw in een moeilijke jurk.

Folkloristisch ogen haar ‘sinnerokken’: wijde zomerrokken met teksten van Remco Campert erop geborduurd, over stilte en gedachten. De woorden verdwijnen als fluisteringen in de plooien. Dat roept het gevoel op dat sommige gedachten niet mogen, dat je als vrouw stil moet zijn. Als vrouw hoor je te borduren. En als je toch grote abstracte muurwerken maakt, dan horen ze op zijn minst met strikjes aan elkaar te hangen. Textielkunst en feminisme – een woord dat nergens genoemd wordt – liggen nooit ver uit elkaar.

De Wolf speelt een subtiel spel met kleine en grootse kwesties, en doet dat met verve.

Tentoonstelling Lijnen in mijn hoofd – dertig jaar Lam de Wolf, 1980-2010. T/m 12 sept. in het Audax Textielmuseum, Tilburg. www.textielmuseum.nl