Prediker van haat al eerder verdacht

Met zijn radicale preken trekt hij honderden aanhangers. Terroristische groepen hebben het wel met hem gehad.

Abu Bakar Bashir balanceert al jaren op de grens van islamitisch radicalisme en terreur. Hij werd gearresteerd na de bomaanslagen op vakantie-eiland Bali in 2002, omdat hij de spiritueel leider zou zijn van terreurgroep Jema’ah Islamiyah, die achter de aanslagen zat. Maar de aanklagers konden die aantijging niet bewijzen. Bashir werd veroordeeld op mindere aanklachten en kwam in 2006 vrij.

Sindsdien reist hij Java rond om in buurtmoskeeën en islamitische kostscholen zijn boodschap van haat tegen Amerika, Australië, Israël en ‘seculiere’ Indonesiërs te verspreiden. Zijn preken trekken meestal honderden belangstellenden en volgelingen.

Ook de door hem opgerichte Al Mukmin kostschool in de stad Solo, waar verschillende terroristen zijn opgeleid, is tot vandaag open. In 2008 richtte hij de radicaal-islamitische organisatie Jama’ah Ansharut Tauhid (JAT) op, waar verschillende oud-leden van Jema’ah Islamiyah lid van zijn en die oproept tot jihad tegen vijanden van de islam.

Bashir staat weer volop in de aandacht sinds in juli vorig jaar voor het eerst sinds vier jaar weer een terreuraanslag plaatsvond in Indonesië, waarbij negen mensen omkwamen. Sindsdien gaan er stemmen op om radicale scholen, uitgeverijen en geestelijken zoals Bashir aan te pakken. Maar een plan om radicale preken te laten controleren door de politie sneuvelde al snel. De Indonesische democratie is pas 12 jaar oud en in dit geval kregen tegenstanders uit de radicaal-islamitische hoek steun van activisten vóór de vrijheid van meningsuiting.

De activiteiten van Bashir leken daarmee netjes binnen de wet te blijven. Tot mei, toen de politie het hoofdkwartier van JAT binnenviel en drie leden arresteerde voor betrokkenheid bij terreur. De International Crisis Group (ICG) schreef toen al dat Bashir als absoluut leider van JAT bijna zeker op de hoogte moest zijn van dit soort criminele activiteiten.

Het is de derde keer dat Bashir wordt gearresteerd. De eerste keer was in 1978. Toenmalig president Soeharto verdacht hem toen van het willen stichten van een islamitische staat. Hij vluchtte naar Maleisië en kwam pas terug na Soeharto’s val in 1998. De ICG verwacht dat de gevolgen van zijn arrestatie beperkt zullen zijn. Als de politie de bejaarde geestelijke goed behandelt, zal het protest tegen zijn arrestatie meevallen, voorspelt de organisatie.

Aan de andere kant kunnen terroristische groepen in Indonesië wel zonder hem. Zo zou hij inmiddels niet meer goed liggen bij het leiderschap van Jema’ah Islamiyah. Een deel daarvan zou hem te gematigd vinden. Als de justitie er in slaagt Bashir veroordeeld te krijgen, is er geen cruciale schakel in de Indonesische terreurwereld onschadelijk gemaakt, aldus de ICG. Het zou er slechts voor zorgen dat zijn tirades even niet meer door de luidsprekers van de buurtmoskee in Solo schallen.